Albert Heijn op de hoek

In februari 1939 komt op de hoek van het nieuwe winkelcentrum in de Händelstraat op nummer 73 een filiaal van Albert Heijn. Als je de foto uit 1958 hierboven goed bekijkt zie je op het hoekhuis ”Albert Heijn” staan in metalen letters, afgewerkt met bladgoud. Zonder puntjes op de i en de j omdat dit te duur werd. Ook zie je het predikaat ”Hofleverancier” (sinds 1927) op de gevel prijken.
Volgens bouwtekeningen werd dit pand al in 1937 omgebouwd tot filiaal van Albert Heijn. Maar bij de Kamer van Koophandel staat echter 16 februari 1939 als startdatum genoteerd. In Utrecht zijn er dan al filialen van Albert Heijn in de Voorstraat, Twijnstraat , Poortstraat, Amsterdamsestraatweg en in de Damstraat.

 ”Flinke Winkeljuffrouw” gevraagd

Utrechts Nieuwsblad juni 1940

Albert Heijn in de Händelstraat start als kruidenierszaak met een winkeljuffrouw achter de toonbank. Bestelboekjes kunnen bij de klant thuis worden opgehaald en boodschappen kunnen worden bezorgd. Artikelen die over de toonbank gaan zijn de traditionele kruidenierswaren zoals koffie, thee, chocolade, karnemelkzeep ,koekjes, ”beste rijst” ,”zaansche beschuit”, macaroni, spaghetti en vermicelli. Alles wordt nog met de hand gewogen. Een gemiddelde winkel van Albert Heijn in die tijd telt zo’n 600 artikelen. De winkel in Oog in Al is klein en heeft daarom een kleiner assortiment. Je kon er lang niet alles krijgen. De reclameslogan in die jaren luidt:
Albert Heijn maakt U het leven goedkooper. Zoals ook onderaan in deze advertentie uit 1937 te lezen valt.

Advertentie Albert Heijn UN april 1937

Voor de koffie start Albert Heijn in de jaren ‘30 een reclamecampagne rond ”Boffie”.

Stop! Daar is Boffie met Albert Heijn’s koffie

Zo’n reclame campagne was heel bijzonder voor die tijd. Het obertje Boffie brengt de Albert Heijn koffie aan de man. Er komen affiches, speldjes, boekjes en een heus Boffie lied van Louis Davids.
In 1940 gaan veel produkten op de bon. En tijdens de oorlogsjaren komt Albert Heijn met surrogaatkoffie gemaakt van rogge: SMALSKO ( Smaakt als koffie). Ook voor thee kwam er een surrogaat op de markt. Verkoper J. Enkelaar uit de Händelstraat boekte prachtige resultaten bij de verkoop van dit thee surrogaat en kreeg daarom een ereplekje in het grote prestatieboek van Albert Heijn in 1943. Onder het motto: Wij houden vast aan ons parool: zij die willen slagen zullen slagen!

Bladzijde uit het prachtige met de hand vormgegeven ”gulden prestatieboek” 1942-1956 met rechts bovenaan een foto en eervolle vermelding van J. Enkelaar uit de Händelstraat in 1943. Het theesurrogaat was gemaakt van weipoeder, braam, aardbei, boschbessenblad en een kunstmatige kleurstof. Bron: albertheijnerfgoed.nl, historische boeken

Ook in de vermicelli-macaroni verkoopwedstrijd van 1942 wint Enkelaar een prijs. En er volgen nog meer prijzen voor hem. In 1943 was hij één van de twintig beste verkopers van Smalsko koffie en ontving daarvoor als prijs (het was oorlog) ”een pakje echte North-State cigaretten”. In 1945 hoorde hij bij de beste twintig ” koffieverkoopers” van het land:

Bladzijde uit het gulden prestatieboek voor bijzondere verkoopprestaties 1945. J. Enkelaar uit de Händelstraat behoort bij de beste koffie verkopers van het land. bron: albertheijnerfgoed.nl

Enkelaar werd in 1947 samen met 24 andere ”pitverkopers” wegens zijn prestaties als verkoper in de ”Groote Jubileumwedstrijd” uitgenodigd voor een erebezoek aan Zaandam. Een PIT verkoper had alle eigenschappen van een goede verkoper namelijk: ”enthousiasme, verkoopkracht, doorzettingsvermogen en activiteit”. Daarmee droeg een PIT verkoper bij aan ”de stijgende lijn” van Albert Heijn.
Chef van het filiaal in de Händelstraat was begin jaren ’40 de heer P. Francken. Ook hij stond meer dan eens in de ere lijst in het landelijke prestatieboek. Daarna kwam als chef vanaf 1946 de heer A. Bos. Hij deed mee aan de O.P.W. (Omzet Prestatie Wedstrijd) in 1947 en behaalde daar de 4-e prijs. J. Verwoerd uit de Händelstraat behoorde bij de beste verkopers van de O.P.W. in dat jaar.
Na de oorlog in de jaren ‘50 komen de eerste zelfbedieningszaken. Voor het eerst konden klanten met een mandje langs de schappen lopen. In deze tijd breidt de Albert Heijn in de Händelstraat uit. Het pand ernaast op nummer 75 wordt er in 1953 bij getrokken. In 1957 wordt er in de Händelstraat een cassière gevraagd voor een nieuw fenomeen: ”de zelfbedieningszaak” :

De winkeljuffrouw wordt cassiere, UN 1957

De winkel in de Händelstraat wordt in 1958 drastisch verbouwd van bediening naar zelfbediening. Er komt tijdelijk een noodwinkel tegenover de winkel op de J Winnubstlaan. Want tijdens de verbouw gaat de verkoop gewoon door.

De noodwinkel in oktober 1958 met het voltallige personeel in bedrijfskleding op de voorgrond. Op de achtergrond de (nu alweer afgebroken) Valeriusschool, later Wim Sonneveldschool. Foto: Albert Heijn erfgoed 0017438, fotograaf van Bommel.

En dan is het zover! De nieuwe moderne zelfbedieningswinkel (Albert Heijn spreekt over Z.B.) opent oktober 1958 haar deuren. De gepensioneerde heer P.Mobach (uit de Mobach aardewerk familie) voormalig districtsleider van Albert Heijn en woonachtig op de Joseph Haydnlaan 19 mocht de verbouwde Z.B. openen en was de eerste klant. Voortaan mocht je zelf je spullen pakken uit de schappen en afrekenen bij de kassa.

Afkomstig uit AH Flitsen, landelijk personeelsblad Albert Heijn, 1958
De opening van de nieuwe zelfbedieningszaak aan de Händelstraat in 1958. Een medewerker (waarschijnlijk chef A.Bos, red.) overhandigt aan een vaste klant een winkelmandje. Foto afkomstig van albertheijnerfgoed.nl,  0017435, fotograaf van Bommel.
Interieur van de nieuwe zelfbedieningswinkel in 1958 met nog de bloemen van de opening op de voorgrond. Links vooraan: een blik met 20 Zaanse koeken voor 55 cent. Zeven stuks Delicata chocoladerepen voor 1 gulden. Achterin de zaak de slagerij- en kaas bedieningsafdeling. Foto is afkomstig van albertheijnerfgoed.nl, nr 0017436, fotograaf Jochmann Disco.

”Deze dringend noodzakelijke verbouwing bewijst zonneklaar, dat het moderne winkelsysteem inmiddels volkomen is ingeburgerd. Ook in 1959 zal er alles aan gedaan worden om onze naam te behouden als de modernste kruidenier van Nederland” aldus valt te lezen in het personeelsblad AH Flitsen van december 1958.

In de nieuwe Z.B. komt in de drukke kerstperiode een aantal jaren achtereen de schoonvader van chef Bos, de heer van Hardeveld, helpen bij drukte op de wijnafdeling. Hij had zijn sporen reeds verdiend als bedrijfsleider in Baarn en was al met pensioen, maar was een enorme wijnkenner en graag geziene gast en hulp in de Händelstraat. Klanten waren verheugd: “Ha, die oudere heer, die zoveel van wijnen weet, is er gelukkig weer”. Er was dan sprake van ”een hausse” in de wijnverkoop met vermelding in het landelijke personeelsblad AH Flitsen: wel 3000 flessen! Het drinken van wijn werd in de AllerHande van 1960 nog gezien als een gezonde gewoonte. ”Wat melk is voor de jeugd, is wijn voor de ouderdom”. 

In 1964 gaat de vlag uit in de Händelstraat: chef A. Bos viert zijn 25-jarig jubileum bij Albert Heijn waarvan de laatste 18 jaar in dit filiaal. Hij zou daar tot aan zijn pensionering in 1978 blijven.
Een RAGE was vanaf 1955 het zegeltjes sparen. Bij iedere gulden kon je een zegel van 10 cent kopen. Een vol boekje met 490 zegels (waarde 49 gulden) leverde je 52 gulden contant op. De Boffie koffie wordt in 1963 Perla koffie ( ‘koffie uit Columbia, perla is spaans voor ‘parel’ ). En Albert Heijn start een eigen brood- en banketbakkerij. Vanaf 1966 komt er een eigen Albert Heijn logo waarbij de A en de H in elkaar grijpen, de zgn ‘’krakeling’’.

Logo vanaf 1966, ontwerp van James Pilditch en John Harris van het Engelse merkenbureau AID, Bron: albertheijnerfgoed.nl, nr 0060444

In de jaren ’70 worden de Wina Born kookboeken van Albert Heijn een groot succes. Wie kent ze niet? Het volkomen vleesboek, Het volkomen visboek en alle andere ”volkomen” kookboeken. In de jaren ’80 komt Albert Heijn met een nieuwe slogan: Albert Heijn gaat op de kleintjes letten.
In 1990 breidt de Albert Heijn in de Händelstraat verder uit. Ook het naastliggende pand komt erbij. Op 8 maart gaat de vernieuwde zaak open. Nu is bijna het hele blok een Albert Heijn supermarkt van Händelstraat 73 t/m nummer 81.
In 1998 wordt de bonuskaart geintroduceerd en gaan de ontwikkelingen snel. Zo komt er een website en een CD rom met alle recepten. In de nieuwe eeuw volgen een webwinkel, een Appie App en wordt Bol.com overgenomen……

De Albert Heijn ”op de hoek’’ groeit uit zijn voegen en verhuist in 2014 naar een ander deel van de Händelstraat. Met eigen parkeergarage en 1000 m2 vloer oppervlakte.
De oude winkel wordt verbouwd en weer gesplitst in een paar kleinere winkelpanden. In de winkel op de hoek waar Albert Heijn in 1939 begon opent 1 september 2017 de winkel Bloemenplaza zijn deuren op het nieuwe nummer: Händelstraat 75a.

Bronnen: HUA Bouwtekeningen dossiernummer 03583 (1939), Kamer van Koophandel, https://www.ah.nl/over-ah/geschiedenis , Utrechts Nieuwsblad 8 maart 1990, http://www.aholdcoffeecompany.nl/nl/historie, www.albertheijnerfgoed.nl (oa AH Flitsen personeelsblad van Albert Heijn 10 januari 1961 , 12 januari 1964, Het gulden prestatieboek 1942-1956 Allerhande 1960) Foto bovenaan: hoekwinkelpand filiaal 511/5511 aan de Händelstraat 73, vanaf 2015: winkel 1316, albertheijnerfgoed.nl nr 0017441

 

 

Dit vind je vast ook leuk

  • Boudewijn Van der Vlist (1937-1965) · Edit

    Geweldig idee Anna, de geschiedenis van een buurtwinkel! En niet zomaar een buurtwinkel. Je ziet immers alle veranderingen in de grutterswereld voorbijtrekken, van klein simpel kruideniertje tot flinke SUPER-markt, letterlijk door de eeuwen heen. Eerst in een enkel hoekhuis en tenslotte in bijna alle aan elkaar gekoppelde winkelpanden aan de Oostzijde (op de Apotheek na). Dit succes ging ten koste van de andere buurtwinkels, met de Händelstraat als plaats van het drama. Het koekoeksjong genaamd AH dat heel sneaky één voor één de andere winkeliertjes het nest uit gooit.
    En het was nog zo mooi verdeeld in 1939: voor iedere aankoop was er wel een winkel in dat nieuwe centrum. Die vulden elkaar mooi aan qua assortiment: wat je in de ene zaak niet kon krijgen hadden ze wel in de andere, er tegenover of ernaast. Totdat AH de spelregels ging veranderen en branchevreemde artikelen begon te verkopen. Brood? Hebben wij ook. Groenten? Hebben wij ook. Vlees? Onze slagerij heeft het ook. Zuivel? Dat hebben wij ook. Tijdschriften? In het rek. Rookwaar? Achter de kassa. Waarom nog langer in al die andere zaken steeds weer op je beurt moeten wachten als je hier alles achter elkaar zelf kan pakken, in één keer betalen en meteen meenemen? Dankzij die uitvinding-van-de-eeuw, genaamd “Zelfbediening”! Het cruciale begin van deze omwenteling is dus eigenlijk het feestelijk uitreiken van die eerste boodschappenmandjes op de foto van 1958.
    Geen van de passanten of winkeliers van toen zou ook maar een beetje hebben kunnen bevroeden dat nog geen halve eeuw later die buurtwinkels allemaal in een tot vijf keer gegroeide Super-Albert Heijn pasten en als afdelingen daarin waren ondergebracht. En toch is dat gebeurd, in Oog in Al, in Nederland, in Europa, in de hele wereld. Onvoorstelbaar!
    Maar degenen die langs de deuren hun waren wisten te slijten aan vaste klanten ontsprongen nog langere tijd de dans. Specialisten zoals Bakkers, Groente- en Melkhandelaren. Die hebben we nog tot ver in de jaren ’60 gezien in het vertrouwde straatbeeld van Oog in Al. Wie weet nog namen te noemen?
    Zouden die letters aan de gevel nou echt van bladgoud zijn geweest? Lijkt me van niet, die hadden er nog geen twee dagen gehangen en anders waren ze wel onbetaalbaar, ook zonder puntjes op de ij. En de Hofleverancier? Ik vroeg me als kind af of de prinsesjes nu werkelijk in Soestdijk zo zouden genieten van de Zaanse koeken uit onze Händelstraat.
    Verbazend, als je dat simpele assortiment van toen vergelijkt met de overdreven overdaad in een AH van nu. Ik weet de beweegredenen niet, maar mijn moeder ging tot op hoge leeftijd liever naar de VIVO-winkel van A. De Klaver, later overgenomen door Van Rijnsoever (?) in de Beethovenlaan. Mogelijk omdat deze wat dichter bij onze Mozartlaan zat. Of omdat die een groter assortiment in de A-merken had. Of omdat die ook de boodschappen thuis bracht aan de hand van een ingevuld opschrijfboekje. Inclusief afrekenen. Wat niet wegneemt dat wij als kinderen nog wel eens ongeduldig in de winkel op onze beurt moesten wachten, omdat er soms snel wat tussendoor moest worden gehaald.
    Als je De Gruijter ook meetelt, beschikte Oog in Al in den beginne dus al over drie kruideniers. Brood haalde je echter nog bij een bakker, waarvan ik mij er ook drie herinner: Van der Horst/Nauta, de COÖP en de LUBRO. Die kwamen ook langs de deur met hun bakkerskarren. Mijn moeder, die bij de leveranciers bekend stond als nogal kritisch, had een voorkeur voor Van der Horst/Nauta (brood en gebak) en de COÖP (brood). Die kunnen dus niet echt slecht geweest zijn.
    Voor groenten en fruit kwam de Groenteman langs de deur met die grote -door een schimmel getrokken- paard-en-wagen waarin alles zat op dat gebied wat je nodig had. Met achterin opgehangen een ronde, heen en weer schommelende weegschaal met metalen weegbak eraan gehangen. Daar woog hij bijvoorbeeld de aardappelen in af.
    En de melkboer evenzo, eerst met de hondenkar, waarop twee melkbussen om uit te tappen, later met een bestelautootje, en nog later met een mechanische hond met bromfietsmotor. Om het groeiende aantal toetjes de baas te blijven. Maar ik dwaal af, overmand door herinneringen.
    Op internet is nu met weinig moeite het Boffie-liedje van Louis Davids terug te vinden en te beluisteren. Hij hoefde er alleen maar af en toe “Lekkere Koffie, Wat een boffie!” aan toe te voegen en ziedaar, een van de eerste sluikreclames was een feit. En dat zonder de naam Albert Heijn ook maar even te noemen.
    Naast het zegeltjes sparen (1955) mis ik nog iets: het sparen voor AH-obligaties en de Premie Van De Maand Club (1962), waarmee klanten bijvoorbeeld konden sparen voor een PMC-koelkast, een PMC-centrifuge of een PMC-vriezer. Ik weet nog dat mijn pas getrouwde zuster in de jaren ’60 een verwoed spaarder was en zodoende geleidelijk haar spulletjes kon uitbreiden met die moderne en voordelige PMC-apparaten. Dat betekende minder huishouden en meer emancipatie!
    Ja, dat waren nog eens tijden…

    Boudewijn

    Reply
  • Bij de foto na de heropening als ZB staat “met een medewerker (waarschijnlijk de heer Bos)”. Ik kan bevestigen dat dit inderdaad de heer Bos is. Hij woonde met vrouw, twee zoons en (schoon?)vader boven de winkel. De oudste zoon, Henk, was een klasgenoot van mij op de 2e Marnixschool, van 1955 tot 1961. Ik kwam nog wel eens bij hen thuis; zelf woonde ik om de hoek op de Everard Meijsterlaan.

    Reply

Laat een antwoord achter

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *