UTEM

Als je vanuit Oog in Al vanaf de Mozartbrug naar rechts de Leidseweg op kijkt, vallen je al snel alle bouwactiviteiten op van projectontwikkelaar J.P. van Eesteren rond het project de Wij in Welgelegen. De laatste nieuwe kapitale villa’s naderen hun voltooiing. Maar temidden van alle nieuwbouw staat achter een hekje nog een mooi oud, inmiddels gerestaureerd pand met de letters b.v. ‘’UTEM’’ op de voorgevel. Dit maakt nieuwsgierig. Waar staan die letters voor? Wat is dit voor een gebouw met die twee lange reeksen vensters en gevels gedecoreerd met banden van oranje baksteen? Het blijkt een mooi voorbeeld van industrieel erfgoed te zijn en inmiddels gemeentelijk monument, bewoond door particulieren.

UTEM staat voor UTrechtse Elektrische Metaalwarenfabriek, een fabriek die hier tachtig jaar geleden in 1938 is gekomen. Maar het gebouw staat er al sinds ca 1900 en is oorspronkelijk gebouwd voor de Capsulefabriek Smulders & Koch (1902-1923) op toen nog de Leidschestraatweg 37 in de gemeente Oudenrijn ( later Rijksstraatweg 37 en vanaf 1954 Leidseweg 125). Het is de tijd van de opkomende industrialisatie en er verschijnen allerlei nieuwe fabrieken rond de Leidsche Rijn en het aan het (aan het eind van de 19e eeuw aangelegde) Merwedekanaal. Iets terug op wat nu Leidseweg 97 is, dateert uit dezelfde tijd van rond 1900 ook de betonfabriek van Waltmann voor Betonwaren en Bouwmaterialen. Achter de huizen aan de Leidseweg en de capsulefabriek is sprake van een landelijke omgeving, de stad houdt hier op. Een groot gebied is nog onbebouwd en het domein van de hoveniersfamilies Jongerius, De Rijk en Koot. Hier worden seizoensgebonden groenten verbouwd op de koude grond. En er zijn appel-, peren- en kersen boomgaarden. Ook staan er enkele kassen.

Interieur Capsulefabriek Smulders & Co Leidschestraatweg 37 Oudenrijn in 1914, HUA 95010

De capsulefabriek Smulders & Koch maakt, de naam zegt het al, capsules. Deze worden eerst van lood gemaakt en later van blik en aluminium en dienen voor het afsluiten van flessen. Opmerkelijk is dat de fabriek niet alleen met jongens werkt maar er worden in de krant ook veel meisjes gevraagd. Zij zijn namelijk goedkoper. Gevraagd nette flinke jongens en meisjes. Allen in de leeftijd van 13 tot en met 15 jaar. Kinderen dus nog. Maar sinds 1900 is er wel een leerplicht tot en met 12 jaar, vandaar de vraag naar jongens en meisjes vanaf 13 jaar.

Advertenties uit het Utrechts Nieuwsblad juni 1913, mei 1916 en april 1920

De fabriek adverteert met Capsulefabriek aan den Hommel. Want iets verderop ligt café restaurant den Hommel, bekend tot in de wijde omtrek.

Het iets verder gelegen Café Restaurant Den Hommel rond 1900 HUA 4756

In een vergelijkbare capsulefabriek in Deventer, DAIM genaamd, breekt in 1920 een staking uit voor hoger loon. Ook hier werken veel meisjes. Er wordt een loonsverhoging van 4 gulden (voor de vrouwen) en 5 gulden (voor de mannen) per week geëist.

Meisjes aan het werk in de Deventer Capsulefabriek Wikimedia Commons

Qua arbeidsomstandigheden kunnen we er wel van uitgaan dat de jongens en meisjes in de capsulefabriek in Oudenrijn er niet goed aan toe zijn. Er is geen goede damp- en rookafvoer aanwezig en ze werken dagelijks boven de loodpotten. Er wordt gewerkt met theelood afkomstig uit de thee-industrie. Afzuiging is weliswaar sinds 1912 vereist maar dit voorschrift wordt in veel gevallen niet nageleefd.

Uit een onderzoek in 1911 blijkt wel dat de capsulefabriek het belangrijkste deel van de werkgelegenheid in de gemeente Oudenrijn voor zijn rekening neemt.

In 1917 vindt er een ongeluk plaats in de fabriek. Een werkman komt onder een wals en wordt met zware interne kneuzingen per ziekenauto afgevoerd.
De capsulefabriek Smulders & Koch werkt op stoom. Er zijn de nodige stoomketels, smeltovens en machines om de capsules te maken. Daarnaast staan er draai- schaaf- en boorbanken. De capsulefabriek draait goed. Directeur is de heer J.H.A. Smulders. Hij woont naast de fabriek in een mooi groot herenhuis en rijdt in een luxe Peugeot Paris. Ook bezit hij een roeiboot, type Wherry, die voor de deur in het water ligt. Hiermee kunnen ook goederen worden vervoerd. In 1924 zet hij alles te koop, het kapitale fabrieksgebouw compleet met inventaris en het woonhuis met alle grond eromheen. Alles bij elkaar wordt ingezet op 39.700 gulden. In totaal gaat het om 21 aren.

Aankondiging vrijwillige verkoop fabriek en woonhuis met inventaris, de Telegraaf 2 april 1924

Er volgt een publieke veiling in april 1924 in de bovenzaal van Café Restaurant De Poort van Kleef op de Mariaplaats 6. Hier worden wel vaker inboedels geveild. De inventaris van de fabriek wordt op de veiling opgekocht door de nv ‘s-Hertogenbosche capsulefabriek (voorheen FALK Lewin) en verdwijnt daarmee naar Den Bosch.

Briefhoofd Falk Lewin capsulefabriek in ’s Hertogenbosch, stadsarchief ’s Hertogenbosch
Aankoop van de inventaris van de capsulefabriek Smulders & Koch door de ’s Hertogenbossche Capsulefabriek (voorheen Falk Lewin) in 1924, Provinciale Noord Brabantsche en ’s Hertogenbossche Courant 21 november 1924

In 1928 verschijnt er een rouwadvertentie in het Utrechts Nieuwsblad waarin te lezen valt dat directeur Smulders, oud 61 jaar, is overleden. Dit nadat hij 5 jaar eerder vrijwillig gestopt was met de fabriek om van zijn rust te gaan genieten.

In het gebouw aan de Rijksstraatweg 37 (Leidseweg 125) komt na de capsulefabriek: Metaalwarenfabriek de Zon (op de zijgevel van het pand is dit nog te lezen, zie verderop in dit artikel). De fabriek vraagt aankomend revolverdraaiers en nette jongens van 14 tot 16 jaar. Revolverdraaiers zijn fabrieksarbeiders die aan de revolverbank werken. Een revolverbank is een speciale draaibank voor de bewerking van kleinere aantallen producten. De machine dankt haar naam aan de inrichting die het mogelijk maakt een draaiende gereedschaphouder, meestal voorzien van een zestal gereedschappen, met een eenvoudige handbeweging één zesde deel van een cirkel te draaien, juist zoals dit ook gebeurt met de patroontrommel van een revolver. Alle bewegingen van de gereedschappen naar en van de materialen zijn hand matig.
Als adres in de advertenties wordt ook wel Oudenrijn 37 aangegeven in plaats van Rijksstraatweg 37.

Advertenties uit het Utrechts Nieuwsblad van de Zon. UN januari 1928, maart 1930 en november 1937


In de fabriek gebeuren ook ongelukken. Zo komt een fabrieksjongen van 16 jaar met zijn arm tussen de freesmachine en valt de 24 jarige arbeider S.S. uit de Johan Camphuysstraat tijdens het schaftuurtje met zijn buik in een punt van het ijzeren hek en raakt daarbij zeer ernstig gewond.
De Zon heeft een eigen voetbalteam genaamd Metazon en doet in de jaren 20 mee aan wedstrijden in Utrecht en omgeving.

Voetbalteam Metazon UN 1928

In 1933 gaat De Zon failliet en gaat de fabriek over in handen van de nv Utrechtse Metaalwarenfabriek ‘Oudenrijn’, UMO. Directeur van de UMO is de heer A.L. Holland. De UMO start met een maatschappelijk kapitaal van 25.000 gulden. Maar in 1937 gaat ook de nv Utrechtse Metaalwarenfabriek Oudenrijn (UMO) failliet.

De Zon wordt in 1933 voortgezet als UMO, UN 11 maart 1933
UMO failliet Utrechts Nieuwsblad 21 september 1937

Per 27 mei 1938 komt bv UTEM in het pand.

Stempel met handtekening van Utem, privécollectie Frans en Sonja Verboven

De bv start met een kapitaal van 20.000 gulden. Er worden 20 aandelen van 1000 gulden per stuk uitgegeven. Hiervan zijn in 1942 de aandelen met de nummers 1 tot en met 5 zoek geraakt en worden daarom vervangen door nieuwe. De aandeelhouders komen jaarlijks bij elkaar in het pand van UTEM.

Uitgifte van UTEM aandelen á duizend gulden per aandeel, privécollectie Frans en Sonja Verboven
Aandeelhoudersvergadering van UTEM op de Rijksstraatweg 37, UN 8 september 1951
Interieur van de metaalwarenfabriek UTEM met links nog net zichtbaar het smalspoor voor de lorrie, privécollectie Frans en Sonja Verboven (geschonken door oud directeur UTEM)
Interieur metaalwarenfabriek UTEM met de trap naar boven, privécollectie Frans en Sonja Verboven (geschonken door oud directeur UTEM)

Directe buren van UTEM zijn links, carrosserie- en wagenfabriek Trapman en rechts, de Ford garage van Jongerius. Niet zo gek die garages met benzinepompen aan de rand van de stad want er komt veel verkeer langs de stad in en uit.

De Ford garage van Jongerius met Caltex benzinepompen op de Rijksstraatweg met daarachter tussendoor nog net een stukje zichtbaar van de metaalwarenfabriek De Zon 1934, HUA 811830 foto W.de Beer.

De Leidseweg is in de jaren 50 een drukke doorgangsweg met files de stad uit.

File op de Leidseweg de stad uit in 1956, HUA 501561 F.F.van der Werf.

Nog maar net gestart, werkt UTEM in juni 1938 belangenloos mee aan het maken van een prototype van een volgens het Utrechts Nieuwsblad ‘belangrijke uitvinding’. Het betreft een uitvinding van de heer Veldhuizen uit Bennekom die ‘de weerbaarheid van ons leger zeer kan verhoogen’. Het gaat om een doelmatiger ‘richtmiddel voor geweren en andere vuurwapens’, een onderdeel dat op een bestaand vuurwapen kan worden aangebracht om beter te kunnen richten. In militaire kringen bestaat hiervoor volgens het UN grote belangstelling. Wat de uitvinding precies inhoudt blijft in nevelen gehuld.

Personeel UTEM met hoed en pet voor het gebouw aan de Rijksstraatweg met boven het hek het bordje: ingang fabriek. Rechts van de fabriek het woonhuis van de directeur (directeur op de foto in het midden met driedelig pak en zakhorloge), privécollectie Frans en Sonja Verboven ( geschonken door oud directeur UTEM)

Er werken vlak voor de oorlog zo’n 43 mensen bij de metaalwarenfabriek. En dat is veel in deze ruimte met weinig verlichting. Vanaf zijn oprichting vraagt UTEM gelegen nabij Rijksmunt en vlakbij de Muntbrug, regelmatig om nieuwe arbeiders. Metaalarbeiders, metaalbewerkers, bankwerkers en revolverbankdraaiers.
Gevraagd nette metaalbewerkers, aanmelden aan kantoor, 15 minuten gaans van het Centraal Station.
En voor op het kantoor wordt er een vrouwelijke kantoorbediende gevraagd. Het is de tijd dat de meisjes niet langer in de fabriek werken maar op kantoor terecht komen.

Advertenties uit 1947, 1939 en 1941

In de fabriek worden allerlei schroeven, bouten, buffertjes, wieltjes, asjes en andere metalen onderdelen voor apparaten in massaproductie gemaakt. Zoals bijvoorbeeld cilinderschroeven voor Philips Gloeilampenfabrieken in Eindhoven of sluitringen voor een stofzuigerfabriek in Leeuwarden. Een specialisatie van de fabriek is de productie van automatenplaten van staal en er is een facondraaierij.

Briefhoofd Philips Gloeilampenfabrieken, klant van UTEM, januari 1944, privécollectie Frans en Sonja Verboven
Briefhoofd UTEM 1943 doordrenkt met olie, privécollectie Frans en Sonja Verboven

De Klanten van UTEM zitten door het hele land; Daalderop in Tiel, de PTT in Den Haag, Stokvis in Arnhem, Inventum in Bilthoven, de Rotterdamse Droogdokmaatschappij (stoompijpkoppelingen en condensormoertjes), Lips Brandkasten- en Slotenfabriek in Dordrecht, Auping in Deventer en Phoenix Rijwielenfabriek in Leeuwarden, om er maar enkele te noemen. Maar ook aan bedrijven dichtbij levert UTEM zoals aan metaalindustrie Heycop aan de Kanaalweg, IJzerwerf nv aan de Keulsekade of EMI op de Muntkade.
De metalen onderdelen worden allemaal verpakt en vervoerd in blikken of per houten kist. Hiervan wordt bij UTEM een uitgebreide administratie bijgehouden. Op elke kist zit statiegeld en dit krijgt de klant weer terug van UTEM nadat de kist weer retour is gezonden. Dit gebeurt via PTT post en per NS. Dit kunnen we terugzien aan de vele transportbrieven die in het verlaten UTEM-pand zijn gevonden.

Personeel aan het werk aan de draaibanken in de fabriekshal van UTEM ca 1946/1947, privécollectie Frans en Sonja Verboven (geschonken door oud directeur UTEM)

In de jaren 60 is de heer D.L. Ram directeur van UTEM. Bij zijn overlijden in 1978 herdenkt het personeel zijn oud directeur in een advertentie.

Vakantie-en snipperdagenkaart uit 1966 van personeelslid C. vW. in dienst per 4 juli 1949, privé collectie Frans en Sonja Verboven

Rond 1985 komt er een einde aan de bv UTEM. Het pand staat daarna jaren leeg. Het wordt nog een tijd als opslagruimte gebruikt voor auto’s van de Stichtse Automobiel Maatschappij en voor een Machinebedrijf uit de Meern, Omnytec.

Al 30 jaar wonen Frans en Sonja Verboven met hun kinderen in de Schubertstraat. Zij lopen vaak met de hond langs het verpauperde pand op de Leidseweg. De ruiten zijn ingegooid en de boel is zwaar vervallen. Zij dromen van een mooie plek hier. In 2006 zien zij hun kans schoon.

Het verpauperde pand van UTEM met ingeslagen ruiten aan de Leidseweg in 2006, privé collectie Frans en Sonja Verboven. Met Heijmerink stickers op de dichtgetimmerde ramen.

Bij toeval ontdekken ze dat projectontwikkelaar Heijmerink (later gefuseerd met J.P. van Eesteren) een heel gebied heeft opgekocht in Welgelegen maar met bv UTEM in zijn maag zit. Omdat het een gemeentelijk monument is mag het niet worden afgebroken ten gunste van nieuwbouw. Frans en Sonja springen in het gat en kopen de grond en de vervallen fabriek van Heijmans. Na de nodige vergunningen maken ze samen met architectenbureau Zecc (later ook betrokken bij de herontwikkeling van de Cereolfabriek) een plan voor omvorming van de fabriek naar een woonhuis op de eerste etage en bedrijfsruimtes op de begane grond. Dit alles met behoud van zo veel mogelijk details van het oorspronkelijke gebouw.

Bekendmaking van dienst Stadsontwikkeling (toen nog om de hoek gevestigd) van de plannen voor herontwikkeling UTEM in afwijking van het bestemmingsplan november 2006, privé collectie Frans en Sonja Verboven
Vergunning aangevraagd én verleend, 2006/2007, privé collectie Frans en Sonja Verboven

Het wordt een drukke tijd van opruimen, schoonmaken en opbouwen. De kantoortjes boven worden weggebroken. De hele fabriek stinkt en ruikt naar olie. Alle houten balken van Amerikaans grenen worden met een hogedrukspuit schoon gespoten. Op één van de balken treffen Frans en Sonja nog delen van de boekhouding aan uit 1943, 1948 en 1966. Deze geven een inkijkje in de klanten van de fabriek en de metaalwaren die er werden gemaakt.

PTT enveloppe met af- en bijschrijvingen UTEM uit 1948 doordrenkt met olie, privé collectie Frans en Sonja Verboven

Het smalspoor beneden in de vloer van de fabriekshal voor aan en afvoer per lorrie van goederen van en naar het schip in de Leidsche Rijn, moet bij de verbouwing wijken maar de goederenlift naar één hoog wordt behouden. Ideaal om de boodschappen naar boven te vervoeren. In de hal en op de trap naar boven kun je nog steeds de oude fabriek ruiken. Op de eerste etage is een prachtige woonruimte ontstaan.

Bij de opening van het huis geven Frans en Sonja een groot feest op de begane grond in aanwezigheid van veel wijkbewoners. Wat een geweldige feestzaal!
Uit de buurt komen leuke reacties direct na de opknapbeurt. Buurtbewoners zijn blij met behoud van dit monument en de nieuwe woonfunctie en fraaie aanblik. De begane grond wordt als bedrijfsruimte verhuurd. Na een aantal andere bedrijven zit daar nu Elevation Events van Jasper en Joris Coenen, bekend van festivals als Soenda en Smeerboel.

In 2007 komt de gemeente langs met een mooi aanbod. Het betreft het restaureren van historische muurreclames. Op de zijgevel van het pand aan de Leidseweg staan nog slecht leesbare teksten op de muur.

De moeilijk leesbare muurreclame aan de zijkant van het gebouw vóór de renovatie, privé collectie Frans en Sonja Verboven

Na langdurige bestudering blijkt dat het om twee teksten over elkaar heen gaat. De onderste tekst luidt: METAALWARENFABRIEK DE ZON met daarover heen de tekst: METAAL-MASSAPRODUCTEN. Kunstenaar Jos Peeters voert de restauratie uit. Daarbij is er voor gekozen om beide teksten, die over elkaar lopen weer leesbaar te maken. In de Volkskrant van september 2008 noemt Eric van den Berg muurreclames als deze de ‘fresco’s van de middenstand’. Utrecht volgt met het restaureren van de muurreclames het initiatief van de gemeente Kampen die hiermee begonnen is.

Jos Peeters aan het werk in 2007, privé collectie Frans en Sonja Verboven
In de krant: Eerherstel muurreclames, hier Jos Peeters aan het werk bij UTEM 2007, privé collectie Frans en Sonja Verboven
De gerestaureerde muurreclame METAAL-MASSAPRODUCTEN  met daaronder METAALWARENFABRIEK DE ZON anno 2018, juli 2018 A.W.
Hier goed zichtbaar als onderliggende tekst: DE ZON, juli 2018 A.W.

Op een dag staat opeens de laatste directeur van UTEM op de stoep. Hij heeft nog wat mooie oude foto’s van de fabriek in zijn bezit en schenkt deze aan de huidige bewoners. Zij blazen de foto’s enorm op en deze sieren nu de hal van het huis.

Op vrijdagavond 15 september 2008 hebben Frans en Sonja de schrik van hun leven. Er is brand uitgebroken bij een autobedrijf op de Schönberglaan achter hun huis. Er bevinden zich schadelijke stoffen in de garage en het vuur slaat over naar een naastgelegen voormalige meubelzaak waar op dat moment krakers wonen. Er is veel rook en er zijn hoge vlammen. Ook het pand bv UTEM op de Leidseweg komt in de gevarenzone. Frans en Sonja moeten halsoverkop hun huis verlaten en nemen zo veel mogelijk spullen mee. (Oud)buren komen daarbij helpen. Gelukkig komt er ’s nachts het sein BRAND MEESTER, waarna er een feest volgt op de Leidseweg dat tot in de kleine uurtjes doorgaat.

Brand op de Schönberglaan, NRC Next 15 september 2008, privé collectie Frans en Sonja Verboven

Frans en Sonja wonen nog altijd met veel plezier in het historische pand aan de Leidseweg. Ook al komt de laatste tijd de rust van de eerste jaren een beetje in het gedrang. Er wordt veel naast en om hen heen gebouwd. En is er sinds kort achter het huis een speeltuintje. Maar nieuwe buren betekent ook weer meer levendigheid en nieuwe contacten. Nog even tot de laatste bouwactiviteiten om hen heen zijn afgerond en Frans en Sonja wonen in een hele nieuwe omgeving.

Bronnen:
Foto bovenaan: UTEM Leidseweg 125 winter 2007, foto privécollectie Frans en Sonja Verboven.
Utrechts Nieuwsblad maart 1917, april 1924, juni en augustus 1928, augustus en november 1937 en augustus 1942. De Ingenieur, 8 april 1911. Maandschrift van het CBS 1 januari 1912.  De Tribune, 3 juli 1920. De Banier 6 juli 1938. De Telegraaf 12 december 1978. De Volkskrant september 2008, Fresco’s van de middenstand door Eric van den Berg. 
Van der Heem nv draaierij, F.C. de Gruyter
’t Komt in orde, het ware verhaal achter Villa Jongerius, Bettina van Santen, Utrecht 2013
Historische muurreclames Utrecht, Gemeente Utrecht 8 juni 2007.
Elevation Events.com
Wonenindewij.nl
destemvanwest.nl wonen in een fabriek 18 september 2013.
Gesprek met Frans en Sonja Verboven 3 juli 2018.

 

Dit vind je vast ook leuk

  • Yvonne Scherpenisse · Edit

    Hallo Anna,

    Je zorgt opnieuw voor een prachtig verhaal over onze mooie wijk.
    Wat is er veel (onbekende) informatie over dit gebouw en haar historie ontdekt!
    Mijn complimenten voor je site en dit artikel.

    Yvonne Scherpenisse. (Leidseweg 190)

    Reply
  • Hallo Anna,

    Frans en ik zijn heel blij en verguld met jouw uitgebreide verhaal over onze eigen Utem.
    Wij wisten natuurlijk wel het één en ander van de geschiedenis van dit pand, maar door jouw research zijn we weer een beetje wijzer geworden.
    Hartelijk dank daarvoor.
    Wij hopen nog lang in dit prachtige pand,op deze mooie plek te wonen.

    Sonja en Frans Verboven.

    Reply
  • Ongeveer twintig jaar geleden werd bekend dat de Ford garage aan de Leidseweg zou sluiten. De gebouwen werden gesloopt ,inclusief het UTEM gebouwtje dat op dezelfde grond stond en eigendom was van de directeur de heer Minnesma. Hij verkocht het geheel aan een projectontwikkelaar die er huizen zou gaan bouwen. Omdat ik het UTEM gebouw voor sloop wilde behouden heb ik toen een verzoek ingediend bij de gemeente Utrecht om het als monument (industrieel erfgoed) een beschermde status te geven. Samen met Bettina van Santen, Architectuurhistoricus, heb ik het Fabriekje bezocht en ook zij vond dat het behouden moest blijven. Bij dat verzoek moesten nog wel drie mensen uit de buurt mijn verzoek ondersteunen. Na een korte toespraak van mij en een bevlogen presentatie van Bettina van Santen voor de commissieleden van het Monumentenfonds was men het met ons eens en werd het fabriekje een Gemeentelijk monument dat niet meer mocht worden afgebroken. Toen het bericht hierover in de pers verscheen was de heer Minnesma niet blij, hij vond het een oud krot dat afgebroken moest worden. Tot zover deze geschiedenis zo als het echt gegaan is en die ik toch nog graag eens wilde vertellen.

    Reply
  • Dank voor deze waardevolle aanvulling.
    Goed om te weten dat buurtbewoners oog hebben gehad voor de schoonheid van dit gebouw en ervoor gezorgd hebben dat de UTEM op de Gemeentelijke monumentenlijst is gekomen, waarmee sloop is voorkomen!!
    Al in 1998 had het Rijk gekeken of de UTEM op de lijst van Rijksmonumenten geplaatst kon worden maar het pand werd destijds niet als zodanig van nationaal belang geacht. (Aldus een artikel in het Utrechts Nieuwsblad in juli 2001, met dank aan buurtbewoner Frans van der Velden). Gelukkig is de gemeente Utrecht op voordracht van een aantal omwonenden waaronder Rinke en Frans op tijd tot het inzicht gekomen dat dit voorbeeld van industrieel erfgoed behouden diende te worden.

    Reply

Laat een antwoord achter

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *