Klaas Postma

Klaas Postma is een verzetsstrijder uit Oog in Al, mede-oprichter en leider van de Utrechtse verzetsgroep De Oranje Vrijbuiters. Deze zeer actieve Utrechtse verzetsgroep behoort tot de eerste verzetsorganisaties. Rond 1939 komt Postma met zijn gezin in Oog in Al wonen en als de oorlog uitbreekt komt hij al snel in verzet. Uiteindelijk wordt hij in de nacht van 24 op 25 augustus 1943 aan huis in de Franz Schuberstraat 37 door de Duitsers opgepakt, 39 jaar oud. Hij zal de oorlog niet overleven. Zijn vrouw en drie kleine kinderen blijven achter.

Klaas Postma wordt op 25 december 1904 geboren in Meppel, Drenthe.

Klaas geboren 25 december 1904 ’s avonds om kwart over tien, Drents Archief, bevolkingsregister

Hij is de derde zoon van Sjouke Postma en Janna Jans.  Het gezin telt zes kinderen, vijf zoons en één meisje, Frouwkje.  De eerste drie kinderen waaronder Klaas worden in Meppel geboren en de laatste drie in Emmen. Zoon Bert is als nakomertje de laatste in 1922. Klaas en broer Hennie (1903) trekken veel samen op. Ze hebben er schik in om van afgedankte fietsonderdelen zelf fietsen in elkaar te zetten.

Het gezin Postma 1918 in Emmen. Vlnr: vader Sjouke, Hennie, Joop, Klaas, Jacob, Frouwkje, moeder Janna. Inzet: Bert uit 1922. Auteursrecht: Wiebe Postma,

De ouders van Klaas verhuizen rond 1905 naar Emmen  en bouwen daar in 1909 een eigen hotel vlakbij het nieuwe station, Hotel Postma. Het is hard werken in het hotel en alle kinderen helpen een handje mee. Tijdens WO1 worden er vluchtelingen uit België ondergebracht in het hotel. De familie Postma krijgt hiervoor na afloop het mobilisatiekruis. In de achtertuin wordt in 1918 een vredeskastanjeboom geplant.

Hotel Postma in Dagblad van het Noorden 15-12-2014

Het hotel groeit uit tot een bekende vergader- en ontmoetingsplek. Vader Sjouke wordt in Emmen een bekend persoon. Hij is actief in de liberale Vrijheidsbond, zit in de gemeenteraad en stelt zich in 1922 namens Kieskring Drenthe beschikbaar voor een zetel in de Tweede Kamer (maar wordt niet gekozen).

Advertentie in het boekje In en om Emmen 1935

Zoon Klaas gaat in Emmen naar de ambachtsschool en als hij zijn diploma heeft wordt hij daar docent. Hij is dan 19 jaar. Klaas volgt daarna nog  via de PBNA ( Polytechnisch Bureau Nederland Arnhem, 1912) een schriftelijke cursus voor bouwkundig tekenaar. En als er voor zijn ouders een huis gebouwd wordt naast het hotel in Emmen, De Kolhoop, maakt Klaas de bouwtekeningen (1932).

Klaas Postma thuis achter de tekentafel. Auteursrecht Joke Schippers.

In 1933 neemt oudste zoon Jacob het hotel over maar Klaas is dan al naar het westen van het land vertrokken. Na zijn periode in Emmen woont hij rond 1930 eerst in Doorn en daarna in Gorinchem. Uiteindelijk wordt hij bouwkundig opzichter in Voorburg. Hier ontmoet hij de Haagse Theodora Jansje van Straaten (Dora). Dora is de dochter van Antonie van Straaten, aardappelhandelaar van beroep, en Jansje Slierendrecht. Van Straaten is actief in de Haagse Vereniging voor Groothandelaren in Aardappelen.

Samen er op uit. Foto van voor de oorlog met voor de auto de ouders van Dora, Anthonie van Straaten en Jansje Slierendrecht en achter de auto Klaas Postma en zijn echtgenote Dora van Straaten. Auteursrecht: Joke Schippers

Dora wordt als enigst kind geboren uit het tweede huwelijk van haar vader. Ze heeft 9 halfbroers en -zussen uit het eerste huwelijk van haar vader. Als jongste wordt ze erg verwend. Ze maakt mooie reizen met haar ouders.

De verloving van Klaas & Dora. Auteursrecht Joke Schippers.

In februari 1932 gaan Klaas en Dora in ondertrouw.

Het Vaderland februari 1932

Niet lang daarna trouwen ze in Den Haag. Klaas is dan 28 jaar en Dora 29 jaar. Broer Hennie (Hendrik Jan) Postma, die een jaar ouder is dan Klaas,  is getuige. Hij woont op dat moment ook in Den Haag en is machinist.

Huwelijk Klaas Postma en Dora van Straaten 13 maart 1933 in Den Haag. Auteursrecht: Joke Schippers

Het pas getrouwde stel gaat in Voorburg in de Van de Wateringenlaan 28 wonen, de straat waar de blauwe trein door heen rijdt. Tegen het eind van 1933 verhuizen ze naar de Van Linschotenstraat 20. Dochter Joke: mijn moeder zei altijd dat mijn vader in deze periode moeilijk werk kon vinden.

Blauwe tram in Voorburg in de jaren ’50, Nederland in Beeld.

In juni 1934 wordt eerste zoon Tom Johan geboren. En in maart 1936 de tweede zoon John Theo. Hierna verhuizen ze naar Tuindorp in Utrecht waar dochter Johanna Beatrix (Joke) in 1938 wordt geboren.

Het gezin Postma op vakantie. Met de kinderen Tom, John en Joke. Auteursrecht: Joke Schippers.

Van hier verhuizen de Postma’s met de drie kleine kinderen rond 1939 naar Oog in Al. Ze vinden een woning in de Joseph Haydnlaan 31. Klaas is als opzichter bij de Genie betrokken bij de bouw van het Militair Hospitaal en hij wordt daarna opgeroepen om voor de Duitsers te gaan werken bij de Bezirks Verwaltung. Dit weet hij te ontlopen, mogelijk door zijn werk daarna als bouwtechnisch tekenaar bij de Nederlandse Spoorwegen. Met zijn betrekking bij de NS is Postma verzekerd van een ontheffing voor de Arbeitseinsatz.  NS personeel krijgt een ontheffing en in de oorlog staan er daarom wel zo’n 1000 mensen meer op de loonlijst dan daarvoor. Mogelijk behoort ook Klaas tot één van deze 1000 tijdelijk toegevoegde personeelsleden.

De broer van Klaas, Hennie, die ook op de ambachtsschool in Emmen heeft gezeten, wordt leraar in technische vakken en vertrekt met vrouw en drie kinderen naar Nederlands Indië.

De bouw van een nieuw Militair Hospitaal in Oog in Al aan de Joseph Haydnlaan gaat in 1938 van start. Het Rijk heeft al in 1933 het goed gelegen terrein Oog in Al  aangekocht, bij het Merwedekanaal en de Oude Rijn ten Westen van Utrecht, goed gelegen bij water en uitvalswegen, voor de bouw van een nieuw Militair Hospitaal. Maar het ministerie van Defensie gaat twijfelen als Amsterdam het oude Tesselschadeziekenhuis ter beschikking stelt. Uiteindelijk wordt in mei 1938 de knoop toch doorgehakt ten gunste van Utrecht.

Utrechts Nieuwsblad 13 mei 1938

In de boerderij De Halve Maan is al vanaf 1935 een tekenbureau van de Genie gevestigd onder leiding van kapitein ingenieur P.J.H. Marcella. Dit bureau ontwerpt en tekent het nieuwe ziekenhuis. Ook Klaas Postma werkt mee aan de bouwtekeningen. Er worden in het nieuwe ziekenhuis ook schuilkelders gepland. De tekeningen worden omgezet in een maquette.

Foto van de maquette van het Militair Hospitaal uit het familiearchief van de familie Postma. Met op de achterkant geschreven: Uitvoerder J. Postma (Klaas). Echtgenote Dora noemde Klaas vaak John. Ze vond Klaas niet zo’n mooie naam. Auteursrecht: Joke Schippers

Tijdens dit werk raakt Klaas Postma bevriend met hoofdopzichter en architect Niek van Donkelaar uit Woerden. Ze delen bij het uitbreken van de oorlog hun afkeer van het nationaal socialisme. Ook buurman en reserve officier F. M. (Frits) Meulenkamp  van de Joseph Haydnlaan 25 is bij de bouw van het Hospitaal betrokken. Postma en Meulenkamp worden in augustus 1939 samen gemobiliseerd; zij spreken over de dreiging van de nazi’s en keren zich fel tegen een mogelijke overheersing.

De drie mannen vinden elkaar al snel na het uitbreken van de oorlog in hun verzet tegen de Duitsers. Hun rechtsgevoel is aangetast en ze kennen een enorme liefde voor land en volk. Het gaat daarbij in eerste instantie om geweldloos verzet in de vorm van spionage activiteiten voor Engeland en het zoeken naar adressen voor de eerste onderduiker. Klaas Postma maakt tekeningen van het spoorwegnet voor de geallieerden. Ander inlichtingenwerk betreft het doorgeven van de munitieopslagplaatsen, verdedigingswerken en Duitse kazernes.

Frits Meulenkamp later in 1947:
In 1940 ben ik in samenwerking met K. Postma, destijds wonende J. Haydnlaan te Utrecht, begonnen met illegaal werk. In eerste instantie was dit werk niet van grote omvang en bepaalde het zich tot spionnenwerk.

Niek van Donkelaar na de oorlog:
In samenwerking met Klaas Postma, de latere leider van de Oranje-Vrijbuiters, heb ik vanaf het begin van de bezetting gezorgd voor het onderbrengen van verschillende Joden, hieruit is later de verzetsgroep Oranje Vrijbuiters ontstaan.

Militair Hospitaal in aanbouw November 1939, HUA 77394

In 1942 is de bouw van het Militair Hospitaal grotendeels voltooid, maar nog voordat het door Defensie als ziekenhuis in gebruik kan worden genomen zijn de Duitsers er ingetrokken. En met de komst van de Duitse Kriegsmarine in het Militair Hospitaal en ook in het iets verder op gelegen Homeopathisch Ziekenhuis, worden in maart 1943 ook veel huizen in de buurt van de ziekenhuizen  geconfisqueerd. Dit noodlot treft ook Klaas Postma en Frits Meulenkamp als bewoners van de Joseph Haydnlaan 31 en 25. Klaas Postma verhuist met zijn vrouw en kinderen naar de Franz Schubertstraat 37 en Frits Meulenkamp naar de Leidschekade 79 bis.

In beslag genomen huizen door de Duitse Kriegsmarine waaronder de huizen van Klaas Postma en Frits Meulenkamp. Het Utrechts Archief.

Klaas Postma komt daarmee naast een NSB-er te wonen en tegenover de Johan de Wittschool aan het Beethovenplein die ook door de Kriegsmarine in beslag is genomen. De NSB- er is Van Beuzekom die op de hoek van het Beethovenplein op nummer 1 een sigarenwinkel heeft en NSB propaganda verspreid. Met zijn Reisonderneming Dietschland organiseert hij reizen naar het nationaal socialistische partijcongres de Rijkspartijdag in Neurenberg. Ook biedt hij van mei 1942- april 1944 onderdak aan enkele Duitse militairen.

Advertentie van de Reisonderneming Dietschland van NSB-er Van Beuzekom in het NSB blad voor Volk en Vaderland, 26 augustus 1938

Oranje Vrijbuiters

De verzetsgroep rond de drie mannen krijgt in 1942 een naam: de Oranje Vrijbuiters. Klaas Postma (schuilnaam Stevens of Peters) en Frits Meulenkamp (schuilnaam Van Kampen) leiden de verzetsgroep vanuit Utrecht, waarbij Klaas zich toespitst op het onderduikwerk en Frits op de rest van de verzetsactiviteiten. In getuigenverklaringen van na de oorlog wordt Klaas Postma vaak als de leider genoemd. Niek van Donkelaar leidt de groep in Woerden.Door zijn werk in de oorlog bij de Spoorwegen kan Klaas Postma reizen en legt hij veel contacten door het hele land.

De vaste kern van de Oranje Vrijbuiters (afgekort OV) bestaat rond 1942 uit zo’n twaalf leden. In 1943 wordt de groep sterk uitgebreid. De groep werkt vanuit Utrecht maar heeft leden en een netwerk in heel Nederland. Oranje Vrijbuiters komen onder meer uit Utrecht, Rotterdam, Den Haag en Amsterdam. Ver weg woont OV-er Chris Kerkhof (42 jaar) timmerman uit Leeuwarden (lid sinds 1942). Hij is getrouwd met een nicht van Klaas Postma, Froukje Postma. Om de groep heen zijn er veel lokale verzetsmensen betrokken zoals bijvoorbeeld in Woerden en rond Epe.

Naast Klaas Postma en Frits Meulenkamp woont ook een aantal andere  Oranje Vrijbuiters in Utrecht. Dit zijn de broers Heij, Leo (29 jaar), Bertus (28 jaar) en Kees (24 jaar) Heij, Roel Abma (24 jaar),Tom Spoelstra (29 jaar), Joop de Heus (25 jaar), Johan Linders (21 jaar) en Kors Aelbers (23 jaar).

Leo Heij is getrouwd met Johanna en is ambtenaar. Ze hebben twee kinderen. Leo is eerst betrokken bij het illegale blad BC nieuws. BC staat voor Bridge Club (er wordt namelijk voor contact met elkaar een bridge club opgericht). Later staat BC voor Burgerlijk Contact. Dit illegale blad bestaat al sinds 1940 en is oorspronkelijk in Santpoort opgericht. Heij zorgt voor de technische kant van het blad, voor het stencillen en de verspreiding ervan in Utrecht. Dit doet hij samen met zijn vrienden Tom Spoelstra en Roel Abma. BC nieuws en een ander illegaal blad Bulletin fuseren per 1 januari 1943 tot Je Maintiendrai. Het is Leo Heij die de naam Je Maintiendrai bedenkt. En als dit nieuwe blad landelijk verspreid wordt is Heij betrokken bij de organisatie ervan. Hierna treedt hij met zijn vrienden toe tot de knokploeg van de OV.

Je Maintiendrai van 1 mei 1945

Roel Abma, student/ambtenaar bij het Rijksbureau voor Voedselvoorziening in Oorlogstijd, woont op kamers in de Goethelaan. Hij is in 1930 met zijn vader vanuit Roosendaal naar Utrecht gekomen. Ze wonen eerst samen op de Rijnlaan en zijn vader woont later op de Alexander Numankade. Roel is niet getrouwd en heeft geen kinderen. Hij komt in 1943 bij de OV.

Tom Spoelstra, ambtenaar, woont in Tuindorp en komt ook in 1943 bij de knokploeg.

Ook de broers van Leo Heij, Bertus Heij, betonarbeider, verloofd met Willy , de zus van Oranje Vrijbuiter Kors Aelbers en Kees Heij, instrumentmaker en verloofd met Miep, worden actief bij de OV. De gebroeders Heij komen uit een gezin met acht kinderen (de drie broers en 5 zussen) die allen geboren zijn in de Obrechtstraat 47. Vader Dirk Heij is meubelmaker en heeft zijn werkplaats op zolder.

Joop de Heus is automonteur en chauffeur, woont op het Van Wielingenplein. In februari 1943 sluit hij zich aan bij de OV alwaar hij veel gevaarlijke klussen doet met de knokploeg. Hij is niet snel bang en houdt ook van een borrel. Hem wordt roekeloosheid en drankmisbruik verweten. Ook wordt hij beschuldigd van het stelen van geld.

Johan Linders, student van de Vossegatschelaan 62, is geboren in Nijmegen. Hij komt in april 1943 via De Heus in contact met de OV. Hij werkt als verbindingsman binnen de groep onder de schuilnaam Brouwer. Johan: ik gaf de orders die ik kreeg van den leider der vereeniging, den heer Postma, aan De Heus door die toendertijd de leider der K.P. was.

Kors Aelbers (schuilnaam Karel) is beroeps marinier en woont samen met zijn zus boven de stoffeerderij van zijn ouders aan de Steenweg 28. Hij wordt in 1943 lid van de knokploeg van de OV en is de man van harde acties. Hij werkt veel samen met Joop de Heus.

De Oranje Vrijbuiters krijgen hun hoofdkwartier op de Nieuwegracht 151 in Utrecht. Het pand is door Frits Meulenkamp gehuurd. Hier vergaderen ze, in ieder geval elke zondag, en er worden documenten bewaard zoals bonkaarten, ledenlijsten en de boekhouding. Ook worden daar persoonsbewijzen vervalst. Tevens wordt dit adres gebruikt als een plek voor onderduikers.

Foto uit 1981 van het pand Nieuwegracht 151, Hoofdkwartier van de Oranje Vrijbuiters, HUA 815175

Onderduikers

Het aantal door de Oranje Vrijbuiters onder te brengen onderduikers wordt steeds groter. Naast vervolgde Joden gaat het ook om verzetsmensen en vanaf het voorjaar van 1943 ook om mannen die weigeren om in Duitsland te gaan werken (dwangarbeid).

Duik onder! Meld je niet voor de Arbeitseinsatz. Oorlogsbronnen.nl

Ook studenten die weigeren de loyaliteitsverklaring te ondertekenen, worden ondergebracht. Een enorme logistieke operatie. Veel contacten lopen via Klaas Postma en Oranje Vrijbuiters weten hem te vinden op zijn adres in Oog in Al of per telefoonnummer 11188.

Naamlijst Telefoondienst 1943, Postma,K, Fr. Schubertstraat 37, telefoon 11188

Maar voor al die onderduikers zijn er naast adressen ook bonkaarten (voor voedsel en verzorging) en persoonsbewijzen nodig. Er volgen vanaf 1943 dan ook overvallen door de knokploeg van de OV (opgericht in 1943) op distributiekantoren en arbeidsbureau’s. Deze overvallen behoren tot de eerste in hun soort. En hiermee komt er een einde aan het geweldloze verzet. Ook worden er ‘’foute’’ mensen (landverraders en NSB- ers), die een gevaar vormen voor de OV en/of voor de door hen ondergebrachte onderduikers, uitgeschakeld. De OV werken samen met de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) (opgericht in november 1942) en andere verzetsorganisaties en -personen. Voordat de LO eigen knokploegen heeft (vanaf augustus 1943) wordt  regelmatig de knokploeg van de OV ingeschakeld. Met de knokploeg is de verzetsgroep Oranje Vrijbuiters een all round verzetsgroep geworden: onderduik, overvallen, sabotage, spionage en liquidaties.

In Oog in Al werkt de groep samen met de individuele verzetsman Joop van Baaren uit de Byronstraat 1. Van Baaren is vóór de oorlog actief in de socialistische Arbeiders Jeugd Centrale (AJC) en ambtenaar op het kantoor van de Gemeenteontvanger en heeft veel contacten. Hij trekt zich al vroeg het lot van de Joodse landgenoten aan. Het begint met het veilig onderbrengen van de Joodse buren van zijn schoonouders in 1942. En het worden al snel meer onderduikers. Zo weet hij honderden Joden te redden van deportatie. Via de gemeente en betrouwbare collega’s  ziet hij kans om aan bonkaarten te komen. Zijn vader werkt bij de Munt en via hem kan hij aan stempels komen. En via de bakker worden de bonkaarten in Oog in Al,  waarin iedereen elkaar kent en waar ook meerdere onderduikers zijn ondergebracht, op veilige manier verspreid.

Voorbeeld van afdrukken van vervalste stempels van Arbeidsbureau’s. Gemeentearchief Zaanstad.

Onderduikers via de Oranje Vrijbuiters komen vooral in Utrecht, Woerden en Epe terecht.

Utrecht: naast het hoofdkantoor op de Nieuwegracht heeft de verzetsgroep ook  andere onderduik adressen in Utrecht  zoals in Lombok. Het echtpaar Boekhoff-Cooman woont in de Palembangstraat 20bis. Boekhoff doet  klussen voor de Oranje Vrijbuiters en Suzanne zorgt voor de onderduikers in hun kleine woning.  De OV- ers Heinz Loewenstein en Bertus Meulenkamp (een broer van Frits Meulenkamp) regelen de distributiekaarten voor de acht Joodse onderduikers en een baby op dit adres.

Ook de familie Pompe in Utrecht helpt veel joodse onderduikers die via de OV op dit adres terecht komen. Soms zitten daar wel 15 Joodse onderduikers tegelijk. Onder hen Ursula Stern, de heer Lever met zoon, Heinz Neuman, Rudi Cohen en Luky Danielson met zijn zus en ouders.

In Woerden organiseert Niek van Donkelaar mede oprichter van de OV, samen met een aantal anderen het verzet. Van Donkelaar heeft zich hier in 1939 gevestigd als partner van het archtectenbureau J. H. Bodegraven, voortaan Van Donkelaar & Bodegraven.

Niek van Donkelaar, derde van links, als hoofd van de plaatselijke BB (Bescherming Bevolking) na de oorlog in 1953 in Woerden. RHC Rijnstraak, G 1568, Fotocollectie Jaap Van der Vooren SR.

Samen met de Woerdense verzetsman en OV-er / melkman Jan van Elk koopt hij in maart 1943 in de oude binnenstad een pand aan de Rijn nummer 37 (nu Rijnstraat 75a). Het huis komt op naam van Jan van Elk te staan. Het geld daarvoor komt uit verzetskringen. Dit wordt een belangrijk onderduikadres voor de verzetsgroep. Ook komen hier de Oranje Vrijbuiters bij elkaar om te vergaderen in aanwezigheid van Frits Meulenkamp en/of Klaas Postma en blijven daarna overnachten. Ze duiken hier ook wel eens onder om even uit beeld te zijn, zoals  Johannes van Os.  Verder verblijven er voornamelijk Joodse onderduikers in het pand waaronder het uit Essen gevluchte echtpaar Alfred en Anna Rosa Stern. Zij hebben met hun dochter Ursula Stern ook in het onderduikhuis van de  OV in Epe gezeten. Vader Stern leert daar de Oranje Vrijbuiters omgaan met vuurwapens. Jan van Elk verzorgt de onderduikers en kan zich als melkman makkelijk door de stad bewegen zonder op te vallen.

Ook worden er in Woerden kinderen ondergebracht vanuit het Utrechtse Kindercomité (UKC) door contact tussen Klaas Postma en Rut Matthijsen, één van de oprichters van het Comité. Het UCK is een groep gevormd door Utrechtse studenten om Joodse kinderen uit Amsterdam veilig elders onder te brengen. De naam UCK wordt overigens pas na de oorlog gebruikt. Ook op het privé adres van Jan van Elk en zijn vrouw Marie op de Kruittorenweg 24 verblijven onderduikers waaronder kinderen via het Kindercomité. Dochter Wil van Elk herinnert zich bijvoorbeeld Lotte, een Joods meisje dat bij haar ouders onderduikt. Wil en Lotte hebben allebei zwart haar en zo kan Lotte doorgaan voor Wil’s zusje. Wil is vijf jaar, Lotte vier. Ze gaan ook samen naar de kleuterschool. Wil: Maar opeens was ze ook weer verdwenen.

Marie van Elk met haar kinderen Jan en Wil en een Joods onderduikmeisje op straat. Auteursrecht: Bert van Elk, devanelkjes. nl

Epe: Op de Veluwe beschikken de Oranje Vrijbuiters over een onderduikvilla  bijnaam ’t Grote Huis op landgoed Tongeren van eigenaar Adriaan Oudkerk, een groothandelaar in boter en eieren uit Amsterdam, die zich hier in 1940 gevestigd heeft. Hier duiken Joden onder maar ook Oranje Vrijbuiters zelf. De Joodse onderduikers op het Grote Huis worden verzorgd door David van de Reis. Hij en Joop Abbink zijn lokale verzetsmensen die banden hebben met de OV. Joodse families die in Epe onderduiken zijn ondermeer de familie Stern (die later in Woerden onderduiken) en de familie Buchheimer. Het gezin Buchheimer bestaat uit vader Adolf, moeder Johanna en zoon Horst. Ze zijn vanuit Duitsland gevlucht naar Nederland en komen in Woerden terecht op doorreis naar Zuid Afrika, maar de oorlog breekt uit en ze zitten vast. In Woerden komen ze in contact met Niek van Donkelaar van de Oranje Vrijbuiters en die weet hen in Epe onder te brengen. Horst Buchheimer in 1991: Niek was een prachtvent, door hem konden we onderduiken in Epe. Horst krijgt een vervalst persoonsbewijs en is voortaan Piet van Delden. Dat onderduiken heeft ons leven gered. Zowel Horst als zijn ouders Buchheimer overleven de oorlog en Horst zal trouwen met Ursula Stern, de dochter van het echtpaar Stern.

Ook de leiders Klaas Postma, Frits Meulenkamp en Niek van Donkelaar komen op gezette tijden in Epe langs. Van hieruit worden ook overvallen en liquidaties georganiseerd.

In mei 1943 wordt Frits Meulenkamp gearresteerd. Hij moet zich als reserveofficier aanmelden als krijgsgevangene voor dwangarbeid in Duitsland. Hij meldt zich niet en wordt daarom in zijn huis op de Leidschekade opgepakt. Hij wordt overgebracht naar Kamp Amersfoort en uiteindelijk half juli naar Duitsland weggevoerd. Hier wordt hij te werk gesteld in Schleswig bij de Vleeswaren- en Conservenfabriek van de Gebroeders Rasch A.G. in de Plessenstrasse. In Nederland breekt er naar aanleiding van de nieuwe regelgeving van 29 april 1943, dat oud militairen zich moeten melden voor de Arbeitseinsatz in Duitsland, een spontane landelijke staking uit, de April-mei stakingen.

Lijst met dwangarbeiders bij de Gebr.Rasch in Schleswig dd oktober 1946 met bij de Holländer ook : Fritz Meulenkamp. Arolsen Archives.

Postma neemt nu de algehele leiding van de verzetsgroep op zich. Onder zijn leiding wordt de verzetsgroep sterk uitgebreid. Nieuw lid van de groep is onder meer Truus Solleveld (19 jaar) van de Laan van Meerdervoort in Den Haag, één van de weinige vrouwen. Zij gaat als koerierster aan de slag. Truus na de oorlog: Ik ben in juni 1943 toegetreden tot de verzetsgroep de Oranje Vrijbuiters. Hiertoe had ik contact gezocht met Postma, destijds wonende in de Beethovenlaan (moet zijn Franz Schubertstraat) te Utrecht. Tegelijk met Truus sluiten ook Ton Hegge (23 jaar) uit Rotterdam en Bob van Oorschot (24 jaar) uit Den Haag zich aan. De twee zijn vrienden van elkaar en van Truus. Truus ontmoet bij haar verzetswerk ook OV-er Hans van Koetsveld (25 jaar) uit Rotterdam en ze worden verliefd. Er ontstaat een kortdurende relatie tot aan de arrestatie van Van Koetsveld later dat jaar.

Truus Solleveld, website Oranje Vrijbuiters

Via Klaas Postma wordt ook communist en NS machinist Frits Rose uit de Amstelstraat vanaf 1943 betrokken bij het verzetswerk van de OV. Rose na de oorlog: omstreeks april 1943 trad ik (…) toe tot de illegale organisatie D.O.V. ( De Oranje Vrijbuiters). Het werk dat het hoofd van de O.V.B., de later gefusilleerde Postma uit Oog in Al, mij opdroeg en dat ik ook voor zover mogelijk uitvoerde, bestond uit sabotage bij de NS ,het verschaffen van NS uniformen, het bezorgen van machinistenrapporten en vrijbiljetten, het opgeven van de vertrektijden en de loop der weermachtstreinen, het bezorgen van wapens en munitie dat gepikt wordt uit munitietreinen.

En er sluiten zich nog meer nieuwe leden bij  de Oranje Vrijbuiters aan.

De knokploeg

De OV richten in 1943 een eigen knokploeg op onder leiding van Tom Spoelstra (uit Tuindorp Utrecht) en Hans van Koetsveld (uit Rotterdam). Ook Joop de Heus (uit Utrecht) is vanaf februari 1943 lid van de knokploeg. Hij trekt op zijn beurt weer nieuwe OV-ers aan uit kringen van het illegale blad Je Maintiendrai. Tom Spoelstra is daar één van maar ook Leo Heij en Roel Abma komen bij de groep. De opdrachten krijgen ze van Klaas Postma.

Een hete zomer

De knokploeg pleegt overvallen op distributiekantoren en arbeidsbureau’s. En er volgen aanslagen op foute Nederlanders waarbij regelmatig wordt samengewerkt met anderen. In de zomer van 1943 volgen de acties elkaar snel op.

In juni 1943 neemt het Utrechtse Kindercomité (UCK) bij monde van  Rut Matthijsen contact op met Klaas Postma in Oog in Al. Het UCK heeft Joodse kinderen ondergebracht in een kampeerhuis genaamd Zegenwerp in het Brabantse Esch maar nu blijken de beheerders, Dirk de Ruiter en zijn vriendin Mies van Ginkel, contacten te hebben met de Sicherheits Dienst. En omdat deze beheerders alle UCK-ers bij naam kennen vormen ze een gevaar. Ook weten ze van de onderduikplek voor Joodse kinderen in Woerden. Besloten wordt om deze beheerders te liquideren en de OV-ers willen dit op verzoek van Rut Mathijssen wel uitvoeren. Klaas Postma stuurt Joop de Heus en Kors Aelbers van de knokploeg van de OV mee met Hetty Voûte en Gisela Söhnlein van het UCK.  Daarnaast reizen ook Rut Matthijsen en Jan Meulenbelt van het UCK mee. Hetty en Gisela halen de kinderen met een smoes weg bij het kampeerhuis. En daarna wijzen Rut en Jan per fiets vanaf station Boxtel de weg naar Zegenwerp in Esch en komen de OV-ers in actie. Dirk de Ruiter krijgt een klap op zijn hoofd en wordt dood geschoten en Mies van Ginkel raakt zwaar gewond maar ontkomt. Tevens blijkt de 22-jarige zoon van Mies aanwezig te zijn op de plek des onheils en hij wordt in zijn borst geschoten maar weet ook te ontkomen.

De OV-ers maken zich uit de voeten en duiken na overleg met Klaas Postma onder in Epe. Hetty en Gisela van het UCK worden in Utrecht opgepakt en verdwijnen via kamp Vught naar Ravensbrück. Ze overleven twee jaar concentratiekamp. Rut en Jan van het UCK duiken voor maanden onder.

Een andere actie die aan de knokploeg wordt toegeschreven is de  liquidatiepoging op NSB politieman en jodenjager Evert Drost in Zeist in juni 1943. Drost vormt een gevaar voor de Joodse onderduikers in Zeist, zeker nadat hij 7 onderduikers heeft aangegeven. Bij de aanslag (zonder dodelijke gevolgen) zijn twee OV-ers betrokken, waaronder Tom Spoelstra uit Tuindorp, die op de fiets naar het huis van Drost zijn gereden.

De knokploeg van de OV pleegt in samenwerking met de LO (Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers) op  19 juli 1943 een overval op een distributiekantoor in Huizen. Deze overval trekt landelijk veel aandacht. Het is één van de eerste overvallen op een distributiekantoor. De kranten spreken  over drie  mannen, waarvan één gemaskerd, die tijdens de lunchpauze binnen vallen. De twee aanwezige ambtenaren worden opgesloten. De mannen gaan er met distributiekaarten, tabakskaarten en veel losse bonnen vandoor en weten te ontkomen. De Oranje Vrijbuiters Hans van Koetsveld en Joop de Heus zijn hierbij betrokken.

Algemeen Handelsblad 20 juli 1943

Een deel van de buit wordt verstopt op de zolder van de stiefbroer van Hans, bij Van Reedt Dortland op de Everard Meijsterlaan 81 in Oog in Al en wordt vanuit hier verder verdeeld.

Foto vanaf het balkon van de Everard Meijsterlaan 81, winter 1943/1944. Met uitzicht op de Franz Schubertstraat en bus lijn 4 met houtgasgenerator. Hier lagen op zolder delen van de buit van het distributiekantoor uit Huizen. Auteursrecht: Ran van Reedt Dortland

Na deze overval zijn de ambtenaren van het kantoor in Huizen naar kamp Vught gestuurd omdat ze zich niet verzet zouden hebben. Verder besluiten de Duitsers dat voortaan bij overvallen op een distributiekantoor de bevolking geen nieuwe bonnen krijgt.

Op 23 juli volgt een overval op het distributiekantoor van Kampen (IJsselmuiden). Ook dit is  een samenwerkingsactie  tussen de OV en de LO. De buit bedraagt 3500 bonkaarten.

Distributiebonnen voor voedingsmiddelen, voor de periode october-november 1944. NIOD 210656
Distributiekantoor Utrecht na een overval, NIOD 98066

Op 24 juli 1943 pleegt de knokploeg van de OV een aanslag op het echtpaar Den Oudsten in Nunspeet. Hierbij zijn Oranje Vrijbuiters Hans van Koetsveld (uit Rotterdam), Herman van Roon (uit Rotterdam), Kees van Koert (uit Den Haag) en Joop de Heus (uit Utrecht) betrokken. Den Oudsten, opperwachtmeester bij de marechaussee en fanatiek NSB-er, is een berucht Jodenjager. Hij vormt een gevaar voor de Joodse onderduikers op de Veluwe. Het echtpaar wordt in de tuin van hun huis aan de Zeeweg om het leven gebracht door schoten uit een vuurwapen. Het proces verbaal spreekt over twee daders die op de fiets zijn ontkomen. Na deze aanslag zijn de OV-ers genoodzaakt zich terug te trekken uit Epe en de onderduikvilla daar.

Het Gewestelijk Arbeidsbureau, bijgenaamd Het IJzeren Hek, in Utrecht aan de Breedstraat krijgt ook bezoek van de OV. De knokploeg probeert het bureau met een trotyl bom op te blazen om zo de persoonsgegevens te vernietigen van alle mannen die zich aan moeten melden voor de Arbeidseinsatz (dwangarbeid). De aanslag mislukt en de volgende dag doen Joop de Heus en Karel Aelbers een nieuwe poging maar ook deze keer ontploft de tijd brandbom niet.

Een niet ontplofte tijdbom gevonden bij het Gewestelijk Arbeidsbureau in Utrecht ca 1945, HUA 811607

De moordaanslag op de NSB-ster Mevrouw Marsman op 2 augustus 1943 in Nederhorst den Berg wordt ook aan de OV toegeschreven. Er worden twee schoten op haar afgevuurd maar ze overleefd de aanslag.

Op 4 augustus volgt een aanslag op het echtpaar Boeyenga in Leeuwarden. J. Boeyenga is werkzaam bij het Gewestelijk Arbeidsbureau aldaar. Deze aanslag wordt ook aan de OV toegeschreven. Mogelijk is Chris Kerkhof van de OV hierbij betrokken. Het echtpaar raakt niet levensgevaarlijk gewond.

Pagina uit de NSB Almanak jaargang 3, 1944 met een overzicht van aanslagen op NSB-ers in de zomer van 1943. Oranje stip= aanslag door de knokploeg van de Oranje Vrijbuiters. Ook de aanslag van Truus van Lier op politieman Kerlen staat in dit rijtje.

Half augustus 1943 weet Frits Meulenkamp Schleswig in Duitsland te ontvluchten en komt hij terug naar Utrecht. Als hij langs gaat bij het hoofdkantoor van de Oranje Vrijbuiters op de Nieuwegracht ziet hij veel nieuwe gezichten. Dat vindt hij erg riskant. Hij is het absoluut niet eens met het soepele toelatingsbeleid van Postma, zal hij later getuigen. De groep is sterk uitgebreid.

Meulenkamp in 1946: Veel nieuwe onbekende gezichten! Het bleken VRIJBUITERS geworden te zijn en ik voelde me er direct niet senang bij. Volgens mij is dat de voornaamste oorzaak van de arrestatie van de groep geweest. Meulenkamp laat zich niet meer zien op de Nieuwegracht maar ook niet op  zijn huisadres Leidschekade 79 bis; hij duikt onder.

Rampspoed , Oranje Vrijbuiters worden opgepakt

Maandag 23 augustus 1943

Het oprollen van de OV begint met de arrestatie van twee leden van de verzetsgroep op het station van Den Haag op maandag 23 augustus 1943. Tom Spoelstra en Herm van Toor hebben die dag een afspraak met een mogelijke geldschieter voor de OV. De verzetsgroep zit in geldnood en kan goed wat extra geld gebruiken. Maar ze blijken in de val gelokt en worden opgepakt. Spoelstra en Van Toor worden verhoord door de Haagse Sicherheitspolizei en één van hen slaat door. Zo wordt het adres van het hoofdkwartier in Utrecht bekend.

Dinsdag 24 augustus 1943

De dag erna op dinsdag 24 augustus volgt er rond 17.00 uur s middags  een inval op de Nieuwegracht in Utrecht. Hierbij zijn 10 man van de Sicherheitspolizei uit Den Haag bij betrokken. Ze treffen drie vrouwen en een meisje aan. Het zijn de Joodse onderduiksters tante Dien, tante Bep en Hannie. Het meisje is Inge Löwenstein (13 jaar). Zij is met haar ouders (ze is enigst kind) in 1938 Duitsland ontvlucht en gaan in Woerden wonen. Haar ouders duiken onder maar worden in juni 1943 op hun onderduikadres in Amsterdam opgepakt en in Sobibor omgebracht. Inge duikt op andere adressen onder dan haar ouders waaronder dit adres in Utrecht. Zij is hier via Niek van Donkelaar terecht gekomen.

Die avond rond 23.00 uur komen onder andere de Oranje Vrijbuiters Joop de Heus, Bertus Meulenkamp (de broer van Frits Meulenkamp), Heinz Löwenstein (uit Haarlem) en Leo Fischer (uit Amsterdam, die een relatie heeft de zus van Löwenstein (Ilse) langs en worden gearresteerd. Op dit adres worden veel papieren gevonden, namen en adressen. Adressen ook van het onderduikhuis in Woerden en het huisadres van Klaas Postma.

Eerder die dag op 24 augustus is ook al de financiële man en knokploeglid van de OV, Hans van Koetsveld gearresteerd. Die ochtend heeft hij eerst nog even een familiebezoekje gebracht bij zijn stiefbroer en schoonzus aan de Everard Meijsterlaan in Oog in Al. Dit blijkt uit een brief van zijn schoonzus van 24 augustus waarin ze schrijft: vanmorgen is Hans nog even geweest. Hij had het weer erg druk. Daarna vertrekt Van Koetsveld naar Tuindorp naar de ouders van Tom Spoelstra waar ook Tom woont om het toegezegde geld op te halen. Immers Tom Spoelstra en Van Toor leken de dag ervoor een deal te hebben met een geldschieter in Den Haag. Van Koetsveld weet nog niet dat ze daarbij in de val zijn gelokt. Op straat voor het huis van de familie Spoelstra wordt Van Koetsveld gearresteerd, mét een revolver op zak. Van Koetsveld probeert op de fiets te ontkomen maar valt. Via het kantoor van de SD/Sipo op de Maliebaan, wordt van Koetsveld na een eerste verhoor naar Scheveningen overgebracht. Na de arrestatie van Hans duikt zijn vriendin Truus Solleveld meteen onder.

Nacht van 24 op 25 augustus 1943

In augustus 1943 is Klaas Postma met zijn vrouw en kinderen op vakantie in Apeldoorn. Zijn verzetswerk gaat gewoon door want hij brengt in de week van 16 augustus nog een bezoek aan Wolvega in Friesland. Hier geeft hij al aan dat hij zich de laatste tijd niet meer zo veilig voelt en hij het vermoeden heeft dat hij gevolgd wordt.

Op 24 augustus gaat Postma alleen terug naar Utrecht, vrouw en kinderen blijven achter in het hotel in Apeldoorn. Hij gaat waarschijnlijk terug naar Utrecht voor een op 27 augustus  geplande belangrijke vergadering  met de LO (Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers) over een fusie. De LO wil namelijk een eigen knokploeg oprichten en omdat ze al regelmatig gebruik maken van de diensten van de zelfstandige knokploeg van de OV willen ze de mogelijkheid van een fusie bespreken. (In augustus/september 1943 richt de LO de Landelijke Knokploegen ( LKP) op . Maar dit komt voor de OV net te laat, ze zijn dan al grotendeels opgerold).

En dan slaat in de nacht van 24 op 25 augustus ook voor Klaas Postma het noodlot toe. Hij is niet gewaarschuwd na de inval op de Nieuwegracht en weet daarom niets van de andere arrestaties. Midden in de nacht rond 3.00 uur wordt er aangebeld bij zijn huis in de Franz Schubertstraat. Omdat de aanbellers zijn verzetsnaam STEVENS noemen vertrouwt hij de boel en doet hij open. Voor de deur staat de Duitse Sicherheitspolizei, zij zijn verantwoordelijk voor het opsporen van deutschfeindliche activiteiten. De Heus die de avond ervoor is opgepakt op de Nieuwegracht verklaart later: ik heb Postma proberen te waarschuwen door hem ‘s nachts vanaf de Nieuwe Gracht op te bellen. Maar omdat er Duitsers meeluisteren durft hij Postma niet met zoveel woorden te waarschuwen. Hij vraagt of de vergadering van de dag erop doorgaat waarop Postma reageert met: het is laat om met zo’ n boodschap te komen. De Heus wordt die nacht gedwongen om het huis van Postma aan te wijzen. Hij verklaart achteraf dat hij er vanuit ging dat het telefoontje van hem midden in de nacht zoveel argwaan zou hebben gewekt dat Postma wel weg zou zijn. De Heus tijdens een verhoor op 18 mei 1948: Toen wij echter bij het huis van Postma in Oog in Al aankwamen was hij alreeds door een andere groep Duitsers gearresteerd. Het hele huis wordt overhoop gehaald en Klaas Postma wordt meegenomen.

Franz Schubertstraat 37. Auteursrecht Wiebe Postma

Niek van Donkelaar in 1946: Toen Postma werd gearresteerd was dit de eerste nacht dat hij na een vrij lange vakantie uit Apeldoorn weer thuis was. Van Donkelaar denkt dat De Heus Postma heeft verraden omdat hij wist dat hij die avond weer thuis was gekomen. Anderen denken dat De Heus tot aan zijn arrestatie toe te vertrouwen is geweest (zie verderop meer over de verradersrol van Joop de Heus) en dat het adres van Postma bij de inval op de Nieuwegracht is gevonden.

Diezelfde nacht worden ook de Oranje Vrijbuiters Jacques Martens (20 jaar, uit Haarlem) en Herman van Roon (21 jaar, uit Rotterdam) op  hun onderduikadres bij de familie Krul op de Balijelaan 83bis opgepakt. Daarbij wordt ook een vuurwapen, verstopt in een lamp, gevonden.

Frits Meulenkamp (schuilnaam Frits van Kampen) neemt nu de leiding van de OV op zich en is betrokken bij de oprichting van de LKP.

Woensdag 25 augustus 1943

De dag na de inval op de Nieuwegracht volgt er op 25 augustus ’s ochtends vroeg om 7 uur een inval in Woerden in het pand aan de Rijn 37. Hier worden ruim 20 onderduikers en enkele OV-ers opgepakt. Dit wordt daarmee de grootste razzia in Woerden. De Duitsers vinden in het pand ook gestolen uniformen, documenten en bonkaarten. Jan van Elk is de dans net ontsprongen. Hij heeft vlak daarvoor nog melk langs gebracht op het onderduikadres en ziet niet lang daarna de inval van een afstandje gebeuren. Hij gaat gauw terug naar huis om zijn vrouw te informeren en vertrekt daarna naar Utrecht om de andere leden van de groep te waarschuwen. Hij belt aan bij het hoofdkwartier op de Nieuwegracht en heeft de enorme pech daar alsnog aangehouden te worden door de postende Duitsers die daar sinds de vorige avond verblijven. Via de Maliebaan 74 waar de Sicherheitspolizei huist en het huis van bewaring op het Wolvenplein komt hij terecht in de Duitse gevangenis  in Scheveningen. Hij zit daar tot 10 maart 1944 om vervolgens naar Vught te worden overgebracht. En niet lang daarna naar concentratiekamp Dachau in Duitsland. Hier bezwijkt hij aan de gevolgen van vlektyfus.

Onder de opgepakte onderduikers bevindt zich ook het echtpaar Stern. Ze worden uiteindelijk omgebracht in Auschwitz. Dochter Ursula (16 jaar) en de andere Joodse onderduikers bij de familie Pompe in Utrecht zijn in januari 1943 al verraden. Mevrouw Pompe wordt naar het concentratiekamp in Ravensbruck afgevoerd en Ursula komt via Kamp Vught en Westerbork terecht in concentratiekamp Sobibor. Zij is één van de weinige, die na een ontsnapping uit het concentratiekamp, de verschrikkingen van Sobibor overleeft. In 1964 vertelt ze in een interview over haar komst naar Holland en haar onderduikperiode.
I was born in Essen, Germany, in 1926. When the Nazis came to power, my parents shut down their lingerie store and escaped to Holland. When Holland was taken over by Germany we were at Epe. My father, Albert Stern, joined the resistance. My father and the architect Donklar and Peters (Stevans, who was murdered by the Nazis later) were part of a group of 20 people, that belonged to the “Oranje Vrijbuiters” movement. My father was skilled in the use of firearms and was the group instructor in that field. His group broke into the city hall in Apeldoorn, and confiscated many food coupons and important documents. (En met Donklaar wordt Niek van Donkelaar en met Peters /Stevans (Stevens) wordt Klaas Postma bedoeld).We were hiding at the Pompe family’s home. We were 15 people, and it was very difficult for our hosts to provide for us. Our hiding place was discovered, and the lady of the house, Mrs. Pompe was deported to the Ravensbrück concentration camp. Three of us – Heinz NeumanRudi Cohen and Luky Danielson – managed to escape at the last moment. Myself, Danielson’s parents and sister as well as Mr. Lever and his son were transported to Utrecht prison, than to Amstelveen (Gevangenis op Amstelveenseweg), and finally to Vught concentration camp.

De Joodse arts A. Sarluy duikt begin 1943 met zijn echtgenote onder in het pand aan de Rijn in Woerden.  Omdat hij het slecht kan vinden met een andere onderduikster, een zekere Mej. van Tol, gaat hij op zoek naar een ander onderduikadres en dat wordt zijn redding. Het echtpaar overleeft de oorlog en ze bedanken in een brief van 3 december 1945 Van Donkelaar en zijn echtgenote en de familie Van Elk voor alle geweldige hulp. Ook informeert hij in deze brief naar de familie Stern.

De dagen na de inval in Utrecht

Nieuwegracht

De Utrechtse SD blijft een week lang posten op dit adres. De arrestaties in Utrecht staan onder leiding van SS Untersturmführer Wilhelm Hedlar van de Haagse Sicherheitspolizei. Onder zijn leiding zijn de SD beambten Sasse en Blattgerste van het Binnenhof 20 en de foute Haagse rechercheur Jan Savenije betrokken bij het oprollen van de Oranje Vrijbuiters. Vanaf oktober 1943 werkt ook de Haagse Hans Veefkind jr. mee aan  de opsporing van de nog niet opgepakte Oranje Vrijbuiters. Hij moet de op de Nieuwegracht gevonden documenten vertalen en de afgenomen verhoren uittypen.

De dagen na de inval op het hoofdkwartier worden er nog meer mensen gearresteerd die langskomen. Om geen argwaan te wekken moet tante Bep (één van de Joodse onderduiksters) steeds de deur open doen. Hannie en Inge weten te vluchten via de achtertuin. Maar Hannie wordt toch weer gepakt en wordt via Westerbork en de concentratiekampen Auschwitz en Ravensbrück afgevoerd, maar overleeft de oorlog. Inge Löwenstein ontkomt en houdt zich in Woerden schuil bij kennissen tot aan het eind van de oorlog.

Twee dagen na de inval belt Johan Linders, verbindingsman bij de OV (schuilnaam Brouwer) aan. Hij verklaart in juni 1945:
Den 26-sten augustus 1943 werd ik ook gearresteerd in het pand aan de Nieuwe Gracht. Ik kwam dien ochtend naar het hoofdkwartier en zag aan de buitenzijde geen bijzonderheden die ik had vermoed te zullen zien indien er iets niet in orde was binnen het gebouw. Ik belde daarom aan waarop mij door een der vrouwelijke bewoonsters, genaamd Tante Bep, open gedaan werd. Toen ik evenwel binnen kwam, werd ik meteen bedreigd door twee Duitschers met een pistool en werd ik gearresteerd. Hij doet nog een vergeefse poging om te vluchten en wordt naar Scheveningen overgebracht.

Op 27 augustus belt Bob van Oorschot (24 jaar, OV-er sinds 1943) aan bij het hoofdkwartier. In een clandestien uit de gevangenis van Scheveningen gesmokkeld briefje schrijft hij over zijn arrestatie: ik zelf ben 27 augustus ’s-middags om 16.30u gearresteerd in Utrecht, terwijl ik aanbelde op een adres van onze organisatie. Toen ik aangebeld had voelde ik reeds in mijn onderbewustzijn dat er iets niet pluis was. Ik wilde me net omdraaien toen de deur openging en een mij onbekend voorkomend persoon me uitnodigde binnen te komen. Terwijl de deur nog half open was, werd mij verzocht mijn handen omhoog te houden en werd een revolver op mijn borst gedrukt. Ik deed mijn handen omhoog en sloeg meteen de hand met de revolver naar boven. Er ontstond een vechtpartij, waarbij een kogel langs mijn hoofd ging. Tenslotte werd ik door 2 andere Gestapo mensen overmeesterd en aan handen en voeten geboeid aan de centrale verwarming gebonden. Ben tot 11 uur verhoord. Behandeling in het begin erg grof, later beter. Om half 12 onder zware bewaking op transport naar Scheveningen. Aankomst 1 uur ’s-nachts.

Andries van Beek (34 jaar) uit Apeldoorn, OV- er die veel Joodse onderduikers op de Veluwe helpt, wordt ook op 27 augustus bij het hoofdkwartier opgepakt.

Maar ook verzetsman Joop van Baaren uit de Byronstraat in Oog in Al wordt via de OV en de inval op de Nieuwegracht gearresteerd. Eén van de OV- ers komt naar het werk van Van Baaren op zijn kantoor van de Gemeenteontvanger in de Domstraat om vervalste papieren op te halen. De Oranje Vrijbuiter gaat daarna door naar het hoofdkwartier en loopt regelrecht in de armen van de SD. De Duitsers vinden de vervalste papieren en de OV- er wordt gedwongen de naam te noemen van Van Baaren. Hij moet terug naar de Domstraat om Van Baaren aan te wijzen waarna de SD hem oppakt. Via het Huis van Bewaring in de Gansstraat komt ook Van Baaren terecht in de Scheveningse gevangenis.

Suzanne Boekhoff-Coomen uit de Palembangstraat komt ook deze week langs op de Nieuwegracht en ook zij weet nog van niks. Zij komt polshoogte nemen omdat haar contactpersonen van de OV (Bertus Meulenkamp en Heinz Löwenstein, die zijn opgepakt bij de inval op de Nieuwegracht op 24 augustus), opeens niet meer langskomen met voedselbonnen en  nu kan ze ‘’haar’’ onderduikers niet meer te eten  geven. Ze wordt onmiddellijk aangehouden. Als ze niet thuis komt in Lombok brengt haar man de onderduikers meteen in veiligheid en de volgende dag al staat de Sicherheitspolizei op de stoep. Het echtpaar wordt naar Scheveningen afgevoerd. Suzanne mag na een maand  naar huis. Maar haar man wordt doorgestuurd naar concentratiekamp Dachau in Duitsland maar komt na de oorlog weer terug.

Chris Kerkhof (43 jaar) uit Leeuwarden komt op zondag 29 augustus voor de wekelijkse vergadering naar Utrecht en is in gezelschap van een Joods meisje dat bij hem in onderduik heeft gezeten. Hij loopt als laatste passant op de Nieuwegracht in de val. Als hij langsgaat wordt hij gelijk gearresteerd door de Sipo en via het hoofdkwartier van de Sipo op de Maliebaan 74 naar Scheveningen afgevoerd. Wat er met het meisje is gebeurd is niet bekend. Thuis in Leeuwarden maken ze zich erg ongerust als echtgenoot en vader Chris niet terugkeert van zijn bezoek aan Utrecht. Zoon Henk Kerkhof vertelt daar later over:  “Ik was 12 toen mijn vader zich aansloot bij de verzetsgroep de “Oranje Vrijbuiters”. Wat hij precies als verzetswerk deed, wist ik niet, maar wel dat het hele gezin erin betrokken werd. Er gebeurde veel in huis wat niemand mocht weten. Waaronder het huisvesten van onderduikers. Of luisteren naar berichten uit Engeland. Maar ook mocht met geen woord worden gerept over de radio’s en spulletjes van koper, die in de werkplaats van mijn vader waren verstopt. Voor al deze dingen gold een slot op de mond. Het betekende elke dag alert moeten zijn om je mond niet voorbij te praten. Vaak gaf het angstige spanning, wat zich vooral voordeed als vader na zijn zondags overleg met andere leden van de verzetsgroep in Utrecht, langer wegbleef dan gewoonlijk. De sfeer in huis ademde dan bange bezorgdheid uit en werd er op die momenten gedacht dat hij misschien wel opgepakt was. Op zondag 29 augustus 1943 werd deze ongerustheid bewaarheid. Samen met een joods meisje dat bij ons ondergedoken was geweest, was hij in de vroege ochtend van die zondag afgereisd naar Utrecht. Door verraad werden ze daar door de SD opgewacht en gearresteerd, waarna mijn vader overgebracht werd naar de Scheveninger gevangenis, het “Oranjehotel”. We zouden hem nooit meer terugzien.

Franz Schubertstraat

Ook in het huis van Klaas Postma  blijven de Duitsers een week lang posten hopend op een nieuw slachtoffer. En die komt er. Op 25 augustus komt Johannes van Os (1918) (OV-er die verzetswerk in Woerden doet) naar Utrecht. Hij heeft met eigen ogen de inval in het groepshuis aan de Rijn in Woerden gezien en hij vlucht naar Utrecht. Hij belt vanaf het station naar de Nieuwegracht en hij krijgt iemand aan de lijn met een Duits accent die zegt dat de kust veilig is. Omdat hij het niet vertrouwt slaapt hij die nacht ergens anders in Utrecht en gaat de volgende morgen naar het huis van Postma aan de Franz Schubertstraat. Johannes in juni 1945: Maar daar werd aanvankelijk niet open gedaan! Na vijf keer bellen deed iemand van de Grüne Polizei open en in de hal stond een Hollandse SD-er. Ik ben gearresteerd. Ik ben toen overgebracht naar Scheveningen. (…) Op 22 februari 1944 ben ik als krijgsgevangene overgeplaatst naar een kamp in Duitsland. Van Os krijgt 15 jaar opgelegd.

De Utrechtse politieman T.J. van Straalen is bij de bewaking van het huis van Postma betrokken. Hij moet anderen aflossen. Van Straalen na de oorlog:  ik ben van  ‘s avonds ongeveer 19 uur tot ‘s nachts ongeveer 2 uur in het huis geweest (…) Ieder die aan het huis aanbelde, moest in arrest worden gesteld. Volgens deze politieman is er ook nog een vrouw aan het huis van Postma aangehouden.

Echtgenote Dora Postma wil na de arrestatie van haar man niet meer terug naar het huis in de Franz  Schubertstraat. De Duitsers hebben er stevig huis gehouden en het hele huis ligt overhoop. Ze trekt met haar kinderen tijdelijk in bij een buurvrouw die hulp biedt, drie huizen verderop. Uiteindelijk vindt ze een nieuw onderkomen in de Vivaldistraat 82. Dit is eigenlijk de Mendelssohnstraat maar de naam is in 1942 gewijzigd door de Duitsers omdat Felix Mendelssohn een Joodse componist is.

Mendelssohnstraat wordt Vivaldistraat, 1942. Foto: J.G. de Graaf, HUA 97829

Hier brengt Dora met haar drie nog jonge kinderen de rest van de oorlog door. De kinderen gaan naar de Nederlands Hervormde lagere school op de Billitonkade. Ook de moeder van Dora, Jansje van Straaten- Slierendrecht,  trekt bij haar dochter in. Haar echtgenoot en de vader van Dora is in 1940 overleden. Hier moeten ze samen zien de hongerwinter door te komen. Dochter Joke: ik herinner me dat er suikerbieten op de potkachel bereid werden.

Kinderen Postma voor het huis in de Vivaldistraat/ Mendelssohnstraat. Auteursrecht: Joke Schippers.

Oranjehotel

Klaas Postma wordt overgebracht naar de Duitse gevangenis in Scheveningen, ironisch het Oranjehotel genoemd. De dagelijkse leiding van de gevangenis is op dat moment in handen van Hans Schweiger, een onderofficier van de SS. Deze staat bekend als de kleine satan, bruut en sadist. Ook de andere gevangen genomen Oranje Vrijbuiters komen hier terecht.

Cellenbarakken Oranjehotel 1945, NIOD 62166

Het leven in de gevangenis kent naast de verhoren een streng regime. Het gaat om krappe cellen oorspronkelijk voor één persoon waar nu 2 à 3 personen in worden ondergebracht. Er is één brits (een harde houten slaapbank), één of meer krukjes, een klaptafeltje en een houten plank. De brits is meestal voor de oudste celbewoner of degene die het langst vast zit. Voor de ander(en) is er een stromatras op de betonnen vloer. Het is verboden om overdag op je brits te liggen. En om 20 uur gaat het licht uit. Het eten is zwaar onder de maat en varieert van ‘stamppot’ tot ‘soep’ en ‘bonen’. De porties zijn nauwelijks voldoende, net genoeg om te overleven en om net niet te sterven. De honger is altijd aanwezig. Wel worden er van het Rode Kruis of via familie zo nu en dan pakketten bezorgd. Medische zorg is gebrekkig. In de winter is het is er altijd koud.

”Kamer met bad” Tekening van een cel in het Oranje Hotel uit 1941 Schenker: G. Struijs. NIOD 185086

Klaas Postma zit  enige tijd in één cel met student Johan Linders, verbindingsman bij de OV , want Linders verklaart na de oorlog in juni 1945: Nadat de zaak tegen mij en tegen den inmiddels gearresteerden leider, de heer Postma, gesloten was werden wij in een cel gesloten (…).

Mochten anderen soms een brief naar huis schrijven, eventuele brieven van Klaas Postma zijn niet bekend. Van Oranje Vrijbuiter Hans van Koetsveld, die een tijd lang alleen in een cel zit, zijn twee brieven ontvangen door zijn familie (in november 1943 en januari 1944).

Koerierster van de OV Truus Solleveld, die is ondergedoken, wil dolgraag haar geliefde Hans van Koetsveld in het Oranjehotel bezoeken maar heeft daarvoor de toestemming nodig van Sasse en Blattgerste aan het Binnenhof in Den Haag.  Ze gaat daarom ,ondanks waarschuwingen, op 27 september 1943 naar het Binnenhof om een bezoek aan te vragen. Ze wordt echter herkend en opgepakt. Ook zij wordt overgebracht naar het Oranjehotel en is daar ‘Nacht und Nebel Häftllinge’ (dat betekent o.a. dat ze helemaal niet mag corresponderen met familie). Ze verblijft in deze gevangenis van 27 september 1943 tot 10 mei 1944.

Houd Moed!

Bob van Oorschot Oranje Vrijbuiter uit Rotterdam weet clandestien enkele briefjes naar buiten te smokkelen. Het zijn kleine vol gekriebelde stukjes papier en zijn vader typt ze uit. Uit die briefjes valt op te maken dat hij lange tijd in een dodencel zit met anderen en dat de één na de ander verdwijnt na een dodelijk vonnis. Hij zit soms wel met 4 mensen in een cel zonder te mogen luchten. Tot dat hij samen met Ton Hegge zijn vriend uit Rotterdam in cel 505 komt . Ton Hegge is later opgepakt na verraad van De Heus. Ook kan Bob van Oorschot een enkele keer bezoek ontvangen van zijn vader en krijgt hij van zijn familie soms een extra voedselpakket. En hij schrijft een keer dat hij Truus even heeft gezien in de gevangenis. Ze zag er goed uit. Zijn laatste briefje is van januari 1944. Bob eindigt zijn briefjes met Keep Smiling! The Yanks are coming! of Houd moed! Houd moed!

Zes maanden lang verblijft Postma in ‘het hotel’ in afwachting van het onderzoek en vonnis. Dat is lang. Gemiddeld verblijven de gevangenen er zeven weken. Ook de andere Oranje Vrijbuiters treft dit lot. Ook met zijn laatste verjaardag op 25 december, Kerst 1943, zit Klaas Postma in de cel.

Verraad

Joop de Heus daarentegen wordt na zijn arrestatie op de Nieuwegracht (24 augustus 1943) al snel vrijgelaten uit het Oranjehotel. Hij krijgt de keuze voorgelegd: de doodstraf of als Vertrauens-Mann (V-Mann) voor de SD gaan werken. Een andere versie van het verhaal is dat hij zich vrijwillig heeft aangemeld als V-Mann. Hij ontvangt daarvoor 250 gulden per maand. In ieder geval kiest hij er voor om voor de Duitsers te gaan werken. Hij moet verder infiltreren in de OV zodat de hele groep kan worden opgerold. De Heus loopt over naar de vijand en staat zes weken later weer buiten de gevangenispoort. Hij gaat werken voor Sturmscharführer (adjudant) August Blattgerste van de Sicherheitspolizei en Rudolf Sassen, een andere SD-agent. Aan zijn OV kameraden vertelt hij dat hij is ontsnapt uit de gevangenis.

Nu een groot deel van de verzetsgroep opgepakt is gaat de Sipo/SD met Joop de Heus als overloper en infiltrant op jacht naar Frits Meulenkamp. Joop de Heus meldt zich op een adres van vrienden van  Frits Meulenkamp in Nijmegen, de familie Van den Tempel. Onder het mom dat hij gezocht wordt omdat hij uit de Scheveningse gevangenis ontsnapt is, krijgt hij hier een onderduikadres. De familie vertrouwt De Heus als vriend van Meulenkamp en deelt vertrouwelijke info met De Heus. De Heus zal hier enkele weken blijven. Maar dé verblijfplaats van Meulenkamp komt hij niet te weten. Een adres waar Meulenkamp vaak onderduikt in de Waalstraat 83 in Utrecht wordt weken lang in de gaten gehouden en regelmatig bezocht door de opsporingsploeg van de Sipo uit Den Haag. Het betreft de woning van Jan Eykelkamp, bankwerker, waar Meulenkamp vaak onderduikt. Maar nu is er geen Meulenkamp te bekennen. Ook andere zoekpogingen leiden tot niets.

Wel worden zeven andere van zijn oud- kameraden door De Heus verraden. Op 23 november wordt Ton Hegge uit Den Haag met een smoes naar Utrecht gelokt door De Heus. Ze hebben een afspraak in restaurant van Angeren aan de Leidscheweg. Na vertrek uit het restaurant wordt Ton Hegge door de SD gearresteerd. Ton Hegge komt bij zijn vriend Bob van Oorschot in de cel van het Oranjehotel.

Ook de drie broers Heij en Pieter Verhage (1921-1944, uit Rotterdam, lid van de knokploeg van de OV) , worden op 17 december 1943 opgepakt. Zij worden door De Heus  in de val gelokt onder het mom van een overval op een distributiekantoor in Elst. Daar aangekomen worden ze gearresteerd door de SD. Ook Roel Abma uit Utrecht wordt door Joop de Heus verraden en wordt op het adres van zijn verloofde aan de Witte Vrouwensingel in Utrecht gearresteerd. De laatste OV- er die wordt opgepakt na aanwijzingen van De Heus is Jan van der Voort (1923- ?, slager uit Jutphaas). Hij wordt in januari 1944 in café Van Deurzen aan de Verlengde Hoogravenseweg door Sasse en Blattgerste van de Haagse SD aangehouden.

Ze worden allemaal overgebracht naar het Oranjehotel Scheveningen. Frits Meulenkamp , Niek van Donkelaar en enkele andere Oranje Vrijbuiters weten de dans te ontspringen.

Hierna vertrekt De Heus naar Roermond waar hij zich indringt bij de verzetsgroep De Valkeniers. Door zijn toedoen worden ook hier meerdere verzetsmensen opgepakt en gefusilleerd.

Doodvonnis

Na maanden van leven tussen hoop en vrees valt in februari 1944 voor de twintig gevangen OV-ers het doek.

In afwachting van hun vonnis worden de terdoodveroordeelden in een aparte cel opgesloten. Vaak zijn dit de cellen 600 tot 608. Krijgen deze gevangenen eerst nog privileges, onder Schweiger verhardt de behandeling van terdoodveroordeelden. De voorheen toegestane geestelijke bijstand en het schrijven van een afscheidsbrief is grotendeels afgeschaft. De uitvoering van de executie verloopt volgens een vast patroon. Bas von Benda in het boek Het Oranjehotel: Op de dag van de executie wekte een wachtmeester de terdoodveroordeelde rond zes uur ‘s ochtends en bracht hem naar het kantoor van de gevangenisdirectie, waar de Leiter en de Staatsanwalt – de openbaar aanklager- op hem wachtten. De aanklager controleerde dan nog eenmaal de persoonsgegevens van de gevangene. Dan las hij het vonnis voor, vertelde dat alle gratieverzoeken waren afgewezen en dat het vonnis over twee uur zou worden voltrokken.

De moeder van Tom Spoelstra uit Tuindorp schrijft na de oorlog over de avond voor de executie van de OV-ers; Op den vooravond van de executie vroegen ze om geestelijken bijstand. Dit werd geweigerd, ook het schrijven van een afscheidsbrief. Om 12 uur s nachts kregen ze een galgenmaal, brood met jam en elk een cigaret. Geboeid werden ze afgevoerd. Ook Klaas Postma heeft geen afscheidsbrief mogen schrijven.

Twintig Oranje Vrijbuiters lopen op 29 februari 1944 na maanden opgesloten te hebben gezeten voor een laatste keer door de kleine poort van de gevangenis. In een vrachtwagen worden ze  naar de duinen bij Wassenaar gereden. Het laatste stuk gaat te voet. Vlak voor de executieplaats leest de aanklager nogmaals het vonnis voor, waarna het vuurpeleton de doodstraf voltrekt. Op het laatste moment krijgen twee OV- ers gratie: Bertus Heij en Jan van der Voort. Heij omdat hij op 20 april jarig is, net als Hitler. Hij moet toezien hoe zijn beide broers Leo en Kees worden doodgeschoten. Ook  Jan van der Voort wordt uit de rij gehaald. Waarschijnlijk omdat hij nog minderjarig is. Volgens Van der Voort zelf in een interview in 1983: Ze wisten te weinig van me, daarom kreeg ik gratie.

De Duitsers publiceren op 1 maart 1944 in veel landelijke kranten dat de Oranje Vrijbuiters zijn geëxecuteerd. Ze worden moordenaars, terroristen, bolsjewieken, saboteurs en rovers genoemd.

UN 29 februari 1944

Vrij Nederland (illegale pers) plaatst dit bericht op 11 maart 1943:

Voor God en Vaderland

De moeder van Leo, Kees en Bertus Heij, Dora, leest in de krant van 1 maart 1944 bij haar bezoek aan een winkel dat twee van haar drie zoons zijn doodgeschoten. Ze zakt ter plekke op straat in elkaar. Op 12 maart 1944 schrijft ze een brief aan haar zus Riek. Zoon Bertus leeft nog en ze doet veel moeite om hem te mogen bezoeken in de gevangenis te Scheveningen. Uiteindelijk mag ze drie kwartier op bezoek bij Bertus in de cel. Dora vertelt haar zus in de brief over dit bezoek aan Bertus:
Maar ik ben zo beroerd thuis gekomen, hij is lichamelijk en geestelijk gebroken. Hij vertelt onder vreselijk gesnik dat ze ’s maandag ’s morgens naar Den Haag vervoerd waren, en daar zonder zich te verdedigen allen zo ter dood veroordeeld waren. Ze hadden niet gezegd dat hij gratie aan mogt vragen dus dacht ook de volgende morgen teregt gesteld te worden. Den gehelen nacht moest het licht in de cellen aanblijven, om het kwartier kwamen ze kijken of ze geen zelfmoord zouden plegen (…) Om half 10 werden ze gehaald en werden zonder geestelijke bijstand naar hun plaats van terechtstelling gebracht. Beb ( Bertus) dacht dat het Waalsdorp was; daar werden ze alle 20 zo tegen de muur gezet en werden de krijgsartikelen voorgelezen en toen dat gedaan was riep er één heel hard voor God en Vaderland en dat hebben ze allen zo heel hard herhaald, toen hebben ze Beb en die andere er tusschen uitgehaald en voor die 18 anderen gezet, en hebben toen 3 voor 3 van die anderen vlak voor hem heen geleid naar het vuurpeleton dat 9 man sterk was, ze schoten dan 3 op een, en zo heeft hij al zijn vrienden zien doodschieten op een na laatste 3 daar waren Leo en Kees bij, kan je je indenken hoe Beb er aan toe is, hij was liever ook maar ineens dood geschoten zegt hij, o wat een vreselijk iets voor hem je eigen broers voor je oogen te zien doodschieten, ik hoor nog steeds de kogels fluiten, zegt hij. Hij rekend  nog steeds op zijn doodvonnis (…) Als hij mogt blijven leven is hij voor zij hele leven geschokt. Ik ga dinsdag weer naar het Binnenhof, ik probeer weer om bij hem te komen hoor!

Niet alleen moeder Heij moet uit de krant vernemen dat haar dierbaren zijn doodgeschoten, ook familieleden van andere Oranje Vrijbuiters krijgen het op die manier te horen. Ook Dora, de echtgenote van Klaas Postma, moet het verschrikkelijke bericht uit de krant vernemen.

Het bericht van de doodvonnissen staat in alle landelijke kranten. Dit bericht is afkomstig uit de Delftsche Courant 29 februari 1944.
Doodenboek Oranjehotel, Klaas Postma. Geboren: 25 december en gearresteerd 28 augustus (moet zijn 25 augustus). Nationaal Archief.
Klaas Postma, 39 jaar, bouwkundige bij de Nederlandsche Spoorwegen, overleden op 29 februari 1944 te Den Haag 8.30 uur. Gemeentearchief Den Haag

In de cel naast Chris Kerkhof uit Leeuwarden zit pater en schrijver Jacques Schreurs  (auteur van Dagboek van een Herdershond (naam van de televisieserie). Schreurs schrijft in 1944 een gedicht met een spijker op een velletje wc papier voor Chris Kerkhof, Oom Chris, getiteld Zijn bloed is nog niet droog. Schreurs is ook ter dood veroordeeld maar wordt in februari 1944 onverwacht vrijgelaten.

Gedicht voor Chris Kerkhof van buurman in de cel Jacq Schreurs geschreven in de gevangenis, Website Oranje Vrijbuiters

Bertus Heij en Jan van der Voort krijgen in plaats van de doodstraf een tuchthuisstraf van twintig jaar opgelegd en worden op 13 mei 1944 naar Kamp Vught vervoerd en worden van daar uit op 24 mei doorgestuurd  naar het concentratiekamp in Dachau. Op de kamp kaart van Bertus uit Vught staat de reden van zijn arrestatie: Teilname an Verbotene Illegale Organization.

Kampkaart Bertus Heij, Concentratiekamp s Hertogenbosch ( Kamp Vught) Arolsen Archives

Op de kaart uit Dachau van Jan van der Voort staan de bezittingen die hij meebrengt: de kleren die hij aanheeft bij aankomst en een zegelring.

Kaart van de eigendommen van Jan van der Voort in Dachau. Arolsen Archives.

Truus Solleveld zit nog tot 11 mei 1944 in het Oranjehotel en wordt daarna overgebracht naar twee concentratiekampen namelijk Ravensbrück , Duitsland (als Nr.38383) van 11 mei 1944 tot 1 maart 1945 en Mauthausen , Oostenrijk (Nr. 2567 NL) waar ze tot het eind van de oorlog blijft van 6 maart 1945 tot 22 april 1945. Op een schriftelijke verklaring afgelegd bij het Afwikkelingsbureau Concentratiekampen van 29 juni 1945 schrijft Truus het volgende over Ravensbruck: “te Ravensbrück werd veel geslagen, ook getrapt. Behalve de vaste straffen (25, 40 en 70 stokslagen) werden veel gevangenen mishandeld door SS vrouw Binsen en SS mannen Binder en Spier. Ook werden bloedhonden op ons afgestuurd.” In Ravensbruck wordt ze gedwongen bij Siemens te werken en in Mauthausen bij de wasserij.

Johan Linders die in één cel met Klaas Postma heeft gezeten zit nog tot 9 maart 1944 in het Oranjehotel. Zijn doodvonnis wordt omgezet in 15 jaar tuchthuisstraf. Via Kamp Vught wordt hij als dwangarbeider te werk gesteld in Kamp RAW ( Reichsbahn Ausbesserungs Werk) Jena, een sub-kamp  van Buchenwald. Hij doet meerdere vluchtpogingen, maar wordt elke keer weer opgepakt. Hij zal uiteindelijk de oorlog overleven.

Johan Linders Kampkaart Buchenwald, vluchtgevaarlijk. Arolsen Archives.

Joop van Baaren uit de Byronstraat wacht een vergelijkbaar lot. Hij wordt in maart 1944 vanuit het Oranjehotel naar Kamp Vught overgebracht en in september naar het concentratiekamp Sachsenhausen in Duitsland.

Joop van Baaren uit de Byronstraat Kamp Vught, Arolsen Archives

Na de oorlog

De 18 gefusilleerde Oranje Vrijbuiters, Beeldbank WO2, NIOD

Twee maanden na de oorlog worden de graven van de ca 250 dood geschoten verzetsmensen op de Waalsdorpervlakte ontdekt. Ook de twee graven (nummer 9 en 10) met de op 29 februari 1944 dood geschoten Oranje Vrijbuiters. Ze worden geïdentificeerd door de Dienst van identificatie en berging met behulp van nabestaanden en worden begraven in een massagraf op de Algemene Begraafplaats in Den Haag.

Uitvaart van mijn lieve man

In 1946 volgt er een herbegrafenis en worden de kisten met de 18 Oranje Vrijbuiters overgebracht naar de Begraafplaats Tolsteeg in Utrecht. De plechtigheid op 1 maart 1946 wordt namens de familie georganiseerd door Frits Meulenkamp en Bertus Heij.

Uitnodiging bijwonen bijzetting op 1 maart 1946. Auteursrecht Joke Schippers.

Er is veel belangstelling ondanks de koude sneeuwstorm. Alleen de kist van Klaas Postma met daarop de Nederlandse vlag  staat in de aula, de anderen zijn reeds bijgezet op de begraafplaats. Sprekers van alle gezindten volgen, een aalmoezenier, een gereformeerde dominee en een rabijn. Daarna komen enkele mensen uit kringen van het verzet het woord en van de padvinderij waar de gebroeders Heij lid van waren. Daarna vertrekt de stoet met de kist van Postma naar de begraafplaats en volgt er een ere saluut waarna het Wilhelmus wordt gezongen. Er worden veel bloemstukken en kransen op de graven gelegd.

Foto boven en onder: De kist van Klaas Postma wordt gedragen van de aula naar het graf en de kist wordt bijgezet bij de andere Oranje Vrijbuiters. Begraafplaats Tolsteeg 1946. Auteursrecht: Joke Schippers.
Tekst op de achterkant in handschrift van Dora Postma: De uitvaart van mijn lieve man naar het open graf. Tolsteeg. Utrecht. Auteursrecht: Joke Schippers.

Een jaar later wordt er op 10 mei 1947 een monument met grafsteen onthuld. Een comité bestaande uit de vader van Hans van Koetsveld, de vader van Pieter Verhage en mede oprichter van de OV  Niek van Donkelaar hebben hier geld voor ingezameld en alles geregeld. Het architectenbureau van Van Donkelaar maakt de tekeningen voor het monument. Het marmer komt van  Van Stokkum’ s Natuurstenenhandel uit Rotterdam en het metselwerk is van Soeterik’s Bouwbedrijf. Bloemist Van Dijk uit Maarn verzorgt de bloemen. De beplanting is van Roza.

De vader van Hans van Koetsveld opent de plechtigheid in de aula en licht de keuze voor één graf voor de 18 verzetsmensen toe:

één graf waarin onze jongens,
die tezamen hebben gestreden
die tezamen zijn gefusilleerd
ook tezamen zijn ter aarde besteld

De vader van Pieter Verhage draagt het vers de Ploeger van dichter Adriaan Roland Holst voor waarvan enkele regels op het monument staan. Roland Holst heeft hier toestemming voor verleend.

Ik zal de halmen niet meer zien
Noch binden ooit de volle schoven,
Maar doe mij in den oogst geloven
Waarvoor ik dien

Daarna vertrekt de stoet met voorop de leden van het comité en de burgemeester naar het graf. Aldaar onthult het zoontje van Mevr. Wed. Postma de grafsteen, door de vlag die ervoor hangt weg te trekken.

Onthulling grafsteen door zoontje Postma, UN 12 mei 1947

Quintus van Koetsveld, een jongere broer van Hans, legt een krans.

Quintus van Koetsveld legt een krans. Ook Joop van Baaren uit de Byronstraat legt een krans als oud verzetsman, UN 12 mei 1947
Quintus van Koetsveld legt een krans, website Oranje Vrijbuiters

Na de oorlog wordt de Vivaldistraat weer Mendelssohnstraat.

Vivaldistraat wordt weer Mendelssohnstraat , foto J.G. de Graaf, HUA 97830

Maar Dora wil de wijk uit, weg uit Oog in Al met de vele herinneringen en ze komt terecht in een bovenhuis op de Croeselaan. De oudste zoon mist zijn vader enorm en wordt een lastig kind. Hij komt terecht in een pleeggezin in Maarsbergen. Als weduwe van een oorlogsslachtoffer krijgt Dora Postma een financiële tegemoetkoming van het Nationaal Steunfonds (NSF) en elk jaar gaat ze  een week naar het Loo, georganiseerd voor de weduwen van oorlogsslachtoffers. Oma van Straaten past dan op de kinderen. Dochter Joke: daar genoot mijn moeder echt van. De kinderen gaan naar de Da Costa school.

Bladzij over Klaas Postma uit het plakboek Slachtoffers van de Oorlog gemaakt door Jan Pieter Boogerd (1924-1998). Weduwe wordt door het Nationaal Steunfonds verzorgd. Adres: Vivaldistraat, na de oorlog weer Mendelssohnstraat. Oorlogsbronnen.nl Museon collectie.

Er wordt niet veel meer over de oorlog gesproken. Het leven gaat door. Dora verbreekt voor de rest van haar leven alle contacten met leden van de familie Postma. De broers van Klaas zijn n.l. een heel andere kant opgegaan in de oorlog. Broer Jacob werd plaatselijk leider van de NSB en wordt na de oorlog opgepakt. Hotel Postma werd in de oorlog een bolwerk van Duitsers en NSB-ers. Het is nadien met de grond gelijk gemaakt. Ook broer Joop had nationaal socialistische sympathieën. Broer Bert ging bij de Waffen SS en vocht mee in Rusland en de Oekraïne. Maar Broer Hennie komt terecht in het Jappenkamp en wordt tewerk gesteld bij de aanleg van de dodenspoorlijn bij Pakan Baroe op het eiland Sumatra. Na de oorlog komt hij met zijn gezin terug naar Nederland en wordt leraar en directeur van een school in Mijdrecht. Hij overlijdt in 1990 in Voorhout/Den Haag. Zus Frouwkje, het enige meisje uit het gezin, blijft vrijgezel en blijft haar hele leven in Emmen wonen. Ze was pianolerares. De gebeurtenissen in de oorlog en de daardoor verstoorde familieverhoudingen deden haar veel verdriet”, aldus neef Wiebe Postma (zoon van Joop Postma).

Dora Postma-van Straaten blijft haar hele verdere leven in Utrecht wonen; op latere leeftijd in een verzorgingstehuis in Kanaleneiland. Ze overlijdt op 92-jarige leeftijd.

Mede oprichters Frits Meulenkamp (1910-1983) en Niek van Donkelaar (1908-1982) overleven de oorlog. Frits werd tijdens de bezetting  veel gezocht maar hij dook onder en ging van adres naar adres. Hij weet uit handen van de Sicherheitsdienst te blijven en is zelfs nog actief geweest in het verzet in Limburg. Hij bouwt na de oorlog in De Bilt een nieuw bestaan op als zakenman. Niek van Donkelaar zat vanaf 5 september 1944 in de leiding van de plaatselijke Binnenlandse Strijdkrachten (BS) en werkte mee aan het illegale blad Voor God en Koning in Woerden. De BS voerde gerichte verzetsacties uit, zoals het opblazen van de spoorlijn, en bereidde zich voor op de handhaving van de orde en het herstel van het bestuur na het vertrek van de Duitsers.

Truus Solleveld wordt Op 22 april 1945 in Mauthausen bevrijd door het Amerikaanse leger en ze komt via Zwitserland, Parijs, Brussel en Roosendaal uiteindelijk terecht in het opvangkamp St Louis in Oudenbosch. Van hieruit gaat ze terug naar haar ouders in Den Haag. Tot die tijd was ze als vermist opgegeven. Ze trouwt in 1947, krijgt twee kinderen en scheidt in 1954. In 1984 krijgt ze het verzetsherdenkingskruis. Deze nationale onderscheiding is in 1980 ingesteld en wordt gemaakt bij de Rijksmunt. Op 77-jarige leeftijd overlijdt Truus Solleveld in 2001.

Bertus Heij (1915-1991) komt na de oorlog terug uit Dachau en pakt zo goed en zo kwaad als het kan zijn gewone leven weer op. Maar de herinneringen aan de oorlog blijven hem achtervolgen. In een interview met zijn zoon Dirk Heij zegt Dirk over zijn vader: Hij heeft het hoofdstuk nooit helemaal af kunnen sluiten – al sprak hij er niet over.” Elk jaar gaan Dirk Heij ( zoon van Bertus) en zijn neef Rob Heij (zoon van Leo) naar de herdenking op de Waalsdorpervlakte. Omroep West volgt ze in 2015. Klik hier.

Jan van Voort, die net als Bertus Heij gratie kreeg, overleeft Dachau en is na de oorlog zeer verbitterd. Van der Voort in een interview in 1984 in het UN: We hadden die nacht afscheid genomen van elkaar. Het was zover. De gratie was een verschrikkelijke klap na de voorbereiding op de dood. Ik heb later vaak gezegd: was ik er maar bij geweest, bij de anderen. Van der Voort wil niet meer aan Joop de Heus terugdenken. Hij heeft hem nooit gezocht na de oorlog. Want daar zou hij alleen maar zichzelf mee hebben. Net als met bijeenkomsten over de oorlog, daar ga ik kapot van. Ja machteloze woede. Tegen de Duitsers en over wat er na de oorlog is gebeurd. Van der Voort kan maar moeilijk hulp krijgen bij het verwerken van zijn oorlogstrauma.

Oranje Vrijbuiter en lid van de knokploeg Kors Aelbers van de Steenweg uit Utrecht wist in november 1943 te ontkomen door naar Zwitserland te vluchten. Hij sluit zich in Engeland aan bij de Prinses Irenebrigade.

Joop van Baaren uit Oog in Al  overleeft de oorlog en wordt zeer actief  in de in 1945 opgerichte Vereniging voor ex-politieke gevangenen (Expogé) als penningmeester van het landelijke bestuur en voorzitter van de afdeling Utrecht. Hij is bij menige herdenking aanwezig en roert zich in landelijke discussies over verzetspensioen, aandacht voor opvang van verzetsmensen, het huwelijk van Prinses Beatrix met Claus, de vrijlating van de drie van Breda en meer. Ook is hij lid van het Tribunaal in Utrecht en van de zuiveringscommissie van gemeentepersoneel. In 1956 wordt hij Gemeenteontvanger.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Joop de Heus (1918-1993) wordt op 10 mei 1945 gearresteerd door de Binnenlandse Strijdkrachten en zit 5 jaar in voorarrest. De aanklacht tegen hem luidt: opzettelijk gedurende de oorlog ten voordele van de vijand werkzaam zijnde voor de Sicherheitspolizei. In 1950 wordt hij veroordeeld tot 18 jaar gevangenisstraf. Maar al in 1956 komt hij vrij wegens goed gedrag en gratieregelingen. Hij trouwt in Assen met Jantje Bebingh. Ze krijgen samen nog twee zonen. Dirk Heij, zoon van Oranje Vrijbuiter Bertus Heij die de oorlog overleeft, in 2015 tegen RTL Nieuws:  “Mijn vader was boos. Meer dan boos. Hij heeft denk ik weleens met de gedachte gespeeld hem (= Joop de Heus) iets aan te doen – maar is tot de conclusie gekomen dat die man zijn hele leven verder moet met de gedachte dat hij zijn vrienden de dood in heeft gejaagd.” En “De verrader heeft zijn straf gehad, maar mijn vader kreeg er zijn broers niet mee terug”.

Utrechts Nieuwsblad 17 maart 1950 over Joop de Heus en zijn proces in 1950. Website Oranje Vrijbuiters.

Utrecht eert in 1960 een aantal verzetshelden met een straatnaam in de wijk Transwijk. Klaas Postma krijgt de Postmalaan.

Utrechts Nieuwsblad 3 mei 1960

In Leeuwarden wordt er in 1986 een straat vernoemd naar Oranje Vrijbuiter Chris Kerkhof: de Chris Kerkhofstraat,

Vijftig jaar na de executie wordt er een In Memoriam in De Telegraaf geplaatst ter herdenking van de 18 gefusilleerde Oranje Vrijbuiters.

50 jaar geleden in 1944, In Memoriam De Telegraaf 28 februari 1994

In april 2006 wordt er een straat in de wijk Vrijheidsakker in Barendrecht / Rotterdam vernoemd naar Oranje Vrijbuiter Hans van Koetsveld: de Van Koetsveld-akker. Datzelfde jaar komt er in Den Haag/ Leidschendam in de verzetsheldenbuurt een straat voor Ton Hegge: de Antonius Heggelaan.

Nabestaanden  constateren in 2006 dat het grafmonument van de Oranje Vrijbuiters op de Begraafplaats Tolsteeg er wel erg vervallen bij ligt. Er wordt een Stichting in het leven geroepen door de zoon en kleinzoon van Chris Kerkhof. Met als doel meer aandacht te krijgen voor herstel van het graf. Maar ook: al datgene te doen om de achttien gefusilleerde Oranje Vrijbuiters te blijven eren en, in bredere zin, al die ontelbaren die in de Tweede Wereldoorlog ook hun leven gaven voor onze vrijheid.

Op 10 mei 2007, precies 60 jaar na de eerste onthulling, wordt het opgeknapte monument opnieuw onthuld. Dat gebeurt door Quintus van Koetsveld, de broer van Hans van Koetsveld, net als 60 jaar geleden. Vanaf 2009 wordt het monument geadopteerd door de Utrechtse Schoolvereniging, USV.

Hernieuwde opening, nu 60 jaar later met Quintus van Koetsveld, de broer van Hans van Koetsveld. Website Oranje Vrijbuiters.

In 2018 wordt er een plaquette onthuld voor verzetsman Jan van Elk in Woerden. Zijn neef Bert van Elk schrijft het boekje ‘Jan van Elk, melkman, verzetsman’. In 2019 ontvangen de kinderen van Jan en Marie van Elk postuum de de Yad Vashem onderscheiding. Omdat hun ouders in de Tweede Wereldoorlog hulp aan Joodse onderduikers boden. De onderscheiding wordt uitgereikt door de Israëlische ambassadeur Naor Gilon.

In Oog in Al wordt er op initiatief van de Oranje- en Wijkvereniging Oog in Al in 2018 voor het huis van de Familie Postma in de Franz Schubertstraat een Stolpersteine voor Klaas Postma geplaatst door ontwerper Günther Demnig. Het is één van de eerste acht struikelstenen in de wijk.

Plaatsing Struikelsteen 2018 voor Klaas Postma door Günther Demnig, foto Anna Wits

Yad Vashem is op zoek naar namen van Joden die door Postma gered zijn. Één van hen is Ilse Jacobson in de VS. Om Klaas Postma postuum te kunnen onderscheiden is Yad Vashem op zoek naar meer namen en getuigen.

In 2020 verschijnt het boek de Oranje Vrijbuiters, een Utrechtse verzetsgroep, van Ran, Koos en Lode van Reedt Dortland. De auteurs zijn familie van Hans van Koetsveld en Truus Solleveld.

Met veel dank aan:

Piet en Joke Schippers-Postma en Barbara Eerenberg-Schippers
Ranulf van Reedt Dortland

Bronnen
Foto bovenaan: 
Adresboek der gemeente Utrecht, 1940 en 1943
Benda-Beckmann, Bas von, Het Oranjehotel (Amsterdam 2019)
Dekkers, Sam, en Janny Ruardy,  Gerdie Snellers, Anna Wits, Onder Ons Gezegd, Portret van de Utrechtse Wijk Oog in Al ( Utrecht 2008 & 2018)
Elk, Bert van, Jan van Elk, melkman, verzetsman (Woerden 2018)
Het Grote Gebod, Gedenkboek van het verzet in  LO-LKP (Kampen 1989)
Hoff, R en W.A.B. Homan, Het Militair Hospitaal Dr. A. Mathijsen, Meer dan een ziekenhuis alleen (Amsterdam,1991)
Jansen, Jan, Rut Matthijsen(1921-2019) : een bescheiden man, In Oud Utrechter 28 april 2015
Nisius, Dick van, Het spoor terug, bezetting en bevrijding van Woerden (Woerden 2000)
Reedt Dortland, Ran van, Lode en Koos van Reedt Dortland, De Oranje Vrijbuiters, Een Utrechtse Verzetsgroep ( Utrecht 2020)
Spaans-van der Bijl, T, Utrecht in Verzet, 1940-1945 (Utrecht 2005)
Ultee W.C., We mogen nergens heen, we moeten naar Vught; de joodse inwoners van Woerden 1930-1947, (Woerden,1999)
Weber, E.P. Gedenkboek van het Oranje Hotel ( Amstelveen 1982)
Winkel, Lydia, De ondergrondse pers 1940-1945 (Amsterdam 1984)

Algemeen Handelsblad, 20 juli 1943
Dagblad van het Noorden 15 november 2014, Een hotel vol ellende
De Telegraaf, 28 februari 1994
Je Maintiendrai, verzetskrant 5 mei 1945 en 16 juni 1945
Provincinciale Drentsche en Asser Courant, 1920 en 1922
Utrechts Nieuwsblad, jaargangen 1933-1965
Woerdense Courant, 2 november 1956 en 27 juni 1991

De dokwerker.nl
Delpher (historische kranten)delpher.nl
devanelkjes.nl
Drents Archief, drentsarchief.nl
Familie Postma, website van Wiebe Postma, home.deds.nl/hotelpostma
Haags Gemeentearchief, haagsgemeentearchief.nl
Het Utrechts Archief, hetutrechtsarchief.nl
International Center on Nazi  Persecution, arolsen-archives.org
Nationaal Monument Oranjehotel, digitaalmonument.oranjehotel.org
Nationaal Archief  Doodenboeken 1840-1945 Nationaal Archief 2.19.136
NIOD, Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie , niod.nl
Oorlogsbronnen.nl
Oorlogsverhalen.com, David van der Reis en Joop Abbink
Rhcrijnstreek.nl/bronnen/lokale-historie/woerden
Stichting Eregraf en Monument Oranje Vrijbuiters, oranjevrijbuiters.nl
Stichting Herinnering LO-LKP, lo-lkp.nl
Stichting Oorlogsverhalen, oorlogsverhalen.com
Sobibor Interviews, sobiborinterviews.nl/nl/nederlandse-overlevenden/ursula-stern
Sobibor Interviews, sobiborinterviews.nl/ David van der Reis
Waalsdorpervlakte, erepeloton.nl
Werkgroep herkenning, Een hotel vol ellende, een familiegeschiedenis uit Emmen, www.werkgroepherkenning.nl
 

 

Dit vind je vast ook leuk

  • Dank je wel Anna, voor een dit keer wel heel indrukwekkende aflevering van je magnum opus Oog In Al.
    Indrukwekkend om te lezen en grote bewondering voor de onderliggende research.
    In je niet aflatende betrokkenheid rijg je de ene parel na de andere aan dit fonkelend snoer van regionale geschiedenis.
    Ooit hoop ik je aan te treffen op de shortlist van de Libris geschiedenisboek van het jaar prijs.
    En als ooit de laatste aflevering hebt geschreven van de historie van Oog In Al, dan vraag ik je ongetwijfeld als biograaf van de Demper saga.

    Hartelijke groet, Henk Demper

    Reply
  • Geweldig speurwerk en met het prachtige beeldmateriaal heel erg goed gebracht.

    Hartelijks, Jim Terlingen

    PS. Ik ga er ten behoeve van een publicatie (met bronvermelding) graag gebruik van maken.

    Reply
  • Dank voor jullie mooie reacties! 😊

    Reply
  • Beste Anna,

    Zeer veel dank weer voor je bericht over Klaas Postma cs.
    Onvoorstelbaar wat deze mensen gedaan hebben en hebben moeten doorstaan.

    Reply

Laat een antwoord achter

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *