De brugwachter

De Muntbrug is een ijzeren draaibrug over het Merwedekanaal en dateert uit 1887. Eigenlijk heette de brug eerst Leidsche brug. Want deze lag aan dé uitvalsweg naar Leiden: de Leidseweg. Vanaf de komst van het Muntgebouw wordt het: Muntbrug (1912)

Op het Merwedekanaal was veel scheepvaartverkeer. De brug moest dan ook regelmatig open. Een draaibrug heeft als voordeel dat de schepen tegelijkertijd in twee richtingen kunnen passeren. De brug openen gebeurde jarenlang handmatig met een slinger door de brugwachter. Elke brug had zijn eigen brugwachter. Voor de Muntbrug was dit 45 jaar achter elkaar vanaf 1911 de heer K.H. Jonker. Een brugwachter anno 1918 ontving een ”jaarwedde” van minimaal 680 en maximaal 1100 gulden. Jonker zou tot aan zijn pensioen op 1 januari 1956  brugwachter blijven. Hij heeft de wijk Oog in Al als het ware zien ontstaan. Andere brugwachters waren Eikelenstam  en Kleinsma. Op de foto bovenaan  zie je de heer Jonker staan bij het brugwachtershuisje op de kade bij de brug  aan het eind van zijn carrière in 1955.  Op de plek van het huisje staan nu hekken in verband met een ‘’instabiele’’ bodem. Meestal bediende Jonker de Muntbrug maar soms moest hij ook de ijzeren ophaalbrug (1886)  ernaast over de Leidsche Rijn  openen.
Kinderen vonden het prachtig als ze de brugwachter mochten ‘’helpen’’ bij het opendraaien van de brug. Ed Schulte (1944) die aan de Leidseweg en later in de Händelstraat woonde weet het nog goed:
‘’ De brugwachter liep eerst heen en weer om de slagbomen te sluiten. Vervolgens zette hij een grote slinger in het brugdek en klapte dan nog een stuk om zodat een grote ‘’sleutel’’ ontstond waarmee hij de tandwielen onder de brug in beweging zette door er tegenaan te duwen en langzaam in de rondte te lopen. Als de brug 90 graden openstond konden de schepen doorvaren en stonden wij op een ‘’eiland’’ in het kanaal,  spannend.”

UN 1 februari 1951 Brugwacht Jonker 40 jaar in dienst

Naast het bedienen van de brug werd de brugwachter er bijgehaald  als er een ongeluk was gebeurd of als er iemand in het water was gevallen. Met de komst van de auto werd de Muntbrug een zeer druk knooppunt. Autoverkeer in twee en later in één richting(en)  over de brug waar nu slechts fietsers  rijden! En er vormden zich dikke files als de brug openstond. Een verkeersagent kwam er dan bij om het verkeer in goede banen te leiden. Ex- Oudenrijner C de Waal: “De veldwachter die daar het verkeer regelde was de heer Van Bekkum (…). En was het druk met verkeer dan waren er velen mensen die stonden te kijken hoe sierlijk Van Bekkum het verkeer regelde”.

Druk verkeer op de Kanaalweg bij de Muntbrug in 1963. Met op de achtergrond de geopende Paul Krugerbrug . HUA 59873.

De brugwachter woonde in het brugwachtershuis Kanaalweg 88. Een dienstwoning uit 1885 met houten luiken en een spijlen hek rondom.  Zijn ‘’knecht’’ woonde in dit dubbele woonhuis aan de Leidseweg kant nummer 91. Dit is later gesplitst in nummer 91 en 92.  De beugel waar de stormlamp  aan hing hangt nog aan de gevel. Dit deel staat nu te koop. Op de voorgevel van het brugwachtershuis kun je nog de reddingsboei achter glas bewonderen, bewaard en in ere hersteld door de huidige bewoner die daar sinds 1988 woont.

Brugwachtershuis met de toenmalige brugwachter in de deuropening en de reddingsboei op de voorgevel. Deze foto is uit 1980. De huidige bewoner heeft ook de houten raamluiken weer in ere hersteld. HUA 1980 59904

Anno 2017 zijn de Muntbrug, de ijzeren ophaalbrug en de dubbele dienstwoning Kanaalweg 88/Leidseweg 91 en 92 rijksmonumenten. Het brugwachtershuisje is verdwenen. Het bedieningsmechanisme van de ijzeren ophaalbrug is verwijderd. De bediening van de Muntbrug is nu elektrisch (het kan ook nog met de hand) maar hij staat nog maar zelden open. Over de Muntbrug een andere keer meer.

Bronnen: www.monumenten.nl, UN 5 december 1918, UN 1 februari 1951, UN 1 januari 1956, ‘Leidseweg was ‘Grote Weg der 1-e klas no.5’, artikel in De Oud-Utrechter 5 oktober 2010, Ed.Schulte, www.edschulte.nl  ‘Brugwachters” in De Oud-Utrechter 2 november 2010, C de Waal, Foto bovenaan HUA  603958 1955 Gezicht op het brugwachtershuisje bij de Muntbrug over het Merwedekanaal met brugwachter de Jong (moet zijn Jonker, AW ).

Dit vind je vast ook leuk

  • Kan mij dit nog goed herinneren. Kunnen jullie nog iets vinden over de bunker die tegenover AH stond /staat, daar werden na oud en nieuw de kerstbomen verzameld. Dan kwamen de jongens van de “lege borden buurt “(Majella Park ) om die ons “kouwe aardappelen buurt ” te jatten.

    Reply
    • Over de bunker(s) in de wijk een andere keer meer. Eén ervan stond inderdaad op de plek waar later de Dominicuskerk is gekomen. En over kouwe aardappels gesproken: Oog in Al heeft zelfs een carnavalsvereniging gekend genaamd De Kouwe Piepers.

      Reply
  • Draaibrug Leidscheweg
    Ach ja, de Muntbrug over het Merwedekanaal! Dit is zo’n plaats van Oog in Al die bij mij onmiddellijk nostalgische gevoelens opwekt. Want ik heb hier als scholier zowel te voet als met de fiets heel wat keren staan wachten voor die brug, die op de meest onwelkome momenten de doorgang voor het verkeer versperde. Je werd er op die manier weer aan herinnerd dat Oog in Al eigenlijk een eiland is, tot in de jaren ’50 vanuit de stad slechts bereikbaar via twee smalle bruggen. Enerzijds had je de Draaibrug met ophaalbrug bij de Rijksmunt en anderzijds de twee sluisbruggen tussen Groeneweg en Everard Meijsterlaan bij de toenmalige Stichtse Olie en Lijnkoekenfabriek (SOL). De Paul Krugerbrug en de Spinozabrug waren er nog niet. Als de ene brug versperd was, kon je eventueel nog uitwijken over de andere brug. Maar dan moest je niet te voet zijn, want dan kon je net zo goed blijven wachten. Ik zie nog helder de brugwachter voor me, een oudere man die met zijn slinger moeizaam rondjes duwend de brug kon laten draaien. Heel bijzonder dat de kracht van één oude man voldoende was om die toch zo grote zware ijzeren brug in beweging te krijgen. Fijn om te zien dat ‘onze’ brug er nog steeds is, gered van de sloop als historisch industrieel erfgoed en inmiddels gerestaureerd weer teruggeplaatst.
    Tenslotte kan ik het niet laten om het ook nog even te hebben over die Rijksmunt, dat monumentale gebouw uit 1911 bij onze draaibrug. Daarlangs liepen wij naar school, gaven de leeuwenpoot aan het hek steevast een handje en lazen dan telkens weer die in gouden letters aan de gevel geschreven spreuk: “Het geld hier uit metaal verkregen zij nooit ten vloek doch steeds ten zegen”.
    Boudewijn

    Reply

Laat een reactie achter op Anna Reactie annuleren

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *