Herderplein, 1955 – 1965

Het Herderplein (1955) is vormgegeven als middelpunt van de nieuwe naoorlogse wijk De Halve Maan. Zelf spreken bewoners en anderen in die tijd trouwens steevast over Oog in Al. Bij het ontwerp van het plein en de woningen eromheen zijn enkele Utrechtse architecten en kunstenaars betrokken. De winkelgalerij met de woningen erboven, de zogenaamde maisonnettes, zijn ontworpen door de landelijk bekende Rotterdamse architect E. F. (Ernest) Groosman.

Al in 1936 stelt de gemeenteraad het uitbreidingsplan Parkwijk de Halve Maan vast. Vernoemd naar ‘’Halve Maan’’, de boerderij De Halve Maan die op de plek stond van het latere Militair Hospitaal. De wijk wordt gezien als een voortzetting van Oog in Al met eengezinswoningen met tuintjes voor en achter. Ook het stratenplan is een voortzetting van Oog in Al met onder meer een zichtlijn vanaf de Beethovenlaan naar de toekomstige Mattheuskerk. De straten in dit deel van de wijk krijgen de namen van internationale dichters en schrijvers zoals Fontaine, Dickens, Calderon, Cervantes en Herder. Von Herder was een Duitse dichter, filosoof en theoloog (1744-1803). De naam van Shakespeare valt af als straatnaam: te moeilijk om te schrijven en uit te spreken. Er wordt gekozen voor de benaming ‘’lanen’’ in plaats van ‘’straten’’ om zo het gevoel van welstand te benadrukken, denk aan Herderlaan en Dickenslaan.

Door het uitbreken van de oorlog blijven de plannen voorlopig op de plank liggen. En na de oorlog zijn de omstandigheden drastisch veranderd. Er is een tekort aan bouwmaterialen en de woningnood is hoog. De oude uitbreidingsplannen van voor de oorlog gaan van tafel en er komt een geheel nieuw plan voor de nieuwe wijk Halve Maan in 1951. Burgemeester De Ranitz: een nieuw plan is beter dan ’t oude aanpassen. Het nieuwe plan voorziet in meer woningen, waaronder ook sociale woningbouw en ook meer voorzieningen op loopafstand zoals winkels, garages en werkplaatsen. Nieuw daarbij is de hoogbouw van drie of vier etages. Tevens komen er groene binnenterreinen en pleinen, een recreatiezone aan het Amsterdam-Rijnkanaal en een speelweide op de noordpunt.

Algemeen Dagblad 19 juni 1950

Van der Stad, hoofdarchitect van de dienst openbare werken gemeente Utrecht in 1955: men had ook hier alleen rijen eengezinshuizen willen toelaten, maar moest tot vermeerdering van het aantal woningen overgaan door de bouw van flats. De wijk is bedoeld voor de beter gesitueerden, zoals ambtenaren en onderwijzers. De flats krijgen luxe voorzieningen zoals een terrazzo aanrechtblad en een badkamer met voet- zitbad.

Het Herderplein

Het Herderplein behoort tot het noordelijk deel van de Halve Maan, in de plannen Halve Maan II genoemd. Vooral in het jaar 1955 komen hier veel nieuwe woningen.

Vroege foto Herderplein rond 1955. Nog geen bronzen beeld. Nog geen vloermozaïek. Mét spelende kinderen en flats en winkelgalerij Groosman. HUA 58191. Fotograaf G.J. Lauwers.

De Utrechtse gemeentearchitect Antonio Salvatore ontwerpt het plein. Hij woont zelf op de Johan Wagenaarkade en zal in de jaren 60 verhuizen naar de Bernadottelaan, alwaar hij onder meer de apotheek ontwerpt. Het Herderplein wordt een plein met een verdiept bassin met daaromheen bomen, zitjes en plantenbakken. Bolvormige lantaarnpalen vormen de verlichting. Er komt een sokkel voor een kunstwerk en op de bodem van het bassin een mozaïek, dat niet alleen vanaf de grond maar juist ook vanaf drie en vier hoog bewonderd kan worden.

Utrechts Nieuwsblad 2 november 1955

De kunstenaar van dit vloermozaïek is Jan Boon die zelf om de hoek op de Johan Wagenaarkade woont. Hij werkt samen met de architect Salvatore voor zijn ontwerp. Het betreft een patroon van plant- en dierfiguren in zwart en wit asfalt op de bestaande betonfundering. (zie ook het artikel Jan Boon op deze website).

Vloermozaïek van Jan Boon van bovenaf met kinderen op de rolschaats en een moeder met kinderwagen, 1956. Nog geen bronzen beeld van Jan Luijn. HUA 44692. Fotograaf G.J. Lauwers.

Als er in mei 1957 een tentoonstelling van het werk van Jan Boon bij de Utrechtse Kring in de Brigittenstraat wordt gehouden, wordt ook zijn ontwerp voor het Herderplein in klein formaat getoond.

Ontwerp asfaltkunstwerk van plant- en dierfiguren van Jan Boon 1955. HUA 44691

In 1956 wordt er voor een eventueel beeldhouwwerk op het plein vooronderzoek gedaan. Met behulp van latten en linnen wordt er met een dummy gekeken aan welke afmetingseisen een daar te plaatsen beeldhouwwerk moet voldoen. Op de sokkel komt uiteindelijk in 1959 een 3,5 meter hoog bronzen beeld van de hand van de tevens Utrechtse kunstenaar Jan van Luijn, vriend van Jan Boon. Dit beeld wordt betaald uit het Fonds Stadsverfraaiing (onder wethouder Hendrik van der Vlist tot stand gekomen, zie artikel Hendrik van der Vlist op deze website). Deze zich oprichtende vrouw symboliseert de nieuwe wijk die is opgerezen uit de polder. Jan van Luijn heeft het beeld in gips bij Bousquet in Parijs laten maken en dit in delen naar Leiden vervoerd om het bij Firma Stöxen in brons te laten gieten.

Het bronzen beeld ‘zich oprichtende vrouw’ van Jan van Luijn komt aan bij het Herderplein in 1959. HUA 23178

Op vrijdag 25 september 1959 wordt het beeld onthuld door de echtgenote van de beeldhouwer en wethouder Hendrik van der Vlist van Kunstzaken spreekt een openingswoord. (zie ook de artikelen Het Hert en Hendrik van der Vlist op deze website).

Marius van Beek wijdt in De Tijd (1959) een artikel aan de naakte vrouwenbeelden in Utrecht. Het verbaast hem want hij meent dat dit in Nederland en zeker in Utrecht een taboe is. Er hebben zich heel wat onverkwikkelijke kwesties hieromtrent afgespeeld aldus Van Beek. Sommigen vinden het beeld aanstootgevend en er schijnt zelfs iemand verhuisd te zijn om die reden. Ook In de Oranjevereniging Burgerzin en Wijkbelang wordt er gesproken over het overschrijden van een fatsoensnorm.

Eenzaam naakt in de mist 1960. HUA 361157. Fotograaf S. Budde

Het plein is geschikt voor ontmoetingen en festiviteiten en voor de kinderen is het een geweldige speelplaats. Hier komt dé rolschaatsbaan van de buurt en ’s zomers kunnen kinderen er plonsen en ‘s winters schaatsen.

In het boek Nederlandse Bouwkunst na 1900 van R. Blijstra, dat in augustus 1957 bij de Bezige Bij verschijnt, worden een aantal opmerkelijke prestaties op het gebied van bouwkunst genoemd waaronder het winkelcentrum Herderplein en de Spinozaschool in Oog in Al in Utrecht.

Bij het verschijnen van het boek Modern European Architecture (1960) van de architect Alexander Dorgelo wordt het vermaarde moderne Herderplein in dagblad Trouw vergeleken met het Marktplein in Harlow in Engeland, alwaar Queen Elisabeth in 1957 een bezoek brengt. In Utrecht lijkt het latere Smaragdplein (1960) op (onderdelen van) het Herderplein.

Marktplein in Harlow Verenigd Koninkrijk, 1955. Het Herderplein doet aan dit plein denken. Copyright Francis Frith
Woningen en winkels rond het plein, zo kan Utrecht bouwen
UN 21 augustus 1953

Rond het plein komen blokken woningen met doorzichten. Aan de noordzijde van het Herderplein verrijst een vier verdiepingen hoge flat met 26 maisonnettes en een winkelgalerij op de begane grond.

Maisonnettes met winkelgalerij van architect Groosman rond 1955/1956. Met o.a. de winkels Lubro, Bloembergen, Beaujolais en Bruna. HUA 58211

De maisonnettes zijn in de Nederlandse woningbouw een nieuw type (duplex) woning. Het zijn galerijwoningen van twee bouwlagen. Wonen en slapen zijn gescheiden door middel van een interne trap. Het ontwerp is van Ernest Groosman. Het UN noemt dit complex een gebouw van waarlijk stedelijke allure.

UN 4 augustus 1955

Groosman ontwerpt ook nog andere woningen in dit deel van de wijk aan de Calderon- en Dickenslaan , in het totaal gaat het om 194 woningen. In 1953 worden de bouwplannen van Groosman door B & W voorgelegd aan de gemeenteraad. Van de 194 woningen uit het bouwplan van Groosman zijn er 4 woningen met twee vertrekken, 80 woningen met drie, 58 woningen met vier, 26 met vijf en 26 met zes vertrekken.

Woningen van architect Groosman aan de Calderonlaan, met in de onderbouw de slaapkamers en bergruimten, 1955/1956. HUA 54826. Fotograaf G.J. Lauwers.

Groosman, geboren in Zeeland, heeft een bouwkundige opleiding gevolgd aan de MTS in Utrecht en studeert daarna door aan de Academie voor Bouwkunst in Amsterdam. In 1948 richt hij zijn eigen architectenbureau op in Rotterdam. Hij wordt later bekend van onder meer de Parkflat (1958) en Ahoy in Rotterdam (1970) en de Martinihal in Groningen. Groosman wordt dé architect van de systeembouw, woningen die deels al in de fabriek zijn gemaakt. Dit ziet hij als antwoord op de enorme woningnood. Over zijn Parkflat in Rotterdam zegt Groosman in 1956: Hier woont men niet meer in een straat, een laan of aan een weg. Hier woont men in de wereld. Zijn flats in Halve Maan dateren nog van voor die tijd, hier is nog geen systeembouw toegepast.

De Parkflat van Groosman in Rotterdam (systeembouw), De Maasbode 17 november 1956

Woninginrichtingszaak Toonkamer bij den Dom uit de Korte Jansstraat wordt gevraagd om twee modelwoningen in te richten. De modelflats zijn te bezichtigen in de Calderonlaan 31 en Dickenslaan 33-I. Het UN schrijft over de modelwoningen onder de kop Harmonie tussen huis en behuizing: In de Calderonlaan (ontwerp Groosman) is er een vijfkamerflat ingericht met eenvoudige middelen. Niet iedereen zal enthousiast zijn over de vondst om een bepaalde hoek in de kamer citroengeel te schilderen, maar we geloven b.v. dat de tafel, die met een hoek om het trapgat heen loopt, wel bij velen in de smaak zal vallen (…) 

Foto’s van de modelwoning Calderonlaan met de woonkamer met tafel. De trap gaat naar de lager gelegen slaapkamers, 1955/1956. Fotograaf G.J Lauwers. HUA 54825 en 54624

En het UN vervolgt: In de driekamerflat aan de Dickenslaan (ontworpen door de Gemeentelijke Bouw- en Woningdienst) is alles wat luxueuser. Speciaal voor de dames: de gemeente heeft bijzonder haar best gedaan op het keukentje.

Foto’s van de modelwoning Dickenslaan van de badkamer met zitbad en van de woonkamer met wandrek (van Tomado?), 1955/1956 .Helaas niet van het ‘keukentje’ waarover het UN spreekt. HUA 55766 en 55764. Fotograaf G.J. Lauwers

De woninginrichtingszaak Toonkamer bij den Dom werkt graag met meubels van ‘’onze tijd’’ onder meer van Pastoe.  De moderne meubels nemen minder ruimte in. Met Pastoe meubels ruimer wonen in uw woning. En veel woningen worden uitgerust met een Bruynzeel keuken. De advertenties zijn uit 1955.

Andere woningen aan het Herderplein (Herderplein 1-6 en 7-12) en de Herderlaan (nummers 2-20 en 1-15) zijn van het Utrechtse architectenbureau De Jongh, Taen en Nix ( vanaf 1957 Bureau Taen en Nix) uit de Boothstraat 13. Theo Taen is de kleinzoon van architect Pierre Cuypers. De Jongh, Taen en Nix  bouwen in totaal 108 woningen in dit deel van Halve Maan (ook nog aan de Dickenslaan 34-48). Op de aanbesteding van de bouw van de woningen in 1953 reageren 12 bouwbedrijven. De laagste bieder is Van Eijkelenburg uit Rosmalen voor 1.288.000 gulden. Het wordt hem gegund. Hij vraagt in 1954 schilders voor de nieuwbouw van 300 flats op het terrein tussen de Lessinglaan en het Amsterdam-Rijnkanaal.

UN 3 juli 1953

Bij de woningen aan het Herderplein en aan de Herderlaan (oostelijk deel van het plein) uit 1954 van De Jongh, Taen en Nix vallen de verschillende materialen en het kleurgebruik (gele baksteen) op. Ook opvallend zijn de ronde daken (fuséedaken) gemaakt met een speciale betonconstructie met in het midden een bakstenen schoorsteen. De daklijn is in strijd met de bouwverordening. De gemeente verleent vrijstelling. De woningen hebben een intern portiek met een betonnen spiltrap. In de voortuinen komen betonnen pergola’s. De woningen krijgen stalen ramen, een keuken met terrazzo aanrechtblad met gootsteen en boven het aanrecht een dubbel pannenrek. Ook komt er een combinatie douche-bad. Er zijn balkons en vuilstortkokers. De huurprijs wordt 10 á 11 gulden per week (1957).

Herderlaan/Herderplein 1955/1956, woningen van De Jongh, Taen en Nix met pergola’s en spelende kinderen en buurvrouwen die een praatje maken. Foto boven HUA 58189 en beneden HUA 58212, Fotograaf G.J. Lauwers

De woningen aan de zuidkant van het Herderplein van De Jongh, Taen en Nix zijn bestemd als bejaardenwoningen. Het UN van augustus 1955 vindt deze woningen met de ronde daken maar niks: Jammer dat de woningen zoveel hebben van een fabriekshal met hun bolle dak en merkwaardige lichtopstanden. Terwijl later (2009) in een inventarisatie van de naoorlogse wijk Halve Maan wordt gesproken van woningen die qua architectuur uniek zijn in de stad.

Bejaardenwoningen aan de zuidkant van het Herderplein van De Jongh, Taen en Nix met de ronde daken, 11956, HUA 814220, fotograaf C.J. van der Meulen

Andere ontwerpen van de Jongh, Taen en Nix in Utrecht zijn onder meer woningen in de Prinses Margrietstraat (1957), het St. Bonifatiuslyceum aan de Fockema Andrealaan (1957) en de flats voor studentenhuisvesting SSH in de Rubenslaan (1967).

De Bejaardenwoningen in de La Fontainestraat 1-6 staan haaks op het Herderplein en zijn ontworpen door de Gemeentelijke Bouw- en Woningdienst in 1955. Het zijn boven- en benedenwoningen met een opvallende architectuur. De woningen maken deel uit van een complex met hoogbouw langs het Amsterdam-Rijnkanaal, waarbij de houten gevelpanelen zijn geleverd door de Utrechtse houthandel Malba uit de Gansstraat. Ook deze worden in 2009 bijzonder genoemd vanwege de bestemming als bejaardenwoningen en de vormgeving.

Bejaardenwoningen in de La Fontainestraat nummer 4 en 5, dwars op het Herderplein, van de Bouw- en Woningdienst van de gemeente Utrecht, 1954-1964 HUA 56745

Vanaf het Herderplein (westzijde) is ook nog een rij woningen te zien aan de Dickenslaan. Ook deze zijn in 1955 ontworpen door de Gemeentelijke Bouw- en Woningdienst. De gevels zijn van gele baksteen, de ingangen hebben rode baksteen en een luifel, de balkons zijn van blauwgrijs beton, gevormd als golfplaat, met (oorspronkelijk) rode bloembakken en aan de kopse kant van het gebouw staan pergola’s.

Gezicht op de woningen aan de Dickenslaan van de Gemeentelijke Bouw- en Woningdienst, vanaf het Herderplein gezien. Foto van dia. 1960- 1965. HUA 22815

Vanaf het plein is er ook nog een doorzicht naar de moderne gereformeerde Pniëlkerk (1955) van het architectenbureau P.H. Dingemans  en Sj. Wouda.

Doorkijk naar de Pniëlkerk vanaf het Herderplein (nog nat van de plasvijver) en rechts de woningen van De Jongh, Taen en Nix, 1959. HUA 58206. Fotograaf G. van der Haar.
Winkels

Onder de woningen van Groosman komen 13 winkels van 4 x 7 meter met daarbij een kleine dagruimte en een kelder van 18m2. De bevoorrading verloopt via de achterkant.

Na een advertentie in de krant melden zich 48 gegadigden voor de winkels. Er moet dus een keuze worden gemaakt wie wel en wie niet. Het moeten winkels zijn voor de dagelijkse boodschappen. Er zijn ook winkeliers met al een vestiging in Oog in Al die belangstelling hebben. Enkelen van hen vallen buiten de boot zoals drogisterij Franken van de Beethovenlaan 18, Kapper Vermeulen van de Goethelaan 80 en kapper Van Eck uit de Händelstraat.

Feestelijke opening, wijk tintelend van leven

Op 13 september 1955 wordt de Halve Maan winkelgalerij feestelijk geopend. Er is veel belangstelling en burgemeester de Ranitz hijst de Halve Maan vlag. De Ranitz: Er is hier een mooie aantrekkelijke en moderne winkelwijk ontstaan, waarvoor ik gaarne hulde breng aan de architect E.F. Groosman en aan alle gemeentelijke diensten die hun medewerking hebben verleend aan de vlotte totstandkoming van deze literaire wijk. Padvinders mogen voor deze keer op het platte dak van de winkelgalerij om 14 keer de nationale driekleur uit te hangen.

Feestelijke opening van de winkelgalerij, september 1955. Burgemeester DE Ranitz hijst de Halve Maan vlag, padvinders op het platte dak, kinderen met ballonnen. Winkel Beaujolais goed zichtbaar. Telefooncel op de stoep voor het postagentschap. Foto: archief Oranje- en Wijkvereniging Oog in Al.

Onder de aanwezigen bevinden zich de wethouders Derks en Ploeg, de geneesheer directeur van het Militair Hospitaal, de hoofdcommissaris van politie, de directeur van de VVV, de directeur Bouw- en Woningtoezicht en vele bewoners. Honderden kinderen laten ballonnen op en maken een lampionnenoptocht door de wijk met na afloop een versnapering. Vanaf 17 uur openen de winkels hun deuren en is er een receptie voor genodigden in de slagerij van familie Boereboom. Op het Herderplein staat een grote tent. Hier wordt muziek gemaakt door Harmonieorkest Utrecht en er wordt tot 23 uur ‘s avonds gedanst. Na de opening volgt er een feestweek met avondopenstelling van de winkels, elke avond muziek, feestelijke verlichting verzorgd door de GEVU en extra mooie plantenbakken van de plantsoenendienst. Er is een letter wedstrijd met mooie prijzen en op de laatste avond treedt de mannenzangvereniging Aurora op en volgt er een bal-champêtre. Een commissie onder leiding van winkelier slager Boereboom heeft alle activiteiten voorbereid. Maar er klinken ook wanklanken. Tijdens de feestweek komen er ’s avonds ook opgeschoten knapen naar het plein die veel lawaai maken voor de winkels en daar stoeien en voetballen met gevaar voor de ruiten van woningen en winkels.

De winkels

Allereerst is daar Slagerij W.M. Boereboom op nummer 13. Het is het derde filiaal van Boereboom’s Vleeswarenbedrijf met al eerdere vestigingen in de Oudwijkerdwarsstraat (sinds de jaren 20) en in de Voorstraat.

Eerste vestiging van slagerij Boereboom in de Oudwijkerdwarsstraat 98, januari 1920. HUA 3801

Wat Boereboom maakt, smaakt! In al onze bedrijven grote voorraden en vlotte bediening! Later wordt dit filiaal eigendom van H. A. A. Boereboom, Keurslager, met op woensdag gehaktdag en later nasi en bami van het Verre Oosten uit Den Haag. U proeft het! Het is van de Keurslager. De advertenties zijn uit 1955:

Op nummer 14 komt een filiaal van Bakkerij Lubro, de Utrechtse Luxe Brood- en Banketbakkerij met veel vestigingen in de stad. De bakkerij is sinds 1919 gevestigd in de Abel Tasmanstraat en opgericht door de familie Schmidt (woonachtig in Oog in Al). Zij verkopen onder meer Wonderwit, vierkante sneetjes witbrood verpakt in geplastificeerd wit papier.

Wonder-Wit van Lubro, 1964. HUA 125775, fotograaf L.H. Hofland

Ernaast op nummer 15 komt een filiaal van Drogisterij Blombergen. Ook Drogisterij Franken van de Beethovenlaan 18  heeft belangstelling voor een filiaal aan het Herderplein maar er wordt gekozen voor Blombergen. Blombergen zit al in de Jan van Scorelstraat en een derde vestiging volgt in 1957 in het nieuwe winkelcentrum in Zuilen op de J.M de Muinck Keizerlaan. Blombergen adverteert als ‘’moderne cosmetische pharmaceutische drogisterij” en later als ‘’drogisterij parfumerie”. De drogisterij verkoopt onder meer produkten van Margarete Astor zoals Air Poeder (make-up om JA tegen te zeggen) en verzorgingsproducten van het merk Femia. De advertenties zijn uit 1962:

In 1957 trouwt de heer A. Blombergen met mevrouw G. A. Vermeulen en ze wonen boven de zaak op één hoog. Mevrouw Blombergen volgt een opleiding tot schoonheidsspecialiste en opent in 1959 haar eigen schoonheidsinstituut Blombergen-Vermeulen aan de J.M. de Muinck Keizerlaan 34 in Zuilen. De familie verhuist ook naar dit adres samen met Mopje, een zwart wit poesje. De schoonheidssalon werkt met producten van het merk Sans Soucis, 100% plantaardig. Er worden door de schoonheidsspecialiste huidverzorgingsdemonstraties in Hotel Smits gehouden op het Vreeburg waarvoor ook op het Herderplein bij de drogisterij kaarten te koop zijn voor 3,50 gulden per stuk. Later vestigt zich Fancees Hairshop op nummer 15, nu zit de kapperszaak in de Händelstraat.

Op nummer 16  komt Dameskapsalon Gerda van Wijhe, voor moderne coiffures. Ook herenkapper Vermeulen van de Goethelaan 80 heeft belangstelling voor een filiaal op het Herderplein want dan kunnen de dames in de Goethelaan blijven en kunnen de heren voortaan naar het Herderplein. De ruimte in de huidige zaak is namelijk eigenlijk te krap. Maar dit plan wordt afgekeurd.

Advertentie Gerda van Wijhe rond Sinterklaas 1961, in Contact Orgaan Oranje Wijkvereniging

Dan volgt Groentenzaak M.T. van der Wurf op nummer 17. De zaak komt in 1964 in de krant omdat er geld is gestolen uit de kassa. Een jongen van 13 die daar regelmatig over de vloer komt blijkt de dader. In de loop der tijd heeft hij zeker 500 gulden ontvreemd. Buurtbewoner Wout van Kouwen herinnert zich dat ze voor de boodschappen altijd naar het Herderplein gingen en dat er bij groenteboer Van der Wurf  grote stapels kranten op de toonbank lagen waar de groente in werd verpakt.

Advertentie rond sinterklaas 1961, in Contact Orgaan Oranje Wijkvereniging

Op nummer 18/19 komt Kruidenier de Groot (zelfbediening) met ook een filiaal in de Laan van Nieuw Guinea. De Groot wordt begin jaren 60 opgevolgd door Zelfbediening F. A. Terstappen. Ter Stappen woont boven de zaak op 18-I en verhuist later naar de Chopinstraat 1. Deze kleine supermarkt verkoopt onder meer brood van Do Schat.

UN 20 september 1962

Op het Herderplein 20 komt Banketbakkerij L. Bos. Begin maart 1960 wordt hij opgevolgd door banketbakkerij J. A. Bierlaagh.

Advertentie december 1961 in Contact Orgaan Oranje Wijkvereniging

Deze banketbakker uit Montfoort heeft reuze pech want al twee weken na de opening dringen er kinderen zijn zaak binnen die de vloer, ruiten en muren besmeuren met 300 kapot geslagen eieren. De vloer is daardoor spekglad en de banketbakker schrikt zich een hoedje als hij op maandagmorgen de zaak binnen komt. Ook hebben de indringers 12 kilo amandelstrooisel op de vloer gegooid tegen de gladheid. De kinderen zijn er met honderden repen chocolade vandoor gegaan. Naar aanleiding van dit eieren incident verschijnt er een ingezonden brief in het UN: Wat doen de ouders? De schrijver stelt de ouders (lees: moeders) verantwoordelijk voor de daden van hun kinderen en ze zouden de schade moeten betalen en hun kinderen ter verantwoording moeten roepen. Maar ook: waar waren de buren? vraagt de briefschrijver A.A. vd D. zich af. Hebben die niets gehoord of gezien? Of zwijgen ze om niemand af te vallen? Een paar dagen later worden er twee jongens (negen en tien jaar oud) aangehouden op een lagere school in de buurt. De schade bedraagt minstens 1000 gulden.

Bierlaagh neemt de schade op in zijn winkel op de ochtend na ”het eieren incident” UN 21 maart 1960

Op nummer 21 komt kaashandel Wientjes en later zuivelspeciaalzaak Van Veenendaal.

Op het Herderplein 22 komt G. J. Klabbers schoenenmagazijn.

UN 3 april 1957

Na zijn huwelijk met C. A. M. Jenner gaat de familie boven de winkel wonen op één hoog. En er worden kinderen geboren. Firma Klabbers adverteert onder meer met schoenzooltjes van het merk Phillips: Double the life of your shoes. Klabbers bestaat nog in Vleuterweide Centrum en adverteert met: 90 jaar Klabbers schoenen.

UN 1959

Op nummer 23 komt een modern filiaal van Cor Stamhuis textiel. Stamhuis heeft al een zaak in de Franz Schuberstraat 77 (sinds 1938). Op het Herderplein ziet hij nieuwe uitbreidingsmogelijkheden onder meer om in een bestaansmogelijkheid voor zijn twee dochters te voorzien waaronder dochter An. Zij gaat in 1955 direct na het afronden van de middelbare school aan de slag in de winkel van haar ouders op het Herderplein. An in 2008: Volgens zeggen was het Herderplein het eerste winkelcentrum van Nederland. Het was een mooi plein en de buurt was leuk: veel jonge gezinnen met kinderen. Op het plein zaten alle winkels bij elkaar. Ook onze zaak liep als een trein. Stamhuis verkoopt vooral ondergoed, panty’s en fournituren, zoals ondergoed van het merk VASA Roulette of Hollandia. Roulette de make-up voor uw figuur. Of Hollandia Tricot, Ondergoed van de bovenste plank.

Advertentie Roulette van Cor Stamhuis, UN 3 april 1960

Moeder Stamhuis heeft het vak met de paplepel ingegoten gekregen, zij stond al op haar elfde achter de toonbank in Warffum, Groningen. Als er een nieuwe winkelgalerij in de Händelstraat komt (tegenover de Dominicuskerk) verkassen de ouders van An met hun winkel in 1957van de Schubertstraat naar de Händelstraat 59. Uiteindelijk nemen An en haar man Ad Gründlehner de winkels in de Händelstraat en op het Herderplein over van haar ouders en krijgt de zaak de naam Modehuis ‘t Anker en nog weer later ACM Modes. Beide zaken op het Herderplein en in de Händelstraat lopen erg goed. Bewoners gaan alleen voor de grote dingen naar de stad. Stamhuis adverteert: Voor iets beters blijft men in Oog in Al. 

Slijterij wijnhandel Beaujolais komt op nummer 24. Dit wordt hét adres in de wijk voor sterke drank zoals de schotse whisky van Queen Anne.

UN 16 augustus 1962

In 1956 wordt er ingebroken en wordt er maar liefst 600 gulden uit de kassa gestolen. De inbreker is via het tuimelraam aan de achterkant naar binnen geklommen en de sleutel van de kassa lag voor het grijpen op het bureau in het kantoortje. Via het WC-raampje kon de dader weer verdwijnen.

Op nummer 25 komt sigarenmagazijn Media Luna. Per 2 december 1957 wordt hier ook een postagentschap annex telegraafstation gevestigd. Hier kun je terecht voor postzaken en stencilwerk maar je kunt je hier ook opgeven voor rijlessen in een nieuwe Ford Taunus van autorijschool Broersma, voor 5 gulden per uur. Buiten voor de deur komen een brievenbus en een telefooncel. En heel modern voor die tijd: er komt hier op het plein in 1960 een papierbak te staan. Dit is een proef van de gemeentelijke reinigingsdienst, het gaat om totaal 50 bakken in de stad. Het is een blauwe bak met een gele kleurband waarop met grote letters PAPIER staat.

UN 22 september 1960

Deze winkel op nummer 25 staat ook als BRUNA kiosk bekend. En in de sigarenwinkel komt ook een plek voor de herenkapper J Bode, zelf woont de kapper op nummer 7.

Advertentie december 1961 in Contact Orgaan Oranje Vereniging

Frans Storm van Leeuwen komt vaak bij het postagentschap: Ik groeide in de jaren 50 en 60 op in Oog in Al en begon als klein kind al met postzegels verzamelen. Ik was kind aan huis bij het postagentschap aan het Herderplein in Oog in Al. De kantoorhouder zei mij eens dat ik op het hoofdpostkantoor op het Neude moest kijken, daar hadden ze een filatelieloket! Elk voorjaar richten enkele dames van de Vrouwelijke Vrijwillige Hulpverlening een stand in bij het postagentschap voor de verkoop van zomerzegels waarvan de opbrengst bestemd is voor een goed doel.

In 1962 verenigen de winkeliers zich in de winkeliersvereniging Herderplein want eendracht maakt macht. In 1956 wordt er een braderie georganiseerd vanuit de winkeliers maar daarna gebeurde er niet meer zo veel en daar moet verandering in komen. Er komen feestweken, lichtmasten en vlaggen en één keer per veertien dagen verschijnt er een eigen blad. In het bestuur nemen de heren J. van Hemert, C. de Vos en J. Bode zitting. De adviescommissie bestaat uit de heren F. A. Verstapen G.J. Klabbers,  G. Hofman en J.A. Bierlaagh. Zij adviseren het bestuur over speciale acties. Doel is om de buurtbewoners aan hun eigen winkelcentrum te binden. En dit lukt want bijvoorbeeld de Familie Robbens van de Calderonlaan, die in 1958 als eerste bewoners naar Kanaleneiland verhuizen, blijven voor de boodschappen naar de kruidenier, melkboer en bakker in hun oude buurtje op het Herderplein gaan.

In oktober van datzelfde jaar wordt er flink gehamsterd in de winkels op het Herderplein maar ook in veel andere winkels in de stad. President Kennedy heeft een toespraak gehouden over het conflict met de Sovjet Unie over Cuba en de dreigende atoomoorlog (Cubacrises); de schrik zit er goed in. De Bescherming Burgerbevolking adviseert huisvrouwen om noodrantsoenen aan te leggen. Het UN gaat langs bij de winkeliers op het Herderplein. Er worden meer dan gewone hoeveelheden levensmiddelen verkocht en een winkelier op het Herderplein vertelt : Ja het is weer aan het beginnen. Er is weer vraag naar noodpakketten. Verder worden er veel blikgroenten gevraagd. Er zijn huisvrouwen die meer dan twintig blikken groente ineens kopen.

Belangstelling uit binnen- en buitenland

Het nieuwe plein en de woningen er omheen worden goed ontvangen in en buiten Utrecht. Menig bezoeker uit binnen- én buitenland komt er een kijkje nemen. Nog voordat het plein helemaal af is komt Koningin Juliana de nieuwe wijk bekijken. Zij is op 2 december 1954 in Utrecht voor het slaan van de nieuwe zilveren gulden in de Munt en doet daarna tijdens een rondrit langs nieuwbouw in Utrecht ook de nieuwe wijk Halve Maan aan.

Algemeen Dagblad 3 december 1954

Ook Jaap Romijn (op dat moment adjunct directeur van Uitgeverij Bruna en kunst- en muziek redacteur van menig dagblad en bekend Utrechts letterkundige) vereert het Herderplein graag met een bezoek. Hij schrijft daarover in het Vrije Volk van april 1956: In Utrecht, in de buitenwijk Oog in Al, ligt sinds korte tijd ergens een pleintje waar ik af en toe eens naar toe rijd. Het is tamelijk ver uit de buurt, maar ik heb het er graag voor over, want ik kom er altijd wat vrolijker vandaan en wat een wonder. Het is namelijk mooi, dat Herderplein, en wanneer U het met mij eens bent dat men doorgaans ver moet reizen om eens een keer op een mooi plein te staan, dan zult u mijn blijdschap begrijpen. Wat verstaat Jaap Romijn onder een mooi plein? Dat is een plein waar de open vlakte, de wanden, de toegangen, tot elkaar in een aangename verhouding staan, terwijl het op gelukkige wijze zijn functie vervult. Die functie is: het ontvangen van mensen. Nu dan, dat Herderplein vind ik mooi, heel mooi, het is langgeleden sinds ik in Nederland iets mooiers zag. Het Herderplein is rechthoekig maar het is niet zomaar een dom vierkant. De huizenwanden, waardoor het wordt ingesloten, vertonen een ritmische afwisseling wat het aantal woonlagen, de plaatsing van ramen en deuren, het gebruik van kleuren en materialen betreft en één van de toegangswegen in de vier hoeken staat loodrecht op de drie andere. Het is de toegangsweg die langst de hoogste en meest levendige wand voert, waar gelijkvloers een reeks winkels gevestigd is. (…) Men kan er, wanneer de scholen zijn uitgegaan altijd het gegons van de rolschaatsen horen, terwijl de moeders hun inkopen doen vlakbij en vaders tegen het etensuur uit de ramen beginnen te kijken. Het Herderplein zal nog vriendelijker zijn wanneer de loggia’s aan de ene kant begroeid en de wallen om het schaatsplateau heen met bloemen overdekt zullen zijn. Maar nu al vormt het ’t levendige en toch intieme centrum van een stadswijk die buiten het grote verkeer ligt een plein dat precies is wat het hier wezen moet, een plein dat mooi is en vooral: menselijk.(…) Tot zover deze beschrijvingen van wat u natuurlijk zelf moet gaan bekijken om het werkelijk te kunnen zien. In 1958 brengt Jaap Romijn het fotoboekje Dit is Utrecht uit en al eerder was hij door de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen gevraagd om over Utrecht te schrijven.

Herderplein met kinderen op de rolschaats, een moeder met kinderen en nog zonder bronzen beeld, 1955/1956. Ongeveer zoals Jaap Romijn het zag. HUA 58192, fotograaf G.J. Lauwers

In juli 1958 brengt de vaste commissie van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid van de Tweede Kamer een bezoek aan Utrecht (modern aangekondigd als sightseeing). Onder leiding van burgemeester De Ranitz brengt de commissie ook een bezoek aan het Herderplein en enkele nieuwe woningen daar. Ze gaan binnen kijken bij een woningcomplex en zien de kindertjes in de vijver plassen aldus het UN. Deelnemers vanuit de Tweede Kamer zijn onder meer Henk Gortzak en Rie Lips-Odinot van de CPN. Ook de wethouders Derks en Van Koningsbruggen zijn van de partij en mevrouw Ploeg-Ploeg (buurtbewoonster en van 1951-1959 lid van de Tweede Kamer voor de PvdA en echtgenote van wethouder Henk Ploeg). Na hun bezoek aan het Herderplein vertrekt het gezelschap met bussen weer richting het station.

Bezoek Tweede Kamer commissie aan het Herderplein, ”terwijl de kindertjes in de vijver plassen”. Burgemeester De Ranitz (met handen in de zakken) in gesprek met Rie Lips-Odinot van de CPN, 4 juli 1958. Fotograaf L.H. Hofland, HUA 100510

Het ministerie van Volkshuisvesting maakt in 1962 een film over de moderne woningbouw in Nederland en maakt daarvoor in Utrecht opnamen in Kanaleneiland en op het Herderplein.

UN 3 augustus 1962

Een jaar later (juli 1959) bezoekt een Belgische delegatie van bestuurders en leerkrachten Nederland ter bestudering van de nieuwbouw en wooncultuur alhier en nemen zij ook een kijkje in Kanaleneiland. Maar daarvoor stopt de gemeentebus in Oog in Al. Het UN: maar eerst deed men nog het Herderplein aan met zijn geslaagde voorplein, dat één van de typische voorbeelden van moderne stedenbouw is.

Nog in 1970 wordt er in dagblad De Tijd verwezen naar Groosman en zijn woningen op het Herderplein: Groosman die in Utrecht ook de bebouwing van het Herderplein in Oog in Al ontwierp, waarvoor tot uit het buitenland toe grote belangstelling aan de dag werd gelegd. Dit naar aanleiding van een nieuw ontwerp van Groosman dat jaar van het V & D-gebouw voor het winkelcentrum Overvecht.

Rondritten

Vanaf 1954 organiseert het Gemeentelijk Vervoerbedrijf rondritten door nieuw Utrecht. Vanaf het VVV-kantoor aan de Rijnkade vertrekt maandag t/m vrijdag elke middag een bus naar de nieuwe wijken om stedeling en vreemdeling te laten zien hoe Utrecht zich vooral na de annexatie in 1954 heeft uitgebreid en welke aandacht het stadsbestuur besteedt aan de architectonische vormgeving. Naast Halve Maan doet de bus onder meer Kromme Rijn, Hoograven en later ook Kanaleneiland aan.

Bruisend hart van de wijk

Het plein wordt het middelpunt van de wijk. Er gebeurt van alles en er is vaak wat te beleven.

De Oranjevereniging Burgerzin en Wijkbelang heeft er naast het Beethovenplein een prachtig plein bij gekregen voor het organiseren van tal van activiteiten rondom de verjaardagen van Koningin Juliana (30 april), Prins Berhard (29 juni) , prinses Wilhelmina (31 augustus) en rond 4 en 5 mei. Elk jaar op Koninginnedag wordt de vlag gehesen op het Herderplein en het nodige georganiseerd. In 1956 is er een openluchtvoorstelling van de Gooise Waghenspelers met de opvoering van ‘De naald van opoe Gurton’. In 1957 is er een grote openlucht-variétéshow met ‘s avonds nog het jaarlijkse Oranje bal. In 1962 organiseert de Oranjevereniging een kunstmarkt op het Herderplein van 10 uur ‘s ochtends tot 22 uur ‘s avonds. Kunstenaars uit de buurt exposeren er hun werk en geven demonstraties van bijvoorbeeld pottenbakken en houtbewerken.

Druk bezochte kunstmarkt op het Herderplein, Koninginnedag 1962 uit: Plakboek Oranje- en Wijkvereniging Oog in Al 1953- 1962

De markt wordt geopend door het echtpaar Teddy en Henk Scholten, bekend van radio en TV. Teddy Scholten heeft het songfestival in 1959 gewonnen met het liedje ’n Beetje. Zij knipt op het Herderplein een lint door en verklaart de kunstmarkt voor geopend. Ze krijgt een bloemetje aangeboden door Cecilia Peek van de Dantelaan 36. Ir. Lohmann , president directeur van de NS en woonachtig op de Mozartlaan, is één van de genodigden en woont de opening bij.

Teddy en Henk Scholten openen de kunstmarkt van de Wijkvereniging op het Herderplein, met rechts Cecilia Peek en links (met bolhoed) Ir. Lohmann, president directeur NS. UN 30 april 1962

Er wordt die dag ook twee keer een modeshow gehouden op de kunstmarkt en die dorstig is kan terecht in een bistro. Muziek is er van muziekvereniging Concordia uit Haastrecht en met een show van tientallen majorettes maken zij een rondtocht door de wijk. De kunstmarkt wordt een groot succes , er komen duizenden mensen op af. Aan het eind van de dag volgt de trekking van de loterij met als prijzen werken van deelnemende kunstenaars.

UN 30 april 1962

Op 5 mei zijn er altijd 5 mei feesten. Deze worden ’s avonds  afgesloten met een groot vuurwerk op de Cervanteslaan (voor 1961 op de Johan Wagenaarkade) georganiseerd door de Stichting Stadsontspanning.  Naar dit jaarlijks terugkerende vuurwerkspektakel op bevrijdingsdag komen elk jaar zo’n 10- à 15.000 Utrechters kijken.

UN 3 mei 1961

In juni 1965 krijgt de Oranjevereniging geen toestemming van de gemeente voor een Oranjebal op het Herderplein, ter gelegenheid van de verloving van prinses Beatrix. Mogelijk is de gemeente beducht voor rellen die net daarvoor eind mei hebben plaatsgevonden rond het plein.(zie Boel op stelten iets verderop).

Rolschaatsen. Het plein is een prachtige rolschaatsbaan. Rolschaatsen is een favoriete bezigheid  in de jaren ‘50 en ‘60 voor zowel jongens als meisjes. Caramea ten Haaf komt met haar ouders en zusjes Lenada en Lya vanuit Australië in de wijk wonen. Caramea: Wij reden veel op de rolschaats. Ieder dag op het Herderplein en op de Lessinglaan. Hier was lekker asfalt. We reden op Hudora schaatsen met ijzeren wielen. In Oog in Al kwamen wij in aanraking met ene Rob, een joodse jongen. Hij woonde bij ons om de hoek en kon geweldig rollen. Hij heeft ons veel geleerd en zat zelf bij de Rollende Rijders.

Verstelbare Hedora rolschaatsen, de béste rolschaatsen!

Regelmatig zijn er rolschaatsshows op het Herderplein. Op Koninginnedag 1956 wordt deze uitgevoerd door The Dutch Rolling Stars. In de krant staat de dag erna: Het nieuwe plein heeft gisteren ’t deugdelijk bewijs geleverd, dat het een schier ideaal wijkcentrum is. En: dat we het gerust Utrechts móóiste plein durven noemen.

In juli 1956 en 1957 volgen er rolschaatsshows van de Haagse Kunstrijders Rolschaatsclub De Antilopen.

Hierbij een foto van het optreden van rolschaatsclub De Antilopen in het UN van 29 augustus 1956 op het Herderplein

In 1957 komen er 3000 toeschouwers op de rolschaatsshow af en het is een groot succes. Wethouder Ploeg: zoiets moois, zoiets liefs en zoiets charmants heb ik zelden gezien. Hier moet ook een kunstrolschaatsclub gevormd worden; Oog in Al heeft een baan zoals nergens anders in Utrecht te vinden is.

UN 15 juli 1957, optreden de Antilopen op het Herderplein

In de jaren daarna verzorgt de Utrechtse rolschaatsclub De Rollende Rijders uit Zuilen vaak de shows. Zo wordt bijvoorbeeld de verjaardag van Prins Bernhard op 29 juni 1959 ’s avonds uitgebreid gevierd op het Herderplein met een openluchtvoorstelling van 19 tot 22 uur door 70 leden van de rolschaatsclub.

De Rollende Rijders, rolschaatsclub uit Zuilen, Museum van Zuilen

Met een openingsmars, een demonstratie rolhockey en de grote rolschaatsshow Loesjes Verjaardag. Dit alles op muziek van Strauss, Gounod,  Waldteufel en Strawinsky. Er komen 3000 mensen kijken waaronder wethouder Ploeg en zijn vrouw.

Rolhockey op de verjaardag van Prins Bernhard 29 juni 1959 op het Herderplein. Toeschouwers hangen zelfs uit de ramen en zijn op de pergola’s geklommen. Archief Oranje- en Wijkvereniging Oog in Al.
UN 30 juni 1959

Op de openbare weg mag je niet rolschaatsen maar wel op bepaalde trottoirs. Welke trottoirs dit zijn wordt in de wijk aangegeven met een door Jan Boon ontworpen rolschaatstegel. Anno 2021 liggen ze er nog (zie ook artikel Jan Boon).

Rolschaatstegel ontworpen door Jan Boon 1955 , HUA 821122

Muziek. Het stadsorgel de Lange Gavioli  geeft regelmatig een concert op het plein. Dit is een elektrisch aangedreven orgel. De concerten trekken altijd veel belangstellenden. Regelmatig treden er op mooie zomeravonden ook harmonie orkesten, drumbanden of koren op.

Muziek op het Herderplein, optreden jeugd drumband Prins Bernard uit Tilburg 6 februari 1960, plakboek 1953-1962 Oranje- en Wijkvereniging Oog in Al

Ook vinden er aubade’s plaats op het plein en zangfeesten zoals op 24 juni 1959. Het is dan Volkszangdag en schoolkinderen zingen op pleinen en in parken. Op het Herderplein zingen ze tien nummers o.l.v. Mevrouw K. M. Kwant met tot slot Het Wilhelmus. Het enthousiasme van de jeugd ging al spoedig over op de volwassenen. Mannenzangkoor Aurore komt ook regelmatig langs op het plein. In mei 1957 verzorgen ze samen met twee Duitse zangclubs die op bezoek zijn een Tiroleravond.

Zwemmen. Na enkele dramatische verdrinkingsongelukken met dodelijke afloop in het Amsterdam-Rijnkanaal besluit de gemeenteraad in 1957 dat het bassin op het Herderplein ‘s zomers ook kan dienen als veilige zwemplek voor de jeugd. Burgemeester De Ranitz wijdt er in juni 1957 een ingezonden brief aan in het UN: Om in de nabijheid van het Amsterdam-Rijnkanaal enigszins tegemoet te komen aan de zwembehoefte, speciaal van de jongere jeugd, heeft het gemeentebestuur van Utrecht besloten om met ingang van heden het verdiepte gedeelte van het Herderplein met water te doen vullen.

Het Herderplein wordt voor de eerste keer onder water gezet in juni 1957, UN 18 juni 1957

‘s Zomers wordt het plein voortaan bij mooi weer omgetoverd in een plasvijver. Het is dan vaak een drukte van belang. De eerste keer dat het Herderplein onder water wordt gezet is in de warme juni maand van 1957. Het UN spreekt over het Herderbad. Mannen van openbare werken laten het plein vollopen met water. Kinderen kunnen niet van de waterslang afblijven om anderen ermee nat te spuiten , ze zijn dolblij met het pierenbad dat zo maar opeens uit de lucht komt vallen na de mededeling van de burgemeester. UN: de kinderen uit de omgeving amuseren zich uitstekend. Ze dansen rond in het water. Sommigen in zwemtenue anderen voorzichtig met kleren aan. Het bassin wordt gevuld tot over het tweede trapje van de stoep.

Een drukte van belang in dezelfde zomer van 1957, HUA 821824. Fotograaf J.P. van Alff. Foto van kleurendia 2002.

Na alweer een dodelijk ongeluk in augustus 1958 van een tienjarige jongen in het Amsterdam-Rijnkanaal (terwijl het Herderplein op dat moment droog staat terwijl het mooi zomerweer is) vragen bewoners zich af wanneer het Herderplein nu wel of niet onder water wordt gezet. Had dit ongeluk niet voorkomen kunnen worden? De gemeente licht toe: Het Herderplein zal zo vaak als mogelijk onder water worden gezet. Voorwaarde is dat het die dag mooi weer wordt. Dit wordt op de ochtend zelf vastgesteld. Als het onverhoopt ‘s middags alsnog mooi weer wordt blijft de plasvijver droog. De gemeente wil sowieso voorkomen dat er water in het bad staat bij minder mooi weer want dit lokt misbruik uit. Kinderen gaan dan bijvoorbeeld met hun fietsen door het water fietsen en dat is niet de bedoeling.

Spartelen en spelen in de plasvijver begin jaren 60 met op de achtergrond de Pniëlkerk. HUA 605196 fotograaf S. Budde

Er komen klachten over het gedrag van de zwemmers. Loco-burgemeester Henk Ploeg doet een oproep in juli 1957 in het UN: Zwemmers gedraagt u behoorlijk. Bewoners van het Herderplein klagen over de verontreiniging van de trappenhuizen, portieken en zelfs in de winkel opslagruimtes door zwemmers. Deze worden gebruikt als openbaar toilet. Ouders wijs uw kinderen op hun onbehoorlijke gedragingen!

Warme zomerdag rond 1965, kinderen in het water, moeders aan de kant. HUA 23174, afdruk van kleurendia ROVU

Schaatsen. Als het vriest wordt het Herderplein ondergespoten en wordt het een ijsbaan. De eerste schaatsbaan ligt er eind januari 1956. Er is plotseling sprake van een strenge vorst en dus heeft men de kuip van het plein vol water laten lopen. De kinderen moeten nog even geduld hebben, pas als het ijs goed hard is mogen ze het ijs op. De rolschaatsen worden omgeruild voor schaatsen. Elk jaar is er wel een vorstperiode en dat betekent elk jaar schaatspret op het plein.

De eerste ijsbaan op het Herderplein in januari 1956, UN 31 januari 1956

Rond Kerst komt er jarenlang een grote kerstboom op het plein van de Stichting Stadsontspanning en in de winter zijn er ERWTENSOEPDAGEN, dan wordt er erwtensoep verkocht ten bate van de vereniging ter bestrijding van TBC. Zo wordt er bijvoorbeeld goed verkocht in februari 1959 het Herderplein. Al om 11.00 uur ‘s ochtends is de 140 liter soep uitverkocht, 0,25 cent voor een kop en 1 gulden voor een liter.

Schaatsen en sleeën op de ijsbaan van het Herderplein, 1965-1970. HUA 23171. Foto beneden: HUA 23173

Spelen. Voor kinderen is het Herderplein een ideale speelplaats. Één van hen is Dick van Oostenbruggen (1957) van de Dickenslaan. Hij woont daar op een vijfkamer flat samen met zijn ouders, twee zussen en drie broers. Hij speelt vaak op het Herderplein. Met de step was het de kunst om niet op de witte delen van het kunstwerk te komen. Hij voetbalt er veel en doet ook aan rolschaatshockey met zelfgemaakte sticks. Dick: en als er water in het plein zat dan zwommen we daar. Duikbril op en dan kijken. Banketbakker Bierlaagh moest eens een keer zijn ijsmachine leegmaken en toen kregen we allemaal een gratis ijsje. We gingen er schaatsen als er ijs was, regelmatig. Ik zat later bij de scouting en eens per jaar was er een soort activiteitenmarkt waar we nieuwe leden mochten werven. Dan pionierden we daar een toren. Ook probeerden we altijd wel om onder de winkels te komen. Daar was een lange gang met boxen, het was er donker en dan hólden we naar de andere ingang. En later gingen we vooral rondhangen op het plein. Ik heb er een fijne jeugd gehad.

Dick bij het beeld op het Herderplein 1963/1964. Eens in de zoveel tijd kwam er een fotograaf op het Herderplein die bij het beeld foto’s maakte. Auteursrechthouder: Dick van Oostenbruggen.

Ook Marco van Basten speelt veel op het plein. Hij is in 1964 geboren in de Surinamestraat maar woont daarna op het Herderplein en verhuist op 12-jarige leeftijd naar een flat aan de Johan Wagenaarkade. Hij voetbalt niet alleen voor de deur op het Herderplein maar speelt er ook ‘’tennisvoetbal’’. Van Basten in Basta: Wij hadden op het Herderplein zo’n muurtje waar je fietsen tegenaan kon zetten. Daar speelden we eindeloos tennisvoetbal met dat muurtje als net. Met tennisvoetbal leer je goed koppen, heel gericht een bal naar beneden knikken (…). In Oog in Al ging ik ook elke vrijdagavond naar een tafeltennisclub.

Spelen met de step of voetballen op het Herderplein 1955/1956, HUA 58195, fotograaf G.J. Lauwers
Van alles wat op het Herderplein

In januari 1957 doet het Rijdend Bijbelhuis van het Nederlands Bijbelgenootschap  het Herderplein aan. Ze verkopen bijbeluitgaven vanuit deze rijdende winkel. De bus doet ook nog de Molièrelaan en het Beethovenplein aan. Rond Pasen volgt er een straatprediking in de open lucht op het Herderplein van Ds G. Meynen, een gereformeerde predikant van ‘’Morgen Pasen’’.

Op woensdag 19 november 1958 is er een grote Boomplantdag. Alle leerlingen uit de 5-e klas van de lagere scholen in Oog in Al verzamelen op het Herderplein. Hier spreekt wethouder Van der Vlist een stichtelijk woord. Vervolgens trekken de kinderen onder begeleiding van het politie-muziekcorps naar de Lessing- en Joseph Haydnlaan waar ze samen met de plantsoenendienst meer dan 100 jonge bomen planten. Terug op het Herderplein krijgen ze een traktatie en een herinneringskaart.

Boomplantdag Lessinglaan, hier zijn Paula Wilke en Ria Jongman van de St Dominicusschool aan het werk onder toeziend oog van de mannen van de plantsoenendienst, UN 19 november 1958

Op 20 april 1959 lijkt er een ramp plaats te vinden rondom het Herderplein, maar bij nader inzien betreft het een grote oefening van de B.B. (Bescherming Burgerbevolking). Er zouden bommen bestemd voor de schepen in het Amsterdam-Rijnkanaal op flatgebouwen terecht zijn gekomen. ‘’Slachtoffers’’ worden geëvacueerd vanaf balkons en uit de trappenhuizen. Bewoners worden gered met een ‘telpherlijn’ waarlangs ze zwevend vanaf het balkon naar beneden komen. In de opslagruimte van wijnhandel Beaujolais is een ‘’gewondennest’’ ingericht, het plezierigste gewondennest dat we ooit gezien hebben, aldus een deelnemer.

Ook sporten geven regelmatig demonstraties op het plein zoals microkorfbal- en handbal wedstrijden die plaatsvinden in maart 1956. Of BOBBAL, weer wat nieuws op het plein in maart 1963. Er vindt dan een Bobbal-toernooi plaats tussen studenten van de ASU, een universitaire studenten sportvereniging. Bobbal is een spel met een reuzebal. De bal moet met armen, hoofd of borst steeds door de lucht worden gespeeld. En er valt nog meer te zien: het toernooi van de studenten wordt afgesloten met een demonstratie paalwerpen.

Op Bevrijdingsdag 5 mei 1960 is er een hele speciale attractie op het Herderplein. Kinderen (toegang 25 cent) en volwassenen (50 cent) kunnen een bezoek brengen aan de Muizenstad, een attractie van de heer De Man. Het is een miniatuurstadje waarin vierhonderd muizen in veertig verschillende kleuren ‘wonen’ en ‘werken’.

Omdat de Bond van Friezen buiten Friesland in september 1963 40 jaar bestaat, komt er een Friese dansploeg in oud-friese klederdracht een dansvoorstelling geven op het Herderplein.

De oliemaatschappij Caltex houdt in november 1963 een expositie in een Caltex-bus op het Herderplein om haardolie verwarming te promoten. Bezoekers die een kijkje in de bus wagen ontvangen een aardige attentie.

UN 4 november 1963

Omdat het Prins Bernhardfonds 25 jaar bestaat worden er op de verjaardag van de prins op 29 juni 1965 witte anjers en een speciaal anjerspeldje verkocht op het Herderplein.

Oog in Al, de wijk met de meeste auto’s

Achter het Herderplein, op de Dickensplaats, bouwt Wildschut’s Bouwbedrijf 96 garageboxen voor autobezitters in de wijk. Vanaf september 1955 kunnen belangstellenden daarvoor al inschrijven. De huur is 300 gulden per jaar. In 1956 worden ze opgeleverd.

In 1959 volgt een Ford-garage van de Stichtse Automobiel Maatschappij op de Dickensplaats van architect E. van Latum uit Alkmaar met servicestation en bezinepomp van Caltex. De pomp heeft een capaciteit van 36.000 liter benzine.

Dickenslaan met links achter de Groosman flats een bord met daarop: Hier wordt gevestigd: officiël Ford dealer , HUA 58198 ,1958/1959

De voorzitter van de Oranjevereniging Burgerzin en Wijkbelang Oog in Al de heer Rosenstok opent de garage op zaterdag 14 november 1959 en noemt Oog in Al de wijk met de meeste auto’s.

In 1966 wordt de garage uitgebreid met een automatische wasinrichting. Auto’s kun je voortaan laten wassen voor 3,50 gulden per beurt. Openingsactie: 50 cent korting na inlevering van onderstaande advertentie.

50 cent reductie in de automatische wasinrichting bij de Ford garage op de Dickensplaats, UN 1 juli 1966
Deze flats zijn de krotten van morgen

Al een paar jaar na de oplevering van de maisonnettes van Groosman aan het Herderplein komen de eerste klachten van bewoners binnen bij de gemeente. In het UN van 10 februari 1962 uiten zij hun klachten onder de kop: Mooi? U moet de flats eens van binnen bekijken! Het UN: Eén van de mooiste pleinen van Utrecht wordt het Herderplein in Oog in Al wel genoemd. Wie het plein voor het eerst ziet, is al spoedig geneigd deze uitspraak te beamen. Jij ziet het ruime speelterras met het beeld, de overluifelde winkels, de flatgebouwen rondom. Laat echter de mensen daar uit de buurt deze woorden niet horen, want zij zouden in lachen uitbarsten. Het mooiste plein van Utrecht? Laten de mensen die dat durven beweren eens bij ons binnen kijken. Dan zouden zij wel anders praten.

UN 10 februari 1962

De bewoners van de Groosman-flats klagen al jaren bij de gemeente over gebreken. Er is wel iets mee gedaan maar te weinig. Nu in februari 1962 slaan ze de handen ineen. Ze willen niet langer afwachten. Ze stellen een gezamenlijke brief op en halen handtekeningen op onder alle bewoners. De klachten gaan over de tochtig- en vochtigheid van de woningen boven de winkels. Overal zijn bruine plekken te zien van het vocht en de muren vertonen scheuren. Bij regenachtig weer dringen soms liters water onder de ramen door naar binnen. Ook bij de winkels zijn lekkages en bruine plekken zichtbaar op de muren en plafonds. Het water blijft op de platte overkapping staan en er is geen behoorlijke afvoer. Daarnaast zijn de opgangen en gezamenlijke trappenhuizen en kelderruimtes vuil en grijs. Bij de oplevering in 1955 zag alles er prachtig uit maar kom daar nu nog eens om. De flats zijn te gemakkelijk toegankelijk voor derden en kinderen gebruiken de opgangen als toiletten als de nood hoog is bij het spelen, (rol)schaatsen of zwemmen op het Herderplein. Ook komt het voor dat baldadige jeugd de waterkraan in de kelder openzet met als resultaat drijfnatte ruimtes.

Spelende en zwemmende kinderen vervuilen trappen en kelders van de omliggende flats. Hier liggen enkele kinderen te zonnen op de betontegels. HUA 1955-1960. Fotograaf F.F. van der Werf

Een bewoner: wij schamen ons wanneer we visite krijgen. Het lijkt wel een achterbuurt. Een andere bewoner: Deze flats zijn de krotten van morgen. Het betreft geen incidenten maar er is structureel iets mis met de bouwwijze, zo luidt de gangbare mening onder de bewoners. Dit valt de architect aan te rekenen.

UN 23 maart 1962

Bouw- en Woningtoezicht noemt de flats in een reactie zorgenkindjes en stelt een nader onderzoek in. Elk huis wordt bezocht en bekeken. Uitkomst: er zijn hier en daar inderdaad gebreken en rechtvaardige klachten, die zullen worden aangepakt maar om nou te zeggen dat de gemeente ernstig in gebreke is gebleven, nou nee. Ook wordt er een onderscheid gemaakt in onderhoudsklachten en klachten over de gemeenschappelijke ruimtes. Bij dit laatste ligt ook een verantwoordelijkheid voor  de bewoners zelf aldus de gemeente. Men beschouwt de gezamenlijke opgangen vaak niet als de eigen verantwoordelijkheid. Wel vernielt baldadige jeugd de brievenkastjes in de trappenhuizen en daarom krijgt iedereen een eigen brievenbus in de eigen voordeur. Verder klimt de jeugd op de platte daken boven de winkels en laat zich dan weer naar beneden glijden via de lantaarnpaal. De lantaarnpaal zal worden verplaatst.

Het UN houdt in een artikel in maart 1962 ook de architect verantwoordelijk voor een groot aantal van de  gebreken en het woonongerief van de bewoners , net als de bewoners dit eerder al deden. W.H Schuurman, een timmerman uit de Hoendiepstraat, die over de klachten van de bewoners van het Herderplein leest schrijft een reactie : Het lijkt me tijd dat er eens beter en solider gebouwd wordt. Steeds hoort men dezelfde klachten: lekkage, tocht, scheuren in muren enz. Zelf ben ik al 40 jaar timmerman. Ik weet dus waarover ik praat. De tekeningen worden wel gemaakt en gekeurd, maar het gebeurt vaak dat de toezicht op de uitvoering ervan in handen is van mensen die wel goede bedoelingen hebben maar soms niet ter zake kundig zijn. (…)

In 1965 klaagt de PTT over de te kleine brievenbussen in de flats op het Herderplein en in de Calderon- en Dickenslaan. Als er nog een krant in de bus zit, dan passen de brieven er niet meer bij. De gleuven zijn te nauw en de bakken niet diep genoeg. Trouwens ook in Oog in Al in de oudere huizen is de stenen gleuf naast de voordeur te smal en de bus te klein. Dit betekent dat de postbesteller vaak moet aanbellen en dat kost tijd of nog erger: hij moet de post weer mee terug nemen en dat vindt de PTT niet prettig. De PTT kaart het aan bij de gemeente.

UN 24 april 1965
Boel op stelten

In het voorjaar van 1965 zijn er regelmatig opstootjes op het Herderplein die uiteindelijk uitlopen tot heuse rellen en vechtpartijen. Het plein is een verzamelplek geworden voor Nozems, met de Sjorsklanten aan de ene kant en de Vetkuiven aan de andere kant.

Spotprent van Sjorsklanten en Vetkuiven in de rubriek De Nieuwe Generatie van Heleen Schuttevaer en Maarten Kuitenbrouwer, UN 7 juli 1965

Sjorsklanten zijn veelal middelbare scholieren, hoger opgeleid, dragen broeken met wijde pijpen met daaronder suèdeschoenen, bordeelsluipers, (Clarks) en hebben lang haar. Ze zijn vernoemd naar de Utrechtse Sjors De Rooij, een gedreven en bevlogen activist. Ze zijn aanhanger van jazz- en bietmjoesik, beat muziek (Beatles en Rolling Stones) en rijden op een Puch of Tomos met een zo´n hoog mogelijk stuur. Sjorsklanten zijn geïnspireerd door de Engelse The Mods.

Ze zetten zich overal tegen af, tegen de autoriteiten, de maatschappij, hun ouders en tegen de Vetkuivers. Ze wonen vooral in de betere wijken van Utrecht zoals Oog in Al, Tuindorp, Wilhelminapark, Centrum en Wittevrouwen. Ze gaan uit in het centrum in de koffie- en beatkelders (met jukebox) en gaan naar de bioscopen aan de Oudegracht. Bekende werfkelders zijn Catacomben, La Grotta, De Paraplu en Sarasani.

Kelders populair bij Sjorsklanten. ”Keldergids” in de rubriek De Nieuwe Generatie, UN 2 maart 1966

Vetkuivers werken op de fabriek en komen uit de arbeidersklasse. Ze worden ook wel Jaffa’s genoemd naar de Jaffa-machinefabriek aan de Vleutenseweg. Ze wonen in Zuilen, Wijk C , Kanaleneiland, rond de Amsterdamse Straatweg en over de Spinozabrug in Lombok en gaan uit op het Vredenburg en in de cafés,  ijssalons en  snackbars (vaak met jukebox) aan de Amsterdamse Straatweg. Ze dragen leren jacks, hebben het haar in het vet en luisteren naar Elvis Presley. Ze zien er macho en stoer uit met hun achterovergekamde haren. Ze hebben vaak een kammetje op zak om hun haar bij te werken. De meiden hebben een hoog opgestoken suikerspin kapsel en dragen een petticoat. Vetkuiven rijden op de duurdere buikschuivers van het merk Kreidler (met ei-vormige benzinetank) of Zündapp.

Kreidler Florett met ”eitje” uit 1963, ManxHorton.com

Willem Heijster heeft goede herinneringen aan het uitgaan in de cafetaria op de Amsterdamse Straatweg waar hij vaak kwam in de jaren 60: Het vertoeven in de cafetaria was voor mij eigenlijk het leukste van de hele avond. De reden daarvan was voornamelijk de prachtige jukebox die daar stond te spelen. Die jukebox was een schitterende Seeburg V-200. Hij werkte op dubbeltjes en kwartjes, waarvoor je respectievelijk één en drie platen kon beluisteren. We zaten daar gezellig aan een tafeltje wat na te praten over de voorbije avond of plannen te maken voor de volgende dag, zulks tijdens het draaien van onze favoriete muziek. Dat was natuurlijk rock ‘n roll, maar ook The Great Pretender van The Platters, die grijs gedraaid werd. Ook nummers van Charles Aznavour en Frank Sinatra waren razend populair. We kregen niet genoeg van al die muziek uit die mooie jukebox en zijn hierdoor heel wat dubbeltjes en kwartjes kwijtgeraakt. Toen al droomde je even weg en zag je zo’n prachtige jukebox op je kamer staan.

Wordt er in Utrecht gesproken over Sjorsklanten en Vetkuiven, in andere steden gaat het om Pleiners (Leidseplein) en Dijkers (Nieuwedijk)(Amsterdam) en om Kikkers (vanwege hun groene leger parka’s) en Bullen (Den Haag).

Brommers zijn in de jaren 60 een begeerd bezit om je mee te kunnen onderscheiden. Het aantal brommers heeft een enorme vlucht genomen. Zijn er in 1950 nog 5000 brommers, in 1960 is dit al gestegen tot een miljoen. N. van den Heuvel, oud nozem, in De Oud-Utrechter: Een brommer was een droom. Voor mijn zestiende drukte ik al mijn neus plat tegen het raam van Kreidlerdealer Snel aan de Amsterdamsestraatweg. Soms stond er buiten, voor de winkel, een hele rij Kreidlers die je kon aanraken. Een Puch of Tomos kocht je voor pakweg 650 gulden. De eerste Kreidlers en Zundapps hadden een prijskaartje van rond de 1000 gulden. Veel geld in 1965, maar niettemin een dikke hit. Zelf wordt hij uiteindelijk trotse bezitter van een grijze Kreidler Florett.

Puch (of Tomos?) met hoog stuur, catawiki

De twee groepen nozems dagen elkaar regelmatig uit. Van den Heuvel: vetkuiven en sjorsklanten hadden het nogal eens aan de stok met elkaar en dat er sprake was van een vete tussen beide, kan ik beamen. Kreidler en Zündapp tegen Puch en Tomos. De vetkuiven met leren jack, spijkerbroek en buikschuiver, stonden haaks tegenover de sjorsklanten met hun parkajas, wollen das, suède schoenen en brommer met hoog smal stuur. Kreidlers en Zündapps die 70-80 kilometer reden, werden toen gezien als snel. De artistiekelingen, oftewel sjorsklanten, moesten zich op een andere manier onderscheiden. Puch en Tomos waren niet geschikt voor hoge snelheid, tenminste als je ‘m heel wilde houden. Maar ze losten dat op hun eigen manier op; ze verfraaiden hun brommer met een extreem hoog en smal stuur en allerlei andere versierselen. En zo was het verschil tussen beide groepen een feit. Een schermutseling hier en daar kwam met enige regelmaat voor. Nozems (Vetkuiven) lieten dat merken bij het stoplicht door even aan de wollen das te trekken van de sjors op zijn Puch. Stoer gedrag waarmee je liet zien wie de baas was in de wijk. Maar veel belangrijker was, eerder weg zijn bij het stoplicht dan een Puch. Kreidler- en Zündapprijders konden veelal goed sleutelen. Het waren ambachtslieden, ze verstonden de kunst van het sleutelen en hielpen elkaar met het opvoeren. Ze monteerden een snellere cilinder, grotere carburateur en een dikkere uitlaat en andere tandwielen en het ging 20/30 kilometer per uur sneller. Er werden ook veel opgevoerde snelle brommers van de weg gehaald, in beslag genomen en ontdaan van alle niet originele onderdelen, zoals die van mij.

In de laatste week van mei 1965 komt het tot heftige confrontaties tussen de Sjorsklanten en Vetkuiven. Het Herderplein is daarbij dé ontmoetingsplek. Sjorsklanten roepen iedereen op om op woensdagavond 26 mei naar het Herderplein te komen om te laten zien dat ze de Vetkuiven wel rauw lusten! Honderden jongelui zijn er op de been. Met brommers, fietsen, motoren, te voet en ja zelfs met auto’s komen ze uit alle delen van de stad naar Oog in Al toe. Zelfs tot in Hilversum en Amsterdam was het gerucht van de op handen zijnde veldslag doorgedrongen. Met brommers of liftend waren ze voor het gevecht naar Utrecht gekomen aldus het UN. Op het Herderplein vindt er  op dat moment een zomeravondconcert plaats van het draaiorgel de Lange Gavioli, waarbij twee nietsvermoedende agenten aanwezig zijn. Opeens arriveren er honderden Sjorsklanten op het plein. De Vetkuiven zijn even komen kijken met zeven man maar kiezen eieren voor hun geld en gaan er weer snel vandoor. Het loopt met een sisser af. Sjorsklanten blijven rondhangen op het Herderplein en rijden met veel geraas van de uitlaat heen en weer op hun brommers. Omwonenden ergeren zich aan het gehang en het lawaai van de jongelui. Maar na een sein van één van de Sjorsklanten vertrekken ze opeens allemaal naar winkelcentrum de Rijnbaan in Kanaleneiland. Hier komt het alsnog tot een confrontatie met de politie. De politie zet daar motor-met-zijspan in en het wordt onrustig. Deze escalatie kan daar aan hebben bijgedragen zo denkt de politie. Naar schatting 200 Sjorsklanten en Mods zijn bij de rellen aanwezig.

UN 28 mei 1965

Van den Heuvel herinnert zich over de inzet van de motor-met- zijspan van de politie bij rellen: het was een kat en muisspel tussen nozems en politie. Wij waren sneller dan de agenten bij ons in de omgeving, zij hadden een traag optrekkende zwarte Berini M21 bromfiets en die reden we regelmatig voorbij. Oppassen geblazen was het echter voor de politie met zwarte BMW met zijspan, die waren rap en reden je zo klem, tenzij je de kans kreeg te ontsnappen via een steegje.

Ook de avond erna op donderdag 27 mei komen er weer tientallen jongeren bij elkaar op het Herderplein. Het UN: Men heeft waarschijnlijk een voorkeur voor dit plein want vaak zijn daar groepen jongens en meisjes met brommers te zien. Deze keer loopt het wel de spuigaten uit en komt het tot stevige knokpartijen waarbij er wordt geslagen met fietskettingen. De politie weet de twee groepen uit elkaar te jagen en neemt vier belhamels met hun brommers mee naar het bureau alwaar ze de nacht doorbrengen.

Op vrijdagavond 28 mei is het goed raak. Het UN spreekt van een bendenoorlog, een rimboe in Oog in Al en ‘wie het sterkst is die wint’.  Trouw: Jongelui zetten boel op stelten. De Tijd: Utrechtse nozems uiteen gedreven.

De Sjorsklanten verzamelen zich al vroeg in de avond op het Herderplein. Ze weten het zeker: de Vetkuivers zullen vanavond terugkomen. En ja hoor, omstreeks 20 uur komen de eerste auto’ s met vetkuivers aangereden. Uit de eerste auto stapt een boom van een kerel die op de Sjorsklanten afloopt: Hier zijn we! Andere jongens die uit de auto’s stappen hebben fietskettingen en loden pijpen bij zich. De Sjorsklanten zetten het op een lopen. Het wordt een wilde achtervolging door Oog in Al. Ze vluchten trappenhuizen en tuinen in en duiken weg in de fietsgangetjes. Omwonenden zijn het nozemgedoe beu. Tuinen worden vernield. Ruiten ingeslagen met de fietskettingen. Enkele van de ergste belhamels worden meegenomen naar het bureau. Er hadden wel doden kunnen vallen. De politie adviseert omwonenden om de komende tijd de kinderen thuis te houden. Het Herderplein krijgt door de rellen landelijke bekendheid.

Ook de 17-jarige Harry Vandevliet van de Vleutenseweg is met de Sjorsklanten mee gekomen naar het Herderplein. Hij is al bij veel acties van de Sjorsklanten betrokken, maar het gaat hem op deze avond te ver. Hij ziet dat de nozems elkaar met fietskettingen te lijf gaan. Dat is foute boel en hij verlaat de gevechten op het Herderplein.

Wim Pullen, oud buurtbewoner: Ik zal een jaar of 9 geweest zijn toen het gebeurde, mijn eerste ervaring met generatieconflicten. Natuurlijk, je opa en oma liepen er anders bij dan je ouders, dat voelde je wel, maar dit was anders, en spectaculair omdat het om geweld dicht bij huis ging. Vietnam was ver weg. Mijn ouders kwamen thuis en vertelden vol ontzetting dat de politie ‘die nozems’ achterna zat, en met de motor-met-zijspan (!) zelfs door het grasperk bij de kerk reden om ze uit elkaar te jagen. We schrijven 1965: de sjorsklanten en de vetkuiven troffen elkaar in de keurige Utrechtse wijk Oog in Al op en rond het Herderplein, dat een generatie later ook bekend werd doordat Marco van Basten er opgroeide. We woonden een paar straten verder en het was me wat. Die gasten zetten de buurt op zijn kop, gingen elkaar met fietskettingen te lijf en tartten het gezag van de politie.

Ook wijkbewoonster Thea Veldkamp herinnert zich de onrust nog goed. De politie ging met een megafoon door de straat en riep: ‘’blijf binnen!” Wij lagen op onze knieën achter de vensterbank en zagen ze voorbijkomen, ook hier in de Händelstraat.

Henk Demper uit De Meern zit in 1965 in de derde klas van de ULO in de Makasserstraat. Henk: Ik was 15 en had dus nog geen brommer en was aspirant Sjorsklant. Overdag tijdens de lessen zaten de Sjorsen en de Kuivers broederlijk naast elkaar en showden hun wapens voor de avond die komen ging: boksbeugels en stiletto’s. “Tot vanavond op het plein” was de afscheidsgroet aan het eind van de schooldag. En de volgende dag zaten de Sjorsen en Kuiven weer gewoon bij elkaar, Cor de J. met een blauw oog, dat dan weer wel. Overigens van geweld herinner ik me hoofdzakelijk het schelden en brommerscheuren. Het was eerder puberaal gedrag.

Op de avonden na de rellen is er veel politie op de been om herhaling te voorkomen. Er worden zelfs twee politiehonden ingezet en een motor-met-zijspan. Er komen toch nog zo’n 150 tot 200 jongeren naar de wijk. Bromfietsers richting Oog in Al worden streng gecontroleerd bij de Spinozabrug en autonummers worden genoteerd. Menigeen wordt weggestuurd of aangehouden. Willem van Egdom die met zijn vrienden op weg is naar het Herderplein vertelt later aan het UN: bij de Lessinglaan zei de politie dat we moesten omkeren. Daar luisterde je naar in die tijd. Er worden meerdere brommers in beslag genomen en circa twintig jongelui aangehouden.

Brommercontrole bij de Spinozabrug, UN 31 mei 1965

De harde kern van vrijdagavond is niet komen opdagen deze keer aldus het UN. De Nozems rijden nog wel rond op hun luid knetterende bromfietsen maar er wordt niet meer gevochten. Hoofdcommissaris H.W. Offers en Commissaris H. C. Maat komen zich op zaterdagavond 29 mei in hoogst eigen persoon op het Herderplein en omgeving op de hoogte stellen van de situatie.

De hoofdcommissaris komt zelf een kijkje nemen op het Herderplein, UN 29 mei 1965

Het UN van 31 mei: De zeer scherpe controle van de politie van brommers en auto’s werkte preventief. De wijk Oog in Al is gevrijwaard van nozemrelletjes. De Utrechtse nozemrel ging als een nachtkaars uit.

Een Vetkuif blikt in het UN van 1 juni 1965 terug op de rellen. Het ging om het uitvechten van een al lang bestaande vete aldus de 17-jarige jongen. Wij willen avontuur. De Sjorsklanten, meisjes en jongens die op de middelbare school zitten of kantoorwerk doen, zien neer op ons, jongens die met de handen hun brood verdienen. Zij kunnen het niet zetten dat wij over meer zakgeld beschikken en over het algemeen duurdere bromfietsen hebben. De jongen betreurt het dat er gebruik is gemaakt van fietskettingen en ander wapentuig. Het mooiste is als we gevechten kunnen leveren van man tegen  man.

Na de rellen van eind mei keert in de zomer van 1965 de rust terug op het Herderplein. En in augustus wordt het eindelijk echt zomer: op het Herderplein kunnen de kinderen weer pootje baden.

Rust keert weer op het Herderplein, kinderen kunnen weer pootje baden, HUA 406909 Fotograaf S. Budde.
Nawoord

Anno 2021 ligt het Herderplein er verlaten en enigszins verwaarloosd bij. Het asfaltkunstwerk van Jan Boon is er slecht aan toe. Er wordt gestudeerd op restauratie, een kostbaar en lastig project. De maisonnettes van Groosman zijn inmiddels door woningbouwvereniging Mitros gerenoveerd. In de zijgevel van de winkelgalerij is nu de mozaïek van Jan Boon geplaatst die daarvoor aan de gevel van de Valeriusschool (later Wim Sonneveldschool en inmiddels gesloopt) uit de Franz Schubertstraat, hoek Johan Winnubstlaan was aangebracht. In 2014 schrijft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een prijsvraag uit voor de naoorlogse winkelstrip. De Rijksdienst constateert dat de wijkfunctie van het Herderplein in de loop der jaren flink is afgenomen. Wie heeft er een innovatief kansrijk idee om de winkels nieuw leven in te blazen? Er komen 100 inzendingen en het plan van  Arjen de Nooijer, Ernst Haagsman en Sander Gelinck voor De buurtwinkel als banenmotor voor de winkelstrip aan het Herderplein wint de eerst prijs van 10.000 euro. Hun idee in het kort: De plaatselijke school gebruikt de voormalige winkelruimte voor de scholing van jongeren en is op die manier een impuls voor de banenmotor in de buurt. 

Winkelgalerij anno 2007. Op nummer 20 Mini Markt Oog in Al , zat van 1955-1975 banketbakker Bierlaagh. De balkonnetjes zijn een tijd lang rood geweest. HUA 820427, fotograaf D.C. Goosen

De naoorlogse wijk De Halve Maan wordt door de Rijksdienst in 2015 aangemerkt als één van de dertig wederopbouwgebieden van nationaal belang. Dit zorgt voor meer aandacht en waardering. Het Rijk wil hierover afspraken maken met de gemeente. De Halve Maan is een bijzonder gaaf en typisch voorbeeld van een naoorlogse wijk. In 2017 is het Herderplein aangewezen als gemeentelijk monument.

Woningen van De Jongh, Taen en Nix: ‘woningen die qua architectuur uniek zijn in de stad’. HUA 848856 Fotograaf D.C. Goosen 2020

De autoboxen en garage op het Dickensplein zijn inmiddels alweer afgebroken om plaats te maken voor eengezinswoningen en appartementen. Mitros vraagt in 2020 toestemming bij de gemeente voor het vellen van een 70-jarige oude populier (één van de zes) die in de weg staat. De Bewonersgroep Bomengroep Oog in Al protesteert.

Artist Impression van de nieuwe woningen Dickensplaats met de populieren. Duic, 23 april 2019

Columniste van het Algemeen Dagblad, Marieke Dubbelman, brengt in november 2019 voor het eerst een bezoek aan het plein en noemt het Herderplein het mooiste plein van Utrecht. Zij schrijft: Gek eigenlijk, dat ik het plein zelf nog nooit had bezocht, terwijl ik wel regelmatig over de Wagenaarkade fiets of langs de bijzonder fraaie Pniëlkerk op de Lessinglaan. Op de een of andere manier lijkt het alsof de wederopbouwarchitectuur nu pas haar ware schoonheid en originaliteit begint te tonen. Herman Hertzberger, de architect van het vroegere Muziekcentrum Vredenburg, zei een tijdje geleden dat ‘vroeger alles veel moderner was’. Hier rondfietsend realiseerde ik me weer eens hoe ontzettend gelijk hij daarin had als je bedenkt dat woningen met een nostalgische uitstraling in Leidsche Rijn het meest worden gebouwd en verkocht. Tegenwoordig is alles veel ouderwetser. Nee, dan het Herderplein. Het had op de foto’s in het prachtige boek (ik blijf dit zeggen) Utrecht Bouwt al een beetje mijn hart gestolen met al die spelende kinderen in hun wollen jasjes. Maar op deze prachtige herfstdag zag ik dat ik niet verliefd was geworden op een plaatje. Het was er écht heel erg mooi. Hoewel met de nodige scheuren, lag het asfaltkunstwerk van Jan Boon er nog altijd wonderbaarlijk herkenbaar, prachtig en vooral indrukwekkend bij. Ik ging in de zon op een bankje zitten en ja hoor, daar was het: het vakantiepleintjesgevoel. Yes. Dit had ik nog niet eerder mee gemaakt in Utrecht. Alles klopte aan dit plein. Alle ingrediënten waren aanwezig. Voor mijn gevoel dan hè? De beplanting eromheen, de verhoudingen. Het prachtige, giga-grote bronzen beeld van een naakte vrouw met zeer forse dijen, het speelhoekje voor de kleinere kinderen, de hoge bomen met hun herfstblad, de bankjes die de vorm van een halve maan hadden, het zonnetje. Ik waande me zomaar heel even in Italië. Het enige wat eraan ontbrak waren de andere mensen. Maar die verzon ik er met mijn ogen dicht maar even bij.

Luchtfoto Herderplein en omgeving uit 1999. Open verkaveling. Blokken flats rondom het plein. Met achter de Groosman flats rechts , de garage en auto boxen op de Dickensplaats. HUA 85549, fotodienst HUA

Bronnen: 
Foto bovenaan: Herderplein gezien vanuit de La Fontainestraat , 1959. HUA 58209, fotograaf J.C. Janssen. Auteursrechthouder: P.W.F. van Rooij
Kranten: Algemeen Dagblad, 2 november 2019. De Tijd, 10 oktober 1959 en 29 mei 1965.
Duic, De herinneringen van Harryvandevliet, een Sjorsklant in stilte, 15 maart 2017 en Bouw 48 woningen aan Dickensplaats kan 2020 starten, 23 april 2019. Trouw, 29 oktober 1960 en 29 mei 1965. Utrechts Nieuwsblad 1950 t/m 1965. Vrije Volk 5 april 1956.
Het Utrechts Archief: Halve Maan 1007.3- 22116 en 22117
Oranje- en Wijkvereniging Oog in Al, archief
Atlas wederopbouw, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: https://rce.webgispublisher.nl/user/uploads/pdfs/AtlasvandeWederopbouw/AtlasWederopbouw_16.pdf
Altijd zoekend naar de juiste naam, 50 jaar commissie straatnaamgeving in de gemeente Utrecht, Bettina van Santen, Utrecht 2017
Basta, rauwe, eerlijke en openhartige autobiografie van Marco van Basten, Edwin Schoon, Amsterdam 2019
Cultureel Historische Rapportage, De Halve Maan, inventarisatie van een naoorlogse wijk, Cor Hauptmeijer, Utrecht 2009
De Oud-Utrechter 2016, week 44 en week 46
Jeugdcultuur in de Utrechtse jaren 1955-1970 en de invloed van de film, Bachelorwerkstuk Universiteit van Utrecht, Daan Kuijs
Utrecht Bouwt, 1945-1975, Arjan den Boer, Bettina van Santen, Ronald Willemsen, Utrecht 2019
Utrecht De Halve Maan, Een wederopbouwgebied van nationaal belang, Publieksbrochure
Onder Ons Gezegd, Portret van de Utrechtse wijk Oog in Al, Sam Dekkers, Janny Ruardy, Gerdie Snellers, Anna Wits, Utrecht 2018
https://architectenweb.nl/nieuws/artikel.aspx?ID=37053
CBS.nl
cfpb.nl, Generatie vraagstuk nader onder de loupe, Wim Pullen
hetnieuweinstituut.nl
 

Dit vind je vast ook leuk

Een reactie op “Herderplein, 1955 – 1965”

  • Wat een ontzettend leuk en informatief verhaal over het Herderplein! Heel herkenbaar voor mij als oud-Oog in Aller. Wat ik ook bijzonder vind – en niet wist – is dat de architect Groosman betrokken was bij het ontwerp van het Herderplein. Ik woon namelijk sinds 1994 in een woning in Nieuwegein die is ontworpen door Bureau Groosman. Jan Boon was op de Mavo ’s Heerendijk in IJsselstein een tijdje mijn tekenleraar. En zo’n door hem ontworpen rolschaatstegel lag bij ons op de Johan Wagenaarkade voor de deur. Bij Bode ging ik naar de kapper.

    Reply

Laat een antwoord achter

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *