De Canadezen

Op 7 mei 1945 is het groot feest in Utrecht. Canadese en Britse troepen komen vanaf De Bilt de stad binnenrijden. Hen wacht een groots onthaal. Er volgen veel bevrijdingsfeesten. Duizenden Canadezen blijven na die eerste weken in de stad. En de weken worden maanden. Ook in Oog in Al komen ze terecht en worden er gebouwen en huizen gevorderd voor onderdak. En er zijn bewoners die uit eigen beweging een plekje aanbieden in hun huis. Op bovenstaande foto wordt een Canadese militair op de schouders gehesen in de Mendelssohnstraat (in de oorlog tijdelijk Vivaldistraat) in Oog in Al, mei 1945.

De intocht van de bevrijders

Het onthaal in Utrecht op 7 mei wordt onbeschrijfelijk genoemd door een BBC-correspondent die meerijdt op één van de eerste pantserwagens. Het enthousiasme van de Utrechtse bevolking overtreft volgens hem die van Parijs. Ook heeft de intocht volgens hem trekken van een bloemencorso; overal en nog eens overal ziet hij bloemen.

Verslag van de bevrijding van Utrecht waarin het onthaal van de geallieerden wordt vergeleken met een bloemencorso, Het belangrijkste nieuws, 8 mei 1945. De arrestatie van Mussert waarover wordt gesproken vond plaats in Den Haag en niet in Utrecht.

Radiozender Herrijzend Nederland doet verslag van de intocht en spreekt met een Canadese soldaat die deze dag de mooiste dag van de oorlog noemt, This is the finest day in the war.

Bevrijding van Utrecht, onthaal geallieerden bij de Oudegracht, mogelijk is de foto gemaakt tijdens de militaire parade op 13 mei, de Church Parade, die na de dankdienst in de Domkerk werd gehouden. Foto Jan Ferwerda. Auteursrechthouder Tini Ferwerda.
Bevrijding van Utrecht met uitbundige menigte in de Voorstraat, HUA 600873

Langs de kant van de weg staat er een uitzinnige menigte te zwaaien met oranje vaandels, serpentines, vlaggetjes en bloemen. Menig voertuig wordt beklommen. Militairen delen handtekeningen, sigaretten en kauwgom uit en gaan maar wat graag op de foto of ze worden op de schouders gehesen. Overal in de stad is muziek.

Jeep vol met bloemen, serpentine en mensen op het Janskerkhof, 7 mei 1945, HUA 97761

De intocht loopt via de Berekuil en de Biltstraat door het Centrum via de Oudegracht naar het Stadhuis. Hier worden de geallieerden welkom geheten door Burgemeester Ter Pelkwijk, die na drie jaar onderduik net weer in functie is. In de stad worden borden geplaatst die de weg wijzen naar The Dutch Home Force (Binnenlandse Strijdkrachten) en naar Townhall Burgomaster.

Bevrijding van Utrecht bij La Vie in de binnenstad, mogelijk is deze foto gemaakt tijdens de militaire parade op 13 mei, foto Jan Ferwerda. Auteursrechthouder Tini Ferwerda
Een volgeladen Canadese brenguncarrier bij de Stadhuisbrug , HUA 97740

Boudewijn van der Vlist (1937) die destijds op Mozartlaan 31 woonde: Ik herinner me dat we naar het Stationsplein gingen om de Canadezen in hun militaire voertuigen te verwelkomen. Wij jongetjes werden door de ouderen op het platte dak boven de ingang van het toenmalige Buurtstation gehesen waar wij stonden te juichen terwijl de Canadezen zwaaiend en lachend langs reden.

Bevrijding van Utrecht door de Canadezen met uitzinnige menigte, 7 mei 1945. Traces of War, Ton Bernsen. Bron foto: Canada at War

Ergens anders in de stad gaat het op 7 mei goed fout. Een groep van twaalf leden van de Binnenlandse Strijdkrachten is die ochtend naar de stad getogen om Duitsers te ontwapenen. Zij weten op dat moment niet dat die taak alleen de geallieerde strijdkrachten toekomt. Onder hen bevindt zich Hans van Ameijde van de Mozartlaan 30. Bij aankomst bij het Rosarium in Oudwijk ontstaat er een vuurgevecht tussen de B.S. en enkele Duitsers. De Duitsers weigeren zich over te geven aan de B.S. Tien verzetsstrijders komen om. Hans raakt slechts gewond en is één van de twee overlevenden.

Krantenkop Het Parool, uitgave provincie Utrecht 12 mei 1945. N.B.S. staat voor Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten

Later op diezelfde dag rijden de bevrijders langs het Rosarium waar eerder die dag de tien B.S.-ers zijn omgekomen.

Canadezen rijden later op de dag na de schietpartij langs het Rosarium, HUA 123191

Op 11 mei is er een herdenkingsdienst in de Nicolaikerk en staat Utrecht stil bij de omgekomen Utrechtse leden van de B.S. De vlaggen zijn met rouwcrêpe samengebonden en in de kerk hangt de geur van rozen, meidoorns en paarse seringen, aldus een verslag van de dienst. Onder grote belangstelling worden de B.S.-ers begraven op de 3-e Algemene Begraafplaats Tolsteeg. Prins Bernhard betuigt zijn deelneming en namens de burgemeester wordt er een palmtak bij de graven gelegd. Hans van Ameijde is bij de plechtigheid aanwezig, als enige zittend op een stoel, met zijn arm in een mitella.

Hans van Ameijde van de Mozartlaan 30 met zijn arm in een mitella op de begraafplaats Tolsteeg waar zijn kameraden op 11 mei 1945 worden begraven die gedood zijn bij een schietpartij met de Duitsers op Bevrijdingsdag. Fotograaf F.W. van Malsen, HUA 501112
Dansen in de wijk

Na de zegetocht door de binnenstad rijden er ook tanks en pantserwagens via de Leidseweg naar Oog in Al.
De vader van Ed.Schulte, de architect H.E. Schulte, Leidseweg 65 bis a, filmt de Canadezen op weg naar Oog in Al (en verder de stad uit richting Leiden).

Ook in Oog in Al volgen er dagenlang bevrijdingsfeesten en wordt de Hokey Pokey gedanst en gezongen. Centrale feestplekken in de wijk zijn de tuin van Rhijnlust (de latere Operatuin) en het Beethovenplein.

Dansen met een Canadees in Oog in Al in de Franz Schubertstraat bij het Beethovenplein, foto Jan Ferwerda. Auteursrechthouder Tini Ferwerda.

Miep Wijnen-van Veenendaal (1938) uit de Franz Schubertstraat 21 weet nog dat haar moeder de slaapkamer aan de voorkant van het huis binnenkwam waar ze met haar broertje lag te slapen. Willem en Miepie, de oorlog is voorbij! Haar moeder vertrekt daarna naar het Beethovenplein om mee te dansen. Om de schuilkelder in het midden van het plein (waar nu het grasveld is) wordt er in een grote kring gedanst door vrolijke en uitgelaten buurtbewoners. Miep krijgt de volgende dag een oranje strik, een sjerp en een vlaggetje.

Trudy Tolsma (1936) van de Dantelaan 61: Op de Joseph Haydnlaan, waar de Canadezen gelegerd waren, was het ’s avonds een gezellige boel met muziek en dansen. Heel wat romances tussen  Canadezen en Oog in Al meisjes  zullen er hun oorsprong hebben gehad. Ik ben er een keer bij geweest, met mijn moeder. We dansten in een grote kring een groepsdans die de hokie pokie heette. (Later toen ik in Canada woonde wist ik dat het hockey-cokey was). Het was een dolle tijd. Er werden 2 liedjes verspreid, gedrukt op oranje papier en op de wijs van ‘Lili Marlene’ en ‘Jamboree’, iedereen bekend en met veel enthousiasme gezongen (zie ook Harm Waterborg deel 3, onder het kopje Eindelijk bevrijd van de mof, mof, mof).

Feestelijke bevrijdingsoptocht in Oog in Al, foto Jan Ferwerda. Auteursrechthouder Tini Ferwerda

Ook herinnert Trudy zich een buurtfeestje bij de buren. Op een gegeven moment liepen er door de straat (Dantelaan, AW) twee militairen met geweer. Later zouden we weten dat het Canadezen waren, gelegerd in het Militair Hospitaal of in barakken op de J.Haydnlaan. Deze twee soldaten werden met veel enthousiasme door het gezelschap binnengehaald en behandeld alsof zij persoonlijk met z’n tweeën ons hadden bevrijd. Die jongens wisten niet wat hun overkwam! Ik zie nog hun geweren in de kamer tegen de muur staan. Ze waren ongeveer net zo lang als ikzelf was.

Don Brandsma (1934) uit de Handelstraat 28: elke zaterdag avond na de bevrijding werd er gedanst op het Beethovenplein.

Boudewijn van der Vlist: Ik herinner mij nog de feestelijke mensen op straat en gekeurde lampjes in de bomen van het park, terwijl er in de Händelstraat of daar in de buurt gedanst kon worden.

Tini Ferwerda (2-e rij van onder, 2-e van links) en andere kinderen met Canadese soldaten in het perkje van de Mendelssohnstraat, Foto gemaakt door haar vader Jan Ferwerda. Auteursrechthouder Tini Ferwerda
De eerste weken na de bevrijding

In de door de Duitse Kriegsmarine verlaten Johan de Wittschool wordt tijdelijk een post van de politie en van de Binnenlandse Strijdkrachten ingericht. Hier worden NSB’ers uit de buurt aangebracht. Er bestaat een lange lijst met namen van mensen die gearresteerd moeten worden. Buurtbewoners helpen daarbij maar wat graag een handje mee. Agent De Waard die deel uitmaakt van het tijdelijke politiebureau in de school schrijft in zijn verslag: De eerste dagen hoeven we niet op pad, want de buren van de NSB’ers komen deze heren zelf naar het bureau brengen. Dat gaat meestal gepaard met veel lawaai. Je hoort zo’n stoet al van verre aankomen.

Arrestatie van NSB`ers door enkele B.S.-ers en buurtgenoten in de Franz Schubertstraat bij het Beethovenplein op weg naar de Johan de Wittschool. Fotograaf J.G. de Graaf, HUA 98025

Op het Beethovenplein worden de NSB-vlag en het portret van Adolf Hitler onder veel bekijks bij de schuilkelder verbrand. Don Brandsma: Met leedvermaak zagen wij hoe de NSB-ers en de moffenmeiden werden opgepikt of kaalgeschoren. August Agasi (1941) van de Dantelaan: En er was na de oorlog hier een mevrouw met een kaalgeschoren hoofd in de straat, maar dat heb ik uit de overlevering. Miep Wijnen herinnert zich een beeld van vrouwen op een vrachtwagen met kale koppen.

Verscheuren en daarna verbranden van de NSB vlag bij de schuilkelder op het Beethovenplein, mei 1945. HUA 97960

De eerste weken stellen de Canadezen orde op zaken. Burgemeester Ter Pelkwijk is terug op zijn post. Duitsers worden ontwapend. Het Militair Gezag wordt 11 mei ingesteld onder leiding van Baron van Boetzelaar. En voor de Canadezen komt er een Town Major (de plaatselijke commandant van de strijdkrachten) Lieutenant Colonel D. Stewart Holt in Utrecht, die kantoor houdt op het Janskerkhof 1.

Handtekening Town Major HUA Archief 31176, stukken betreffende de door de geallieerden gevorderde goederen en diensten, 1945-1952
Duitsers eruit, Canadezen erin

Grofweg kan je zeggen dat veel gebouwen en huizen die net door de Duitsers zijn verlaten nu door de Canadezen worden bezet.

In het centrum betrekken ze onder meer scholen, het gebouw van Kunsten en Wetenschappen op de Mariaplaats (per 9 mei), de Jaarbeursgebouwen (per 9 mei) en het postkantoor op het Neude (per 28 mei). Ook cafés, restaurants, hotels en bioscopen worden in beslag genomen, dit voor de ontspanning en het vermaak van de geallieerde soldaten. Daarnaast worden veel huizen van particulieren bezet.

Ansichtkaart ca 1935 van Heck’s lunchroom (links) en het Postkantoor op het Neude (rechts) beide gevorderd door de Canadezen in 1945, HUA 604348

Ook in Oog in Al worden de gebouwen die nog maar net door de Duitsers zijn verlaten nu in beslag genomen door de Canadezen.

Dit zijn (waarschijnlijk Canadese?) militairen in de Beethovenlaan. Op de achtergrond de huizen nr 57 (hoek Joseph Haydnlaan) 55 en 53 (rechts). Op de JH laan staat een legertruck geparkeerd. Deze gescheurde en aan elkaar geplakte foto is in 1968 gevonden door J. Hoekstra op de stoep voor een huis in de Von Weberstraat. HUA 604531 (datering ergens tussen 1935 en 1950)

August Agasi (1941) van de Dantelaan: Het was op de Lessinglaan een komen en gaan: Duitsers eruit, Canadezen erin. Er stonden toen gewéldige grote wasserij-auto’s daar voor de deur. En ik kwam weleens trots thuis met een halve cake…. maar die werd afgepakt door Bernard Verhoeven, zoon van de architect. Ik kwam niet met mijn trophee thuis.

Op 26 mei worden Rusthuis de Wartburg, vanaf nu:The Alms House en Huize Welgelegen aan de Leidseweg gevorderd. Het Homeopatisch Ziekenhuis is dan al bezet (vanaf 11 mei) tot 3 juni.

Het Militair Hospitaal ondergaat een zelfde lot (zonder vorderingsbewijs). Brandsma uit de Händelstraat: Er kwamen Amerikaanse en Engelse soldaten (waarschijnlijk Canadese soldaten, AW)  in het Militair Hospitaal. Er kwam er ook één regelmatig bij ons thuis, dat was Victor. En als we in het Amsterdam-Rijnkanaal gingen zwemmen lieten de soldaten ons onderwater zwemmen: wie het verst kwam kreeg een sigaret of een pakje kauwgom. Op het perkje op de Joseph Haydnlaan gingen de soldaten vaak sporten en toen zagen wij voor het eerst Volleybal.

Tini Ferwerda uit de Mendelssohnstraat: Bij het Militair Hospitaal kregen wij bij de keuken krentenbollen van de Canadezen.

Tini Ferwerda met strik in het haar (links) aan de hand van een Canadese militair op de Joseph Haydnlaan met op de achtergrond het Militair Hospitaal, mei 1945. Foto Jan Ferwerda. Auteursrechthouder Tini Ferwerda.

Ook de door de Duitsers aangelegde barakken op de Joseph Haydnlaan worden door de Canadezen overgenomen, the Hutted Camp.

Het woonhuis Rhijnlust van De Heer F. C. van Beusekom op de Richard Wagnerlaan 22 (van 18 mei tot 6 november), alsmede the shed behind the houses, krijgt ook Canadese bewoners. Het Rode Kruis heeft hier ook nog tijdelijk een post tot in oktober 1945.

Het Rode Kruis heeft tijdelijk een post in Rhijnlust Wagnerlaan 22, Het Parool editie provincie Utrecht, 10 augustus 1945

Het Theehuis in Park Oog in Al , omgedoopt in Restaurant The Tea Garden wordt per half mei in beslag genomen door de Canadezen tot 12 juni. Hierna maakt de Kaderschool van de Binnenlandse Strijdkrachten gebruik van het Theehuis (van 20 juni tot 6 oktober). De pachter van het theehuis krijgt voor de hele periode van vordering door de Canadezen een vergoeding van 443,33 gulden uitgekeerd.

Het theehuis in Park Oog in Al is gevorderd geweest door de Canadezen en is voor een schadeloosstelling aangemeld door de gemeente bij het C.B.V.M.V. te Den Haag, HUA 31219 Stukken betreffende onroerend goederen gevorderd door de geallieerden 2 jan 1946-14 mei 1946

Ook een deel van het woonhuis en de garage van Jan Jongerius op de Rijksstraatweg (later Leidseweg) wordt per 18 mei tot 26 juni in beslag genomen. Hier gaat om 2 storerooms, 1 diningroom en half the garagespace. Dit was niet eerder door de Duitsers gevorderd.

In Hotel Café Restaurant Den Hommel wordt per 8 mei een Canadees legeronderdeel ondergebracht tot 31 oktober. Over deze periode hoeft de huurster geen huur te betalen aan de gemeente. De huur voor een jaar wordt geschat op 3453 gulden.

Den Hommel is gevorderd geweest door de Canadezen en komt voor een vergoeding van het C.B.V.M.V. in aanmerking. HUA 31220

De aluminiumfabriek aan de overkant van het Amsterdam-Rijnkanaal komt ook in Canadese handen.

De Johan de Wittschool op het Beethovenplein wordt van 7 mei tot 7 augustus eerst door de Binnenlandse Strijdkrachten en de politie gebruikt waarna alsnog Canadezen er tot 20 oktober 1945 intrekken. De ouders van de leerlingen vinden het ondertussen wel welletjes. Eerst zit de Duitse Kriegsmarine in de school en dan nu weer de B.S. en daarna de Canadezen. De kinderen moeten al die jaren buiten de wijk elders naar school. De oudercommissie stuurt een brief naar de gemeente met het verzoek de school weer vrij te geven. Als de Canadezen op 20 oktober 1945 de school verlaten blijkt het gebouw na al die jaren volledig uitgewoond. Een maand later wordt de school weer in gebruik genomen. De van oorsprong Duitse barakken op de Joseph Haydnlaan doen nog een tijdje dienst als noodopvang voor de kleuters. De ouders zijn verontwaardigd. Die vunzige vochtige keten zijn geen geschikte plek voor kleuters. Het stinkt daar, er zitten vlooien en de kinderen komen ziek thuis.

Na de oorlog is er verwarring bij de schade uitbetalende instantie van het Ministerie van  Financiën, het CBVMV (Centraal Bureau Vergoeding Militaire Vorderingen) over het adres van het gevorderde gebouw op het Beethovenplein. Gaat het nou om Beethovenplein 1 of 2? De burgemeester antwoordt: de Johan de Wittschool heeft als adres Beethovenplein 2, dit gebouw is gevorderd geweest en komt daarom in aanmerking voor een schadevergoeding. Op Beethovenplein 1 is sigarenmagazijn Pallieter gevestigd en daar woont H.van Beuzekom die bekend staat als NSB’er en in de oorlog op dit adres onderdak heeft verleend aan leden van de Duitse Wehrmacht.

Correspondentie tussen de Burgemeester van Utrecht en het C.B.V.M.V. : Beethovenplein 1 is niet gevorderd geweest door de geallieerden (maar wel Beethovenplein 2 de Johan de Wittschool). Het betreft hier de NSB er H. van Beusekom. HUA 31222 Stukken betreffende onroerende goederen gevorderd door de geallieerden 21 okt 1948-1953

Alleen al het bedrag dat wordt voorgeschoten door de gemeentelijke instanties voor de levering van gas, water en electriciteit ten behoeve van de Canadese militairen in de Johan de Wittschool  bedraagt 20.977,82 gulden.

Bewoners die denken dat ze na de bevrijding weer in hun eigen (tot voor kort door de Duitse Kriegsmarine gevorderde) huis kunnen wonen hebben het goed mis. Naast de gebouwen worden er ruim vijftig huizen van particulieren in de wijk door de geallieerde militairen gevorderd. En als je het er niet mee eens bent moet je bij de Town Major zijn op het Janskerkhof want die bepaalt welke huizen in beslag genomen blijven. Vorderingspapieren worden door hem afgegeven.

Het Parool, editie provincie Utrecht 23 mei 1945

Het gaat in Oog in Al om de huizen aan de Joseph Haydnlaan 21 t/m 49 en 55 t/m 59, Lessinglaan 83 t/m 111, Von Weberstraat 2 t/m 26 en Beethovenlaan 46 t/m 50.



Lijsten van door de geallieerde strijdkrachten gevorderde panden met ondermeer huizen op de Joseph Haydnlaan, Lessinglaan, Von Weberstraat en Beethovenlaan. Als begindatum staat vaak 1 mei 1945. Dit is om administratieve redenen. Huizen worden op zijn vroegst per 8 mei (na bevrijdingsdag) gevorderd. HUA 31221 Stukken betreffende de door de geallieerden gevorderde goederen en diensten 1945-1952
Na de oorlog huurt Familie Bos het huis van Koenders. HUA 821-1. Gemeentelijk inkwartieringsbureau voor de Duitsche weermacht ‘Quartieramt’

Na de oplevering in oktober, november 1945 ontvangen de gedupeerden hiervoor een vergoeding. Uit deze correspondentie komen we wat meer te weten over de eigenaren en huurders van deze huizen. Zo woont bijvoorbeeld op de Lessinglaan 21 de heer J. Jonker. Hij huurt van de eigenaar Koenders. Eerst wordt zijn huis door de Duitse Kriegsmarine in beslag genomen (april 1942) en daarna woont er een Canadese officier vanaf 8 mei tot 6 november 1945. Pas daarna kan hij er weer in.

In de Von Weberstraat nummer 10 woont de heer G.J. Ritsma. In september 1943 wordt hij zijn huis uitgezet met achterlating van de inboedel. De Duitse Kriegsmarine trekt erin. Na de bevrijding volgen de Canadezen en pas in januari 1946 kan hij zijn huis weer in. Ook de geallieerden hebben schade aangericht in zijn woning, zij het maar een beperkt deel van de totale schade aan het huis en de inboedel. Hij vraagt 40 gulden voor het Canadese deel.

Brief van G.J.Ritsma aan de gemeente ivm afhandeling schade aan zijn huis door in dit geval de geallieerden. HUA 31220

De huizen Beethovenlaan 46 t/m 50 zijn eigendom van weduwe Mej. A.J. de Waal-De Jong te Oudenrijn. Zij bezit ook nog huizen aan de Joseph Haydnlaan. Beethovenlaan 46 heeft ze verhuurd aan een NSB’er en nummer 48 aan Mej. C.J. Swenne. Mej. Swenne ontvangt een vergoeding van 34 gulden voor het gebruik van haar inventaris en 18 gulden voor schade daaraan. Voor haar huizen aan de Beethovenlaan (en drie op de Joseph Haydnlaan) ontvangt weduwe De Waal een vergoeding van in totaal 1750 gulden voor de misgelopen huur voor de periode dat daar Canadezen hebben gewoond.

Bedrag dat aan Weduwe de Waal wordt uitgekeerd voor haar door de geallieerden gevorderde huizen aan de Joseph Haydnlaan en Beethovenlaan. HUA 31221

Naast huizen die gevorderd worden zijn er ook inwoners van de wijk die inkwartieringsruimte aanbieden in hun eigen huis. Zoals bijvoorbeeld de Familie van Veenendaal in de Franz Schuberststraat 21. Dochter Miep Wijnen-van Veenendaal (1938): bij ons in huis heeft een Canadese soldaat gelogeerd. Er was op dat moment plek in huis omdat mijn twee oudste broertjes nog in Dedemsvaart zaten. Ze zijn daar in de oorlog ondergebracht. Ik weet nog goed dat de Canadees op het kamertje voor sliep en dat ik hem mocht roepen voor het eten. Dan klopte ik op de deur en kreeg ik een reep chocolade!

Familie van Veenendaal-Spiekman mét de inwonende Canadees voor hun huis aan de Franz Schubertstraat 21, 1945. Van links naar rechts: de moeder van Miep, de Canadees met kleine Miep (7 jaar) , vader van Veenendaal met Willem (5 jaar) en helemaal rechts opa Spiekman. Auteursrechthouder, Miep Wijnen-van Veenendaal

En Miep vertelt nog wat meer over de eerste jaren in de Franz Schubertstraat en de hongerwinter. De ouders van Miep zijn in 1934 op nummer 21 komen wonen. Ze zijn met twee kinderen naar dit nieuwe adres verhuisd vanuit de Mendelssohnstraat. Voor hun komst is dit huis een aantal jaren in gebruik geweest als locatie voor de Johan de Witt school schuin tegenover hun huis. Miep wordt als eerste in de Schubertstraat geboren. Er zullen nog vijf broertjes en zusjes volgen, deels na de oorlog. Miep is zeven jaar als de oorlog is afgelopen. Na de oorlog wonen ze uiteindelijk met zijn tienen in dit huis. Haar beide opa’s en oma’s, Van Veenendaal en Spiekman, wonen ook in de buurt.

Het gezin heeft het zwaar in de hongerwinter. De inhoud van de linnenkast wordt geruild voor eten maar verder hebben ze niet zo veel om te ruilen. Daarom trekt de moeder van Miep er regelmatig op uit om eten te vinden. Na een tocht naar Dedemsvaart komt ze ’s nachts met een kinderwagen vol eten thuis. Het is dan al spertijd en ze mag eigenlijk niet meer buiten zijn. Ze gooit steentjes tegen het raam van Miep aan de voorkant van het huis. Miepie, ik ben hetmama. Hierna horen ze schoten aan de overkant vanuit de school, een angstig moment. Een andere keer staan er opeens Duitsers voor de deur die alleen iets komen vragen en als dank twee broden achterlaten! Miep weet ook nog dat ze naar de SOL (Stichtse Olie en Lijnkoeken, nu Cereol) fabriek moest lopen om daar in de gaarkeuken suikerbietensoep te halen. Op de terugweg springt er een hond tegen haar op. Ze schrikt hier zo van dat alle soep op de grond valt en nu komt ze met lege handen thuis.

De vergoedingen voor inkwartiering van een geallieerde militair staan vast. Voor een officier mét bed ontvangt de ‘verhuurder’ 1,25 gulden per nacht. Een onderofficier brengt 0.65 cent op. Is de slaapplek op een zolder dan staat daar 0,20 cent tegenover, in een schuur 0,05 cent (maar met stro 0,10 cent).

Weken worden maanden

Wat opvalt is dat de Canadezen nog tot oktober, november 1945 in de stad en in de wijk blijven. Na de bevrijding in mei is de verwachting nog dat ze wel snel weer zullen vertrekken, net zoals de Britse soldaten die eind mei naar huis gaan.

De verwachting is half mei 1945 dat de Canadezen na enkele weken het land zullen verlaten. Het Parool, editie provincie Utrecht, 14 mei 1945

Maar er blijkt onvoldoende scheepsruimte beschikbaar te zijn voor de repatriëring. In Nederland wachten er zo’n 170.000 Canadezen op hun terugreis. Voor Utrecht zijn er geen precieze aantallen bekend. Een schatting komt uit op ca 15 à 20.000 Canadese militairen. En dat op een inwonertal van rond de 200.000 in Utrecht op dat moment.

De eerste maanden is er nog genoeg te doen en zijn de Canadezen druk met de distributie van voedsel en brandstof. Ook helpen ze met puinruimen en het herstellen van de oorlogsschade. Kanalen en bruggen worden gerepareerd en de Canadezen onderhouden lokale busdiensten. Zo vervoeren ze bijvoorbeeld in hun vrachtwagens treinpassagiers voor een aansluiting op het spoor Utrecht-Arnhem. Ook helpen ze met de oogst.

De Canadezen leveren alles bij elkaar een belangrijke bijdrage aan de wederopbouw van Nederland. Daarnaast zetten ze zich in voor activiteiten voor kinderen en organiseren ze sportevenementen.

Het Parool, editie provincie Utrecht, 9 juli 1945

Er worden veel sportwedstrijden georganiseerd, Holland tegen Canada. Zoals wielerwedstrijden, tennistoernooien, volleybal en veel voetbal. Al een paar dagen na de bevrijding spelen de geallieerden tegen Oog in Al een voetbalwedstrijd.

Kop van affiche met sportactiviteiten in Heerenveen in dit geval, mede mogelijk gemaakt door de ECN najaar 1945, Warmuseum Canada
Geallieerden voetballen al op 12 mei tegen Oog in Al. Hier wordt gesproken over de Tommies, de Britten. Dat kan maar ”de geallieerden” werden vaak Tommies genoemd ook al ging het om Canadezen. Het kan hier dus ook heel goed om een wedstrijd Canadezen tegen Oog in Al gegaan zijn. De bijnaam voor de Canadezen is trouwens ‘Canucks’, maar dat is niet veel gebruikt. Het Parool, editie provincie Utrecht, 12 mei 1945

Het is inmiddels een bekend beeld in de stad, Canadese soldaten op militaire voertuigen. In Utrecht  wordt er gewaarschuwd voor al die militaire transporten op de weg. Voetgangers opgelet! Of Ouders opgelet! Let op uw kinderen.

Het Parool, editie provincie Utrecht, 14 juli 1945
Uitgaan

Vanaf begin juli slaat de verveling toe. Operatie Fraternization, operatie Verbroedering, is van kracht. De Canadezen zijn op zoek naar een balans tussen plicht en plezier. In tegenstelling tot hun diensttijd in Duitsland worden nu relaties met de bevolking juist aangemoedigd. Utrecht is een populair verlof- en uitgaanscentrum. Op nummer één staat Amsterdam. Een groot deel van de tijd wordt besteed aan uitgaan.

Veel ontspanningsgelegenheden worden in beslag genomen. Het gaat om zwembaden, bioscopen en horeca gelegenheden. In Utrecht worden er in bioscoop Scala (gevorderd per 28 mei tot 26 november) in de Potterstraat door de Kinema Section R.A.O.C. films vertoond. Maar ook andere bioscopen worden gevorderd zoals bioscoop Rembrandt op de Oudegracht (per 21 mei). Ook het Café Restaurant Esplanade op het Lucas Bolwerk en diverse hotels worden in beslag genomen zoals Hotel Noord-Brabant (per 8 mei) op het Vreeburg, Riche, Geldersche Bloem en Pays Bas op het Janskerkhof (per 9 mei). Hotel Pays Bas wordt het Nova Scotia Officers Hotel. Heck’s lunchroom op de hoek van de Oudegracht en de Potterstraat wordt een bekende ontmoetingsplek. De naam wordt door de  gebruiker, Canadian Legion War Services, omgedoopt in Club Esquire. Er treden regelmatig bandjes op. Pas op 9 december 1945 wordt Heck’s weer vrij gegeven.

Heck’s lunchroom omgedoopt in Club Esquire, door de Canadezen gevorderd tot 9 december 1945. HUA 129067
Muziek van een band in de Billardzaal van Heck’s Lunchroom/ Club Esquire, zomer 1945. HUA 129066

Al deze uitgaanscentra zijn toegankelijk voor een geallieerde militair mét (veelal vrouwelijke) introducee. Nederlandse vrouwen maken hier graag gebruik van. Op 7 juli wordt in Amsterdam het ECN opgericht, het Entertainment Committee of the Netherlands met als doel: ‘om met inschakeling van het Engelsch sprekende gedeelte van de burgerbevolking den Canadeeschen verlofganger op waardige wijze amusement te verschaffen.’ Door activiteiten te organiseren kunnen de contacten tussen de Canadezen  en de Nederlandse meisjes gecontroleerd in de hand worden gehouden is het idee achter de ECN. Deze activiteiten zijn voor de helft toegankelijk voor Canadezen (gratis of voor half geld) en voor de andere helft voor Nederlanders (betaald en met toeschouwerskaart).

In de loop van de zomer organiseert het ECN regelmatig sportmanifestaties, allerlei excursies, film-, variété- en cabaretvoorstellingen en vooral veel dansfeesten voor de Canadezen.

In Utrecht komt er een plaatselijke afdeling, de ECU (Entertainment Commitee Utrecht). You are far from home, but….the Entertainment Committee of the Netherlands will make your leave in Utrecht a pleasant one. De ECU krijgt een kantoortje in het noodgebouw van het warenhuis Galeries Modernes op het Neude en later op het Janskerkhof.  Het doel van het comité is het de geallieerde militairen tijdens hun verblijf in Utrecht zo aangenaam mogelijk te maken en anderzijds de ontspanning ‘in zoodanige banen te leiden, dat zij niet tot aanstootgevende uitwassen zal leiden’.

Kunst avonden van Wim Ibo, Hetty Blok e.a. georganiseerd door de Utrechtse afdeling van het ECN, militairen half geld. Het Parool, editie provincie Utrecht, 21 juli 1945

Er komen voorstellingen in Tivoli, de Stadsschouwburg en in Esplanade. Ook wordt er een Community Singing georganiseerd, een samenzang van Nederlandse en Canadese liederen. De avond in augustus is een groot succes. Er komt een vervolg.

Community Singing georganiseerd door de plaatselijke afdeling van de ECN in Utrecht, waarvan een deel op de radiozender Herrijzend Nederland is uitgezonden. Het Parool, editie Utrecht, 11 augustus 1945

Daarnaast kunnen Nederlandse gezinnen aangeven dat een Canadese soldaat welkom is bij hen thuis, door een biljet van het ECN voor het raam te hangen. Zo maakt de Canadees ook kennis met het Nederlandse gezin en niet met alleen de meisjes is de gedachte. De Hervormde Kerk riep al eerder op om eens een Canadees op de thee uit te nodigen.

Campagne van de NH Kerk: Een Canadees op de thee, Het Parool, editie provincie Utrecht, 14 juni 1945

Veel Nederlandse mannen staan erbij en kijken ernaar. Voor hen zijn de voorzieningen van vermaak en van het goede eten en drinken vaak niet toegankelijk. Ze zijn jaloers. De Canadezen maken trouwens al sinds de bevrijding, een stoere indruk op de vrouwen door hun goed doorvoede lichamen, vlotte windjacks en zwierige baretten.

Het liedje Trees heeft een Canadees gezongen door Albert de Booij met tekst van Lou de Groot wordt een enorm succes.

Trees heeft een Canadees
O, wat is dat meisje in haar sas
Trees heeft een Canadees
Samen in de jeep en dan vol gas
Al vindt zij dat Engels lang niet mis is
Wil zij dolgraag weten wat een kiss is

 

Bladmuziek Trees heeft een Canadees, 90 cents. Het Geheugen.

Herman De Liagre Böhl schrijft  in zijn artikel ‘De Nederlandse pers over de omgang van vrouwen met Canadezen in de zomer van 1945’ : De omgang tussen Canadezen en Nederlandse vrouwen heeft zich niet altijd beperkt tot een gezellig gesprek(…) Naar alle waarschijnlijkheid heeft zich in de ‘dolle en dwaze’ zomer van 1945 een weliswaar kortstondige, maar voor Nederlandse begrippen ongekende explosie van buitenechtelijk seksueel verkeer voltrokken. Hij signaleert dat de verdraagzaamheid van de eerste maanden ten opzichte van de Canadezen uiteindelijk overgaat  in jaloezie. Zijn de Canadezen eerst geliefd, later worden ze min of meer weggekeken.

Canadese militairen met Hollandse meisjes, Beeldbank NIOD

Het parochieblad van het aartsbisdom Utrecht schrijft hierover op 11 augustus : ‘Ondanks al onze, werkelijk innige dankbaarheid zijn de Canadezen bezig sympathie van een groot deel van onze bevolking te verspelen. En dat komt, doordat men doet alsof een uniform van een doodgewone kerel een superieur wezen maakt. En we zijn werkelijk niet zò Duits, dat we dat slikken’.

De meisjes (en hun ouders) worden aangesproken op hun gedrag. In Het Vrije Volk  van 8 augustus 1945 verschijnt er bijvoorbeeld het artikel Gevaarlijk vermaak van Hollandse meisjes. Ouders dienen op te passen. Na het feest van de bevrijding zitten we nu met een probleem, aldus de krant. De Canadezen gaan veel met onze meisjes uit. Het uniform maakt de meisjes gek; bovendien hebben de Canadezen het aureool, onze bevrijders te zijn. En daarom gebruiken de meisjes haar hersens niet meer. Contact met de bevrijders is geen probleem maar de meisjes moeten zich wel gedragen. Zij moeten hun houding nauwkeurig bepalen. Het gevaar van geslachtsziekten ligt op de loer. Ouders dienen op te passen.

Het Vrije Volk, 8 augustus 1945

In de Utrechtse plantsoenen worden er half juli borden geplaatst die in het Engels en Nederlands verbieden om op het gras te gaan zitten of tussen de beplanting te gaan lopen. Dit om vrijages in het gras tegen te gaan.

In de nacht van 16 september 1945 vindt er een grootscheepse vechtpartij in de binnenstad van Utrecht plaats tussen Nederlandse mannen en Canadezen. Hierbij zijn circa 200 Canadezen betrokken. Aanleiding tot de rellen is een poging van een aantal Nederlandse mannen om enkele vrouwen die met de Canadezen optrekken kaal te knippen. Er wordt geschoten door de Canadese militairen en ook door de politie. En er worden door de Nederlanders en Canadezen messen getrokken en met straatstenen gegooid. Er vallen enkele gewonden. Het Vrije Volk schrijft over deze gebeurtenis: er heerste Zondag een onrustige sfeer en plotseling ontstond er een handgemeen tussen Canadezen en burgers. Een groep politie, die toevallig uitrukte, werd in dit handgemeen betrokken. De politie en ook anderen losten revolverschoten, waardoor een soldaat en een meisje lichte verwondingen opliepen.

Het Vrije Volk, 21 september 1945

Ook de zwarte handel tiert welig. Vooral de Canadese sigaretten (het merk Sweet Caporal is favoriet) zijn enorm in trek. Op de zwarte markt bestaat er een enorm verschil tussen de inkoop- en verkoopprijs. Ondanks een streng verbod doet de meerderheid van de Canadezen hier aan mee. Een soldaat kan zich door zijn familie vanuit Canada 1000 sigaretten laten opsturen voor drie dollar en ontvangt daarvoor op de zwarte markt in Nederland duizend gulden. In juni 1945 vraagt dagblad De Waarheid zich af wanneer er eens een einde komt aan de zwarte handel op het Vredenburg. Een busje poederchocolade van één ons gaat weg voor 20 gulden, een busje tabak van ca 30 gram voor 30 gulden en een doosje cigaretten van 20 stuks voor 25 gulden. Een tablet chocolade kost 7,50 gulden. Ook worden er horloges of andere waardevolle spullen geruild voor sigaretten en chocolade.

Canadese Sweet Caporal sigaretten met op de bovenkant de tekst FOR TROOPS ON ACTIVE SERVICE ONLY, AND NOT FOR RE-SALE, DUTY NOT PAID; Canadian War Museum
Vertrek

In het najaar van 1945 vertrekken de meeste Canadezen uit Utrecht en ook uit Oog in Al. Burgemeester Ter Pelkwijk ontvangt ter afscheid op 29 oktober een deputatie van de vertrekkende Canadezen op het stadhuis. Ze bieden de burgemeester 200 pond Sterling aan voor de financiering van een padvindershuis. Daarnaast ontvangt de burgemeester diverse souvenirs die een mooi plekje krijgen in zijn werkkamer. Utrecht hoopt dat er in de toekomst een nauwe band met de Canadezen zal blijven bestaan. De Canadezen krijgen van Nederland 100.000 tulpenbollen mee voor bij het graf van de onbekende soldaat in Montreal. De E.C.U. organiseert in Tivoli een avond met revue en bal voor de vertrekkende Canadezen in aanwezigheid van 300 Utrechtse E.C.U. meisjes.

Volkskrant 25 oktober 1945

De meeste bezette gebouwen en huizen in de stad en in de wijk worden rond oktober, november 1945 vrijgegeven. Bewoners kunnen eindelijk na jaren terug naar hun woning. Als tegemoetkoming ontvangen ze een schadevergoeding die afhankelijk is van de duur van de inbeslagname en de schade aan het interieur. Met de afwikkeling ervan is de gemeente nog jaren bezig.

Begin december zijn er nog zo’n 600 Canadezen in en rond Utrecht aanwezig en in januari 1946 zijn zo goed als alle Canadezen vertrokken.

Bronnen:
Foto bovenaan: Een Canadese soldaat wordt op de schouders gehezen in de Mendelssohnstraat Oog in Al. De fotograaf is onbekend. De foto is ongeveer ter hoogte van nummer 45 genomen. HUA 97975
August Agassi, oud bewoner Dantelaan, De Stem van West, Oog in Al tijdens de opbouwjaren
Boudewijn van der Vlist, oud bewoner Mozartlaan, gesprek 21 maart 2015
Don Brandsma, oud bewoner Händelstraat, Jeugdherinneringen Don Brandsma 6 juli 2014
Miep Wijnen, oud bewoonster Franz Schubertstraat , gesprek 16 april 2020
Tini Ferwerda, oud bewoonster Mendelssohnstraat , gesprek mei 2018
Trudy Tolsma, oud bewoonster Dantelaan, gesprek 8 september 2018
HUA, Archief Dienst Inkwartiering Herstel en Afwikkeling 1945-1946 en archief Door geallieerden gevorderde roerende goederen en diensten 1945-1952.
Utrechts Nieuwsblad 22 juni 1949, Het Parool, uitgave provincie Utrecht, 12 mei 1945, De Waarheid 15 juni 1945, Volkskrant 24 oktober 1945, Het Vrije Volk 8 augustus 1945
Elsbeth Aartse, Het Entertainmaent Committee in Utrecht, inspanningen voor zedelijk vermaak van de Canadese bevrijders. Oud Utrecht mei/juni 1998
Fleur Kuijf, Lloyd Davies, Onze Canadese ‘bevrijers’. Oud Utrecht juni 2019
Herman de Liagre Böhl, De Nederlandse pers over de omgang van vrouwen met Canadezen in de zomer van 1945. De Gids. Jaargang 148(1985)
Sam Dekkers, Janny Ruardy, Gerdie Snellers, Anna Wits, Onder Ons Gezegd, portret van de Utrechtse wijk Oog in Al, 2018
T. Spaans-van der Bijl, Utrecht in Verzet 1940-1945, Utrecht 2005
Filmpje intocht Canadezen Leidseweg, HUA Collectie Audiovisueel Het Utrechts Archief (geschonken door H.E. Schulte, filmer) Met veel dank aan Ed.Schulte.

 

 

 

Share:

Dit vind je vast ook leuk